Didier Reynders kon het niet genoeg in de verf zetten. De banken betalen fors om de begroting te ondersteunen. De sector kan er niet mee lachen, maar bankiers zijn niet geliefd in de Wet- en Dorpstraat en zijn dus een gemakkelijk doelwit om extra te belasten. Zeker als Reynders daarmee zijn stokpaardje van een lagere btw in de horeca kan financieren. Of hoe een lagere btw op een filet pur of een bord scampi de financiële sector in rep en roer zet.
...

Didier Reynders kon het niet genoeg in de verf zetten. De banken betalen fors om de begroting te ondersteunen. De sector kan er niet mee lachen, maar bankiers zijn niet geliefd in de Wet- en Dorpstraat en zijn dus een gemakkelijk doelwit om extra te belasten. Zeker als Reynders daarmee zijn stokpaardje van een lagere btw in de horeca kan financieren. Of hoe een lagere btw op een filet pur of een bord scampi de financiële sector in rep en roer zet. De stok om de hond te slaan, lag in een nieuwe depositogarantieregeling voor de financiële sector. Tot in 2008 regelde de banksector nog zelf zijn zaakjes. De sector stortte zelf reserves (50 miljoen euro in 2008) in een depositogarantiefonds. De bankencrisis leerde echter dat dit fonds veel te licht woog om het spaargeld geloofwaardig te beschermen, eind 2008 zat er 775 miljoen euro in. Tijdens de crisis werd daarom de depositobescherming al uitgebreid. De regering trok de garantie per spaarder per bank op tot 100.000 euro, om spaarders te kalmeren en sector te stabiliseren. In ruil betalen de banken 90 miljoen euro extra per jaar aan de overheid. De regering gaat nu nog een stap verder. Er wordt voortgebouwd op de vaststelling dat de overheid altijd en overal impliciet garant staat voor de financiële sector. En daarvoor mag die sector een verzekeringspremie betalen. De regering past dit toe op de bescherming van de spaarder. Voortaan zal de regering en niet langer de sector borg staan voor de volledige 100.000 euro per spaarder per bank en per verzekeraar (voor tak21-producten). In ruil vraagt de regering daarvoor aan de banken (en verzekeraars) natuurlijk een stevige vergoeding. De banken betalen een toegangsrecht tot het nieuwe systeem en vanaf 2011 betalen banken en verzekeraars ook een jaarlijkse premie van 15 basispunten op de deposito's en tak21-producten. Dat kost de banken vanaf 2011 per jaar 390 miljoen euro en de verzekeringssector 150 miljoen euro per jaar (zie kader Verzekeraars koud gepakt). De rekening lijkt gepeperd voor de sector, zeker omdat het een jaarlijks terugkerende uitgave is. De banken zullen deze kosten wellicht doorrekenen aan de spaarder, maar de spaarder zal wel beter beschermd zijn. 'Voor wat, hoort wat', klinkt de redenering, want de spaarder geniet voortaan van een echte depositobescherming van 100.000 euro in plaats van de virtuele dekking. Toch valt de eigenlijke factuur goed mee voor de banksector. Vergeet niet dat de banken voor het oude depositogarantiesysteem al 140 miljoen euro per jaar betaalden. Dat mildert de extra inspanning. En wat de pil meer dan verzacht, is dat de banken het grootste deel van het geld terugkrijgen dat ze jaren in het oude depositofonds stortten. Dat levert hun 600 miljoen euro op, verdeeld over 2010, 2011 en 2012. Er moet minstens 250 miljoen euro in dat fonds blijven om een eerste schok te kunnen opvangen. Dat is een soort franchise die de sector moet betalen voor de overheid tussenkomt. Per saldo verdienen de banken in 2010 zelfs 70 miljoen aan de nieuwe regeling. Dat past in het beleid om de banken te versterken, want een duurzaam economisch herstel is alleen mogelijk als de banken voldoende krediet kunnen geven aan bedrijven en gezinnen. De regering vraagt die kredietverlening ook uitdrukkelijk van de banksector, maar die opdracht is alleen haalbaar als de banken gezond genoeg zijn. De verzekeraars komen er minder goed vanaf. Voor het gaat het om een extra uitgave, zonder compensaties. Ook in 2011 en 2012 blijft de extra uitgave nog beperkt voor de banksector. Vanaf 2013 begint de nieuwe regeling echt te bijten, maar de kans is vrij groot dat deze nieuwe regeling een stille dood sterft. Er is immers een Europese depositogarantieregeling in de maak en België zal zich daarop moeten afstemmen. Lees: de prijs voor de banken zal neerwaarts herzien worden. Intussen dreigt de nieuwe regeling een scheeftrekking van de concurrentie te veroorzaken. Banken die hier onder buitenlandse vlag opereren, zoals het Nederlandse Rabo.be, ontsnappen aan de nieuwe regeling die voor de banken drie keer zo duur is als de oude depositobescherming. Andere banken, die onder het Belgische systeem vallen, maar een buitenlandse moedermaatschappij hebben, bestuderen ongetwijfeld ontsnappingsroutes. De hele operatie komt eigenlijk neer op een eenmalige begrotingsmaatregel waarbij het oude depositogarantiefonds voor 600 miljoen wordt gekraakt en via de banken wordt doorgesluisd naar de begroting. Dat fonds lag buiten het bereik van de overheid, maar door het terug uit te keren aan de banken, kon de regering de banken een nieuwe dure depositobescherming aanrekenen. De regering kon zo voor de periode 2010-2011 voor 710 miljoen euro extra inkomsten in de begroting inschrijven. Maar als het in de toekomst weer mis gaat in de financiële sector, dan moet de regering rechtstreeks uit de lopende begroting putten om de spaarders te vergoeden. De regering boekt nu dus de kraak van het oude depositofonds als inkomst, maar belast de toekomstige begrotingen met extra risico's. Omdat het om een begrotingsoperatie gaat, mangelt de nieuwe regeling nog langs alle kanten. De inkt was nog niet droog, of minister Reynders zette de deur al wagenwijd open voor aanpassingen. Vooral de kleinere spaarbanken (zoals Bank van De Post, Deutsche Bank, Argenta of Landbouwkrediet) zijn niet te spreken dat zij nu toch fors moeten betalen voor een veel duurdere bescherming van de spaarder terwijl zij in het verleden minder risico's namen. De repliek is dat de regering de spaarder (en niet de bank) beschermt en dat dus alle banken daarvoor moeten betalen. Door Daan Killemaes/Foto BelgaDe operatie komt neer op een eenmalige begrotingsmaatregel waarbij het oude beschermingsfonds voor deposito's voor 600 miljoen wordt gekraakt.