De bombarie was niet van de lucht nadat Gaz de France (GdF) vorig weekend zijn fusie met de energiegroep Suez aankondigde. De Italiaanse premier Silvio Berlusconi eiste dat de Europese Commissie Parijs op de vingers zou tikken. En zijn minister van Economie, Giulio Tremonti, deed er nog een schepje bovenop: "Europa dreigt terug te keren naar het tijdperk van de tsaren en keizers."
...

De bombarie was niet van de lucht nadat Gaz de France (GdF) vorig weekend zijn fusie met de energiegroep Suez aankondigde. De Italiaanse premier Silvio Berlusconi eiste dat de Europese Commissie Parijs op de vingers zou tikken. En zijn minister van Economie, Giulio Tremonti, deed er nog een schepje bovenop: "Europa dreigt terug te keren naar het tijdperk van de tsaren en keizers."Ook in eigen land was de kritiek niet van de poes. Toch is de fusie van GdF en Suez geen abnormaal manoeuvre. Het past in een logische marktevolutie, waarin grensoverschrijdende consolidatie de enige uitweg is. Niemand wil terug naar het Europa dat een lappendeken was van private en publieke energiebaronieën. Die monopolies hielden de stroom- en gasprijzen kunstmatig hoog. Net zoals in de luchtvaartsector moet deze consolidatie leiden tot de afbraak van nationale kampioenen en de opkomst van nieuwe Europese (wereld)spelers. Dat dit proces niet van een leien dakje loopt, is duidelijk. De Franse staat houdt een flinke vinger in de pap als de integratie van GdF en Suez lukt (ze mikt op 34 à 35 %). Maar ook hier zullen in fine marktwetten de politieke belangen doorkruisen. Nu al moeten de vele institutionele en particuliere aandeelhouders van Suez overtuigd worden om op het fusievoorstel - een omruiloperatie - in te gaan. Meer efficiëntie, lagere kosten en een hogere marktwaardering zullen hen over de streep moeten trekken. Het is ook twijfelachtig dat (Franse) politici de noodzakelijke herstructureringen om van de nieuwe fusiegroep een nog beter presterend bedrijf te maken, lang zullen kunnen tegenhouden. GdF en Suez móéten wel vooruit, want ze voelen de hete adem van het Duitse E.ON in de nek. Deze energiegroep tikte vorige week een eerste dominosteen omver door 29,2 miljard euro te bieden op de Spaanse stroomproducent Endesa. Endesa is marktleider in Latijns-Amerika en de nummer twee in Italië. Het is niet toevallig een Italiaanse speler, Enel, die vorige week kooplust liet blijken voor Electrabel, en zelfs Suez. De prompte reactie van GdF en Suez moet dan ook veel breder gezien worden dan een louter defensieve of protectionistische zet. Het is een bewuste stap vooruit in de strijd om Europees of wereldwijd marktaandeel. Door de stroom- en gasbelangen van Suez en GdF onder één koepel samen te brengen, worden extra pk's aan de motor toegevoegd en verhoogt het geografische bereik van de groep (zie blz. 32). Het is trouwens opvallend hoe die concurrentiestrijd gedomineerd wordt door Duitse, Franse en Italiaanse bedrijven, en dus voor één keer niet door Amerikaanse of Aziatische. Europa geeft de toon aan in de wedloop om de internationale stroom- en gasbelangen. Wat kan de rol van België zijn in dit alles? Dat ons land slechts een randpion is bij al dit overnamegeweld, is een feit. Toch hoeft dit geen reden te zijn om bij de pakken te blijven zitten. Een hernieuwing van het gentleman's agreement dat de Belgische regering vorig jaar met Suez afsloot - de pax electrica - dringt zich op. Zo steunt de energiepoot van Suez in belangrijke mate op dit land: haar belangen in Electrabel en Tractebel (voor de energieactiva binnen en buiten Europa), Fluxys (aardgastransport) en Distrigas (aardgastrading) zijn goed voor 70 % van het winstvermogen. En dankzij de gaspijplijn in Zeebrugge krijgt GdF, dat tot nu toe een kwart van zijn aardgas bij het wispelturige Gazprom aankocht, er een interessante aanvoerhaven bij. Dat heeft zijn waarde bij onderhandelingen met GdF-Suez. Het kan als strategisch wisselgeld dienen om de liberalisering van de Belgische energiesector en de belangen van de gebruikers ook effectief te vrijwaren. Zo beloofde Suez vorig jaar om een deel van zijn productiecapaciteit te verkopen aan concurrenten en zijn belang in de distributie en het beheer van de netten te verminderen. Dit moet nu ook effectief gebeuren. Meer zelfs. Op twee niveaus zou de regering haar onderhandelingspositie tegenover de nieuwe entiteit GdF-Suez nog verder kunnen opkrikken. Eén: in ruil voor tegenprestaties extra investeringen in de infrastructuur van Zeebrugge als aanvoerhaven voor aardgas. Twee: een herziening van het uitstapscenario uit kernenergie. Maar het valt te betwijfelen of voor dat laatste de nodige politieke moed beschikbaar is. Piet Depuydt