Na de gruwelijke terreur in Parijs verkeren we in staat van oorlog. Dat is de boodschap van de Franse president François Hollande en je kan de feitelijke realiteit van een moorddadige aanval niet ontkennen. Er loopt een bloederige draad van extremistische moslimterreur van New York op 11 september 2001 tot Parijs op 13 november 2015. Er is een duidelijk aanslepend conflict, met spasmodische uitbarstingen, wellicht begonnen met de fatwa tegen de schrijver Salman Rushdie in 1989. Er woedt een gevecht tegen wat 'het Westen' doet en niet doet, maar ook tegen wat het is en niet is: tegen ons doen, ons zijn en ons bestaan.
...

Na de gruwelijke terreur in Parijs verkeren we in staat van oorlog. Dat is de boodschap van de Franse president François Hollande en je kan de feitelijke realiteit van een moorddadige aanval niet ontkennen. Er loopt een bloederige draad van extremistische moslimterreur van New York op 11 september 2001 tot Parijs op 13 november 2015. Er is een duidelijk aanslepend conflict, met spasmodische uitbarstingen, wellicht begonnen met de fatwa tegen de schrijver Salman Rushdie in 1989. Er woedt een gevecht tegen wat 'het Westen' doet en niet doet, maar ook tegen wat het is en niet is: tegen ons doen, ons zijn en ons bestaan. Een oorlog, misschien, maar zeker geen klassieke. Een conflict zonder nationale grenzen, zonder vijandelijke legers, met mensen als wapens en tegen een perverse extremistische religieuze ideologie. Geen oorlog tussen beschavingen: die eer kan je ontaarde moslimfanatici niet geven. Geen oorlog die met een veldslag beslecht kan worden. Eerder een nieuwe Koude Oorlog met hete episodes, die maar gewonnen kan worden door aanhoudend en volhardend op meerdere fronten tegelijk te strijden en te blijven strijden. Het eerste front is de eliminatie van de proto-staat IS. De realiteit van een quasi soeverein territorium dat als een wereldwijde fabriek voor de productie en de export van moslimterroristen dient, is de echte game changer van Parijs. Daarin verandering brengen, vergt militaire macht op het terrein: om de milities te bekampen, om veilige zones te scheppen voor vluchtelingen, om heroverd gebied herop te bouwen en mensen herop te voeden. Daarvoor zal ook de etterende burgeroorlog in Syrië moeten ophouden. Het tweede front is de strijd tegen de extremistische islam die met oliegeld overal ter wereld is verspreid en gesponsord, die miljoenen burgers in moslimlanden van bij de geboorte hersenspoelt en bij ons aanslaat bij radicaliserende jongeren op zoek naar status en identiteit. Er is een grote islamitische reformatie nodig. Die kan alleen vanuit de islam zelf gedragen worden. Maar wij kunnen wel de tolerantie van intolerantie loslaten en zowel op ons grondgebied als in internationale relaties demarcatielijnen trekken en handhaven. Daarmee trekken we een derde frontlijn, die dwars door onze superdiverse samenlevingen loopt. De realiteit van de multiculturaliteit is op vele vlakken een verrijking, maar heeft ook diepe apartheidslagen in het DNA van onze naties gestoken. We moeten absoluut en gedecideerd de bakens uitzetten om van immigratie naar participatie en integratie te gaan. Dat vergt evidente ingrepen in bijvoorbeeld selectie, opvang, huisvesting, gezinsbeleid, onderwijs en arbeid. Maar het vergt ook een herontdekking van een gedeeld burgerschap op de maat van een westerse rechtsstaat met diepe wortels in de Verlichting, waarover niet onderhandeld wordt en waarbij integratie gelijkstaat met assimilatie. In dat alles is Europa onontbeerlijk: voor de mobilisatie van diplomatieke en militaire kracht, voor het bewaken van landgrenzen, voor de coördinatie van veiligheid en data, voor het uitdragen en overdragen van Europese waarden en normen en voor de geopolitieke strijd zonder dewelke de oorlog niet kan gevoerd, laat staan gewonnen worden. Wie de frontlijnen bekijkt, ziet niet alleen bittere vijanden maar ook onhebbelijke vrienden. Rusland en Turkije, allebei op autoritaire koers, zijn objectieve bondgenoten. Iran en Saoedi-Arabië zijn zowel vriend als vijand. Zonder een zeer hechte en strategische realpolitik, samen met de VS, gaan we het niet redden. De Europese Unie heeft nu de kans om zichzelf heruit te vinden voor de Europeanen: in de oorlog tegen terreur, in de vluchtelingenstroom, in de smeulende eurocrisis, in de veiligheid en integriteit van het Europese grondgebied. Een Unie die in deze belangrijke zaken slaagt, zal harten winnen, geesten overtuigen, welvaart terugvinden en stabiliteit brengen. Een Unie die daarin faalt, heeft geen toekomst. Dat is de echte inzet van de oorlog.De auteur is directeur van denktank Itinera en doceert aan de UGent. MARC DE VOSDe Europese Unie heeft nu de kans om zichzelf heruit te vinden voor de Europeanen.