Staal is het materiaal waaruit een groot deel van de moderne wereld bestaat, van wolkenkrabbers tot wasmachines. Overal beschouwt de overheid een sterke staalsector als een teken van economische daadkracht. Ze waakt angstvallig over haar binnenlandse producenten. De Franse minister van Industrie, Arnaud Montebourg, dreigde er onlangs mee de fabriek van ArcelorMittal in Florange te nationaliseren mocht de staalreus twee hoogovens sluiten.
...

Staal is het materiaal waaruit een groot deel van de moderne wereld bestaat, van wolkenkrabbers tot wasmachines. Overal beschouwt de overheid een sterke staalsector als een teken van economische daadkracht. Ze waakt angstvallig over haar binnenlandse producenten. De Franse minister van Industrie, Arnaud Montebourg, dreigde er onlangs mee de fabriek van ArcelorMittal in Florange te nationaliseren mocht de staalreus twee hoogovens sluiten. Ondanks de zwakke wereldeconomie is de staalproductie vorig jaar met 1,2 procent tot 1,55 miljard ton gestegen. Maar gewicht vertaalt zich niet altijd in een financieel succes. Staalfabrikanten leven van microscopisch kleine marges. Dat is het duidelijkst in Europa, waar de staalproducenten het meest onder druk staan. Ook China, dat het voorbije decennium bijna de hele wereldwijde productieaanwas naar zich toe trok, krijgt te maken met soortgelijke problemen. De grootste zorg draait rond een oud zeer: overcapaciteit. Vooral in Europa veroorzaakte de naoorlogse wederopbouw de drang om reusachtige staalfabrieken te bouwen. Die drang hield aan tot in de boomperiode van de jaren zestig. Tot de oliecrisissen van de jaren zeventig de vraag naar staal abrupt stopten. Daarna werd te weinig gedaan om de capaciteit aan te passen aan de povere groeivoeten. De jongste dreun kwam door de financiële crisis. Zowat de helft van de staalproductie wordt aangewend in de bouw, een sector die er flink van langs kreeg. Europa verbruikte in 2012 ongeveer 145 miljoen ton staal, dat is 30 procent minder dan voor de crisis. En de vraag blijft dalen. Ook de arbeidskosten zijn torenhoog in Europa. Rumoerige vakbonden en bemoeizieke overheden maken van fabriekssluitingen een moeilijk, duur en langdurig proces. Bovendien is energie, goed voor twee vijfde van de bedrijfskosten van de staalfabrikanten, duur. De Amerikaanse staalproducenten hebben het iets beter, ook al hebben ze moeite om te concurreren met hun Latijns-Amerikaanse rivalen. De tekenen dat de economie zich herpakt, de goedkope energie uit schaliegas en de heropleving van de auto-industrie zijn wel bemoedigend voor de staalondernemingen. Ondanks enkele inspanningen om de capaciteit te beheersen door productie-eenheden stil te leggen, is de kans klein dat in Europa grote sluitingen doorgevoerd worden. Geen enkele onderneming wil de eerste zijn die fabrieken sluit en haar concurrenten de voordelen ziet opstrijken. Akkoorden die in betere tijden gemaakt werden, blijven de staalfabrikanten achtervolgen. ArcelorMittal, dat met een immense fusiebeweging 's werelds grootste staalproducent werd in 2006, ging ermee akkoord om jobs en productie te sparen om de Europese overheden ertoe te overhalen die overeenkomsten te laten doorgaan. Het wordt nu aartsmoeilijk om die beloften te verbreken. De toenemende capaciteit van China verhoogt de druk op de rendabiliteit van de staalproducenten en deukt de wereldwijde staalprijzen. Na een decennium van snelle expansie zijn Chinese ondernemingen goed voor de helft van de globale productie. Hoewel de overheid vastbesloten lijkt om in haar streven naar groei het hele land te overspoelen met staal en beton, hebben de Chinese staalproducenten zo'n snelle expansie gekend dat ze nu te kampen hebben met een enorme overcapaciteit. En er komt nog meer capaciteit. De centrale overheid wil goedkoop staal en is niet bereid om radicale stappen te doen om de overcapaciteit te beknotten. Intussen moedigen de lokale besturen de bouw van nog meer staalfabrieken aan. Die vormen een vitale bron van rechtstreekse en onrechtstreekse werkgelegenheid en belastinginkomsten. Voor die ondernemingen is winst onbelangrijk. Omdat China slechts weinig behoefte heeft aan dat onrendabel staal, komt het onvermijdelijk in de export terecht, wat de wereldprijzen nog meer drukt. De komende jaren zal de Chinese export waarschijnlijk 30 tot 50 miljoen ton per jaar bedragen. Dat is een peulenschil in vergelijking met de totale productie van bijna 750 miljoen ton, maar het vertegenwoordigt toch een hogere tonnage dan het volume dat door gevestigde exporteurs als Japan, Zuid-Korea, Oekraïne en Rusland in het buitenland afgezet wordt. De expansie van de Chinese staalproductie heeft de kostprijs van ijzererts, de belangrijkste grondstof van de sector, opgejaagd en dat heeft de marges nog meer samengedrukt. De aanvoer van erts wordt gedomineerd door vier grote mijnondernemingen, die 70 procent van al het over het water verhandelde erts in de wereld aanvoeren. Tot 2010 werden de ertsprijzen vastgelegd tijdens jaarlijkse onderhandelingen tussen de grote staalproducenten en de vier mijnconcerns. Tegenwoordig moeten de staalfabrikanten om en bij de spotprijs betalen en die is erg wispelturig. IJzererts is een verkopersmarkt, maar omdat er wereldwijd weinig consolidatie plaatsvond, is staalproductie een kopersmarkt. ArcelorMittal, dat ver boven zijn rivalen uitstijgt, heeft slechts 6 procent van de wereldmarkt in handen en er zijn 60 ondernemingen die minstens 5 miljoen ton produceren, zegt Nicholas Walters van de World Steel Association. De kopers, onder meer de autoconstructeurs, zijn groter en machtiger en kunnen dus hard onderhandelen. De aanhoudende economische groei van China opent het vooruitzicht dat zijn overtollige capaciteit uiteindelijk opgeslorpt wordt. Dan moet de centrale overheid een manier vinden om de ijver van de plaatselijke besturen om nieuwe fabrieken aan te trekken in te dijken. Voor Europa ziet het er somberder uit. Daar staan de bedrijven voor de keuze tussen abrupte fabriekssluitingen en duizenden afvloeiingen. Hoewel de wereld nog altijd heel wat staal nodig heeft, heeft hij toch niet zo veel behoefte als de staalfabrikanten kunnen vervullen. THE ECONOMIST, BEWERKING WOLFGANG RIEPLDe expansie van de Chinese staalproductie heeft de kostprijs van ijzererts opgejaagd en dat heeft de marges nog meer samengedrukt.