Met de fusie tussen Suez en Lyonnaise des Eaux (LdE) verstevigen de Fransen hun machtspositie in de Belgische nutsbedrijven. Toch blijft de impact beperkt. Alleen wat de internationale expansieplannen betreft, zullen onze nationale bedrijven afspraken moeten maken met hun ex-concurrenten. Hier zal de Franse moeder uiteindelijk de knopen doorhakken. Kaderleden binnen Tractebel en Fabricom vrezen een belangrijk deel van hun huidige, onafhankelijke koers te verliezen. Ondernemingen uit de sfeer van Suez en LdE werken in de praktijk overigens al samen.
...

Met de fusie tussen Suez en Lyonnaise des Eaux (LdE) verstevigen de Fransen hun machtspositie in de Belgische nutsbedrijven. Toch blijft de impact beperkt. Alleen wat de internationale expansieplannen betreft, zullen onze nationale bedrijven afspraken moeten maken met hun ex-concurrenten. Hier zal de Franse moeder uiteindelijk de knopen doorhakken. Kaderleden binnen Tractebel en Fabricom vrezen een belangrijk deel van hun huidige, onafhankelijke koers te verliezen. Ondernemingen uit de sfeer van Suez en LdE werken in de praktijk overigens al samen. ENERGIEOp 5 maart jongstleden boog het Controlecomité voor Elektriciteit en Gas zich en petit comité over de fusie van Suez/Lyonnaise. "Neen," zegt secretaris-generaal Jan Herremans. "Het was geen paniekvergadering maar een grondige denkoefening." Volgens Patrick De Vos, woordvoerder van Tractebel-dochter Electrabel (omzet : 291 miljard Belgische frank), zijn de gevolgen van de fusie Suez/Lyonnaise voor de Belgische elektriciens nihil. "Het is een fusie op het niveau van de overgrootmoeders en dus ver van ons bed," zegt hij. "We zijn er gerust in. Gérard Mestrallet heeft ooit gezegd dat de aandeelhouders weinig inspraak hebben in Electrabel. Waarvan acte. Bovendien geeft de regering ons voldoende steun door op te komen voor de onafhankelijkheid van de Belgische filialen van Tractebel. Tenslotte voelen wij ons veilig omdat het Controlecomité dag en nacht waakt over de energieprijzen. De Fransen moeten ons niets dicteren of het Comité zal ingrijpen." Bovendien zal de liberalisering van de Europese elektriciteitsmarkt de kartelliserende invloed van Tractebel/Electrabel ondergraven. Dit mechanisme (zie ook "Vrijer gas" in de rubriek Inside, blz. 11) werkt stilaan in de richting van Distrigas en zal Electrabel (en de rol van het Controlecomité) niet onberoerd laten. Toch is er een potentieel gevaar voor de buitenlandse expansie van Tractebel, die kon gebeuren met de knowhow die in België werd ontwikkeld. Die expansie kan worden aangetast. "En dat vind ik geen goede zaak," aldus Herremans. Het risico dat La Lyonnaise in het vaarwater komt van Tractebel (of dochter Fabricom) is een stuk groter geworden sinds vorig jaar, toen de Franse onderneming het in de VS genoteerde energiebedrijf Elyo kocht. Elyo werkt onder meer samen met het Amerikaanse Cynergy Corp en Hydro-Québec en is aandeelhouder van Cofreth, dat in België warmte-installaties beheert (omzet : 500 miljoen). WATERLa Lyonnaise staat in de eerste plaats bekend als een watermaatschappij. Na de overname van het Britse Northumbrian Water voor 36 miljard Belgische frank eind '95 is de Franse nutsgroep de Europese marktleider met een omzet van zo'n 150 miljard frank. In België is de maatschappij alleen actief via Degrémont Benelux. Wat de waterdistributie betreft, verandert de fusie weinig of niets. Tractebel en LdE trachtten eind jaren tachtig tevergeefs de monopoliepositie van vier publieke watermaatschappijen in Vlaanderen (stevig verankerd in het Vlaams Wateroverleg) te doorbreken met de joint venture Aquinter (omzet : 812 miljoen frank). In 1993 werd Tractebel volledig eigenaar, maar Aquinter kreeg sindsdien evenmin voet van de grond. Wel sloot de Vlaamse regering eind '94 een zogenaamd waterpact met Electrabel, dat in de regio van Dendermonde het klantenbeheer verzorgt (de technische exploitatie blijft in handen van de zuivere intercommunale TMVW). Electrabel telt 516.407 klanten in de waterbusiness, maar dan alleen in de distributie (geen productie) en de administratieve facturatie met andere nutsbedrijven. Een samensmelting van Suez en Lyonnaise zou de Belgische waterzuiveringsmarkt daarentegen wel fel door elkaar schudden. Vandaag domineren drie bedrijven de sector : Degrémont Benelux (omzet : 803 miljoen frank), Seghers Engineering Water (700 miljoen) en Biotim (340 miljoen). Degrémont (LdE) en Biotim (Fabricom/Tractebel) zouden door hun dominante positie de concurrentie fel verminderen. "Eindelijk bekennen de Fransen kleur" reageert Luc Vriens, gedelegeerd bestuurder van SEW. "Dit verhoogt onze kansen, zelfs in Wallonië, waar ze de Franse hegemonie vrezen. Voortaan is er nog maar één echt Belgische waterzuiveringsmaatschappij en dat zijn wij." MILIEUOp het vlak van milieu zijn de conflicthaarden tussen La Lyonnaise en Suez het grootst. Het afgelopen decennium ontpopte Fabricom zich tot een top-tienspeler op de Europese afvalmarkt (zie ook Trends van 17 oktober '94) met een omzet van 16,4 miljard frank, waarvan 4 miljard in het buitenland (in hoofdzaak Nederland). Regelmatig kaapt de Tractebel-dochter een opdracht zoals de bouw van een verbrandingsoven in Baskenland weg voor de neus van Lyonnaise-dochter Sita (48 miljard omzet). Vorige maand verwierf Fabricom nog de meerderheid in Lancashire Waste Services (omzet : 1,5 miljard). In België wordt Fabricom-dochter Watco een samensmelting van meer dan 100 bedrijven en de marktleider in de afvalverwerking geconfronteerd met Page, haar belangrijkste concurrent. Page (groepsomzet van 2,5 miljard frank) is een samenwerkingsverband tussen Sita (Lyonnaise) en Cockerill Sambre. Watco en Page hebben samen al enkele Waalse centra voor bouwafval en twee joint ventures opgericht : Sogedi (een stortplaats in Trazegnies) en Revatech, dat industrieel afval in de Waalse cementovens verwerkt. De twee groepen plannen samen met CBR de overname van STPI, specialist in vervangingsbrandstoffen voor de cementindustrie (omzet : 550 miljoen frank). Daarnaast is LdE nog aandeelhouder van het Belgisch recuperatiebedrijf Scoribel (50 %) en Sobry (70 %), dat Janssens en Vancoppenolle (zie ook Trends van 21 november '96) overnam. Samen halen ze een geconsolideerde omzet van 1,2 miljard frank. Tenslotte controleert Lyonnaise-dochter CFE het milieubedrijf Company for Environment en gedeeltelijk ook Silt (slibverwerking) en Soils (bodemsanering). BOUWLa Lyonnaise ontwikkelt belangrijke bouwactiviteiten via Dumez (groepsomzet van 150 miljard frank), dat CFE, de tweede belangrijkste bouwonderneming in België (omzet : 21 miljard frank), controleert. Haar belangrijkste dochters zijn : 100 % Maatschappij voor Bouw- en Grondwerken (omzet : 2,2 miljard frank), 97,5 % Bageci (2,3 miljard), 50 % Van Wellen (88 miljoen) en 49 % Groep Verelst (3,7 miljard). Tractebel-dochter Immobel (7,7 miljard omzet) is op de bouwmarkt actief via de particpatie van 100 % in Louis De Waele (3,6 miljard), dat op zijn beurt 32 % in handen heeft van Interbuild (1,9 miljard). Nauwere samenwerking tussen Suez en Lyonnaise kan hun positie in België versterken. Maar bij openbare werken speelt het nationaal imago van de kandidaten een grote rol, zodat hier een vervaarlijke adder in het gras schuilt. Dat zal Philippe Bodson gezien zijn charme-offensieven naar Vlaanderen toe zeker betreuren. ERP/KC