Onze hoge productiviteit compenseert onze zware loonlasten, redeneerden de vakbonden jarenlang. Dat gaat niet langer op. Belgische bedrijven zijn nog altijd productiever, dat wel. Volgens The Conference Board bedroeg de productiviteit van de Belgische economie vorig jaar 45,9 euro per uur, tegenover 45,2 euro in Nederland, 44,6 euro in Frankrijk en 43,2 euro in Duitsland. Een voorsprong die vooral opgebouwd is tot ongeveer het midden jaren van de jaren tachtig. Daarna is ze geleidelijk gekrompen (zie grafiek). De oorzaak? Naast de piekende automatisering is er het toenemende belang van de niet-marktsector in de tewerkstelling. In de voorbije vijf ...

Onze hoge productiviteit compenseert onze zware loonlasten, redeneerden de vakbonden jarenlang. Dat gaat niet langer op. Belgische bedrijven zijn nog altijd productiever, dat wel. Volgens The Conference Board bedroeg de productiviteit van de Belgische economie vorig jaar 45,9 euro per uur, tegenover 45,2 euro in Nederland, 44,6 euro in Frankrijk en 43,2 euro in Duitsland. Een voorsprong die vooral opgebouwd is tot ongeveer het midden jaren van de jaren tachtig. Daarna is ze geleidelijk gekrompen (zie grafiek). De oorzaak? Naast de piekende automatisering is er het toenemende belang van de niet-marktsector in de tewerkstelling. In de voorbije vijf jaar zijn er vooral veel jobs bij gekomen in de gezondheidszorg, en via dienstencheques. En in die sectoren neemt de productiviteit niet sterk toe. Ondanks onze slinkende voorsprong zijn we nog altijd het op drie na productiefste land ter wereld, na Noorwegen, Luxemburg en de VS. "Daarom is loonmatiging niet nodig, volgens de vakbonden. Dat is een foute redenering", zegt Geert Vancronenburg, hoofdeconoom van het VBO. "Onze hoge productiviteit wil niet zeggen dat de Belgische werknemers gemiddeld 'harder werken' dan hun buitenlandse collega's." In België bedraagt de gemiddelde arbeidsduur volgens de OESO 1574 uur per jaar tegenover 1765 uur voor de OESO-landen als geheel. Het aantal werknemers dat heel veel uren moet kloppen (50 uur per week of meer) bedraagt 4,4 procent van het totaal. Dat is een stuk onder het OESO-gemiddelde van 8,8 procent. Volgens Vancronenburg betekent de hoge Belgische productiviteit gewoon dat om 1 euro welvaart in ons land te creëren minder arbeid nodig is. "Door de hoge loonkostenhandicap hebben bedrijven hun productieproces sterker moeten automatiseren om competitief te blijven. Nagenoeg nergens anders ter wereld is de vervanging van mensen door machines zo ver doorgedreven als bij ons." Laaggeschoolden worden het sterkst getroffen door automatisering, en dat is in onze werkgelegenheidscijfers te zien. In het derde kwartaal van 2013 lag de werkgelegenheidsgraad van laaggeschoolden met 47,5 procent duidelijk lager dan het gemiddelde in de eurozone van 52 procent. Volgens Vancronenburg rechtvaardigt een hoge productiviteit de hoge loonkosten niet. Het zijn de loonkosten die bedrijven ertoe aanzetten om mensen te vervangen door machines. "Om dat te keren, moeten we het loonkostenverschil met onze drie buurlanden afbouwen. Dat verschil wordt geraamd op 16,5 procent." Lagere loonkosten genereren meer jobs. Maar als er in eerste instantie meer laaggeschoolden aan de slag gaan (bijvoorbeeld in dienstenchequejobs), daalt de arbeidsproductiviteit. Terwijl een hoge productiviteit een belangrijke determinant is van economische groei. Een tweesnijdend zwaard? Vancronenburg: "Meer mensen aan het werk is natuurlijk positief. Indien een tragere groei van de productiviteit daarvan deels het gevolg is, moeten we dat inderdaad ietwat nuanceren. Anderzijds betekent het bijvoorbeeld dat onze loonvorming meer rekening zal moeten houden met het feit dat de productiviteit niet voor alle werknemers even sterk toeneemt. Dit vraagt een minder rigide loonvorming en iets meer ruimte voor differentiatie. Bijvoorbeeld een groter belang voor loon naar prestatie." ALAIN MOUTON