Een groot stuk van de afgelopen kiescampagne stond in het teken van een New Deal tussen de verschillende gemeenschappen en gewesten van dit land. Om deze regio écht leefbaar te houden voor de volgende decennia is echter heel dringend een grote New Deal nodig tussen de verschillende generaties van dit land. Daarover ging het in de periode vóór de verkiezingen bijzonder weinig. Laat ons hopen dat dit na de verkiezingen verandert...
...

Een groot stuk van de afgelopen kiescampagne stond in het teken van een New Deal tussen de verschillende gemeenschappen en gewesten van dit land. Om deze regio écht leefbaar te houden voor de volgende decennia is echter heel dringend een grote New Deal nodig tussen de verschillende generaties van dit land. Daarover ging het in de periode vóór de verkiezingen bijzonder weinig. Laat ons hopen dat dit na de verkiezingen verandert... Vlaanderen, België en Europa staan vandaag voor een tweevoudige crisis. De eerste is die van de stilstand in heel West-Europa. Terwijl in het Westen zowel de financiële sector als de overheidsbegrotingen in de touwen hangen, hebben Azië en de ontluikende markten de crisis relatief goed doorstaan. De opkomst van de ontluikende markten is zeker niet nieuw. Wel nieuw is de versnellende relatieve achteruitgang van West-Europa op economisch en politiek vlak. Volgens het IMF bedraagt de gemiddelde economische groei tussen 2007 en 2011 in Azië 8,5 procent en nauwelijks 0,5 procent in Europa. Aan dit tempo wordt het buitenland elk jaar een heel stuk groter en moeten we steeds harder roepen om nog gehoord te worden. Ook politiek staan we niet waar we het ons hadden ingebeeld. In het jaar 2000 stelde de Europese Unie zich tot doel om tien jaar later de meest concurrentiële economie ter wereld te worden. De Lissabon-doelstellingen, weet u nog? 2010 zou het jaar worden waarin de rest van de wereld met verstomming zou kijken naar Europa, een kenniseconomie waarin onderzoek en ontwikkeling, levenslang leren en een grote arbeidsparticipatie centraal zouden staan. In werkelijkheid wordt 2010 het jaar waarin de rest van de wereld met verstomming toekeek hoe Europa bijna 900 miljard euro ophoestte om de euro, het Europees paradepaardje, vlottend te houden en hoe zelfs daarover maar moeizaam overeenstemming werd gevonden. Een steeds groter wordend buitenland en een weinig dynamisch binnenland dreigen ons internationaal irrelevant te maken. De tweede crisis is die van de overheidsschuld en de vergrijzing. Of met andere woorden: de loodzware hypotheek op de volgende generaties. Ikzelf ben een kind van babyboomers. Op het moment dat ik in het midden van de jaren zeventig werd geboren, bedroeg de Belgische overheidsschuld 56 procent van het bbp. Ondertussen is dat weer bijna 100 procent. Sinds de jaren zeventig is de overheidsschuld per saldo dan ook niet gedaald. Dat laat dan ook maar één conclusie: de groei van de afgelopen 30 jaar is gekocht op krediet. De babyboomers hebben zichzelf bediend met een ruim sociaal vangnet, brugpensioenen, een lage activiteitsgraad, een veel te grote overheid en een onhoudbare gezondheidszorg en overheidspensioenen. Door de vergrijzing nauwelijks voor te bereiden en de noodzakelijke hervormingen steeds te blijven uitstellen, werd de factuur willens en wetens doorgeschoven naar mijn generatie en die van mijn kinderen. Voor dit mechanisme bestaat een prachtige Vlaamse uitdrukking: flessentrekkerij. Op Wikipedia gedefinieerd als "zich een dienst laten verlenen, wetende dat men die niet zal (kunnen) betalen". Nooit in de Belgische geschiedenis zal er dan ook een generatie als de babyboomers geweest zijn die van zoveel sociale voordelen en bescherming kon genieten en er zelf toch zo weinig voor hoefde te betalen. Voor mijn generatie en die van mijn kinderen is dat niet weg-gelegd. Eerst en vooral is er niemand meer om de factuur naar door te schuiven. We kregen zelf de gepeperde rekening van de vorige generatie. Bovendien kan dit niveau van bescherming alleen maar gehandhaafd worden als we bereid zijn om structureel hogere belastingen te betalen. Willen we dat niet, dan behoort ons sociaal model definitief tot de geschiedenisboeken. Kortom: de Best Deal was voor de babyboomers, al de rest zal het met minder moeten stellen. Het is overigens opvallend hoe vaak 'ons' sociale model bij politici, vakbonden en in de media wordt verdedigd door uitgerekend... babyboomers. Electoraal zijn ze bovendien de grootste groep en samen met de gepensioneerden en ambtenaren vormen ze zelfs een meerderheid van alle kiezers. Twee keer raden wie er tijdens de komende saneringen het meest wordt ontzien? Dat de volgende generaties verarmen, lijkt al zo goed als vast te staan. We mogen alleen nog de methode kiezen: sociale voordelen opgeven of hogere belastingen betalen. Met een groter wordend buitenland, een zwak groeiend binnenland en een torenhoge factuur van de vorige generatie is het twijfelachtig of dit stuk van de wereld voor de generatie van mijn kinderen nog wel een land van melk en honing blijkt. Als zij binnen dit en pakweg twintig jaar op de arbeidsmarkt komen, behoort het sociale model van de babyboomers definitief tot het verleden en ligt in het slechtste geval de belastingdruk structureel hoger. Als de jongere generatie dan vaststelt dat zijn vooruitzichten elders ter wereld gunstiger zijn, dreigen we ze effectief kwijt te raken aan het buitenland. Emigratie is allesbehalve een nieuw fenomeen en honderden miljoenen mensen hebben het in de recente geschiedenis al voorgedaan. Het vereist een onhoudbare situatie in het thuisland en perspectieven op een beter leven elders. Als we er niet in slagen om van Vlaanderen, België en Europa een regio te maken waar bij uitstek de sterkste schouders graag willen blijven wonen en graag willen komen wonen, dan zal de volgende migratiegolf er een zijn van hoogopgeleide Vlamingen of Belgen die hun geluk gaan beproeven in Azië, Latijns-Amerika of de Verenigde Staten. Als de productiefsten in de samenleving vertrekken, wordt de fiscale druk op wie achterblijft nog veel zwaarder en dreigt een versnelling van de economische aftakeling. Het verschil tussen 'hier' en 'daar' is misschien nog te groot om emigratie uit te lokken maar in twintig jaar kan er veel veranderen. In het begin van de twintigste eeuw was Argentinië het op één na rijkste land ter wereld met een inkomen per hoofd van de bevolking dat nauwelijks 20 procent lager lag dan in de Verenigde Staten. Wat er sindsdien is gebeurd, hoeft geen verder betoog. Het valt te hopen dat het zover niet hoeft te komen, maar dat betekent allesbehalve dat dit scenario onmogelijk is. Dat is dan ook de economische inzet van de volgende twintig jaar. Het sociale model van de babyboomers wordt de volgende jaren begraven wegens te duur en onhoudbaar. De grote vraag is wat we ervoor in de plaats zullen krijgen. We moeten erin slagen om de factuur van de babyboomers te betalen zonder dat we de meest productieven in de samenleving wegjagen. We moeten ons ervan bewust zijn dat de tweevoudige crisis grote veranderingen met zich brengt en veel onzekerheid veroorzaakt. Sommige politici staan dan ook al klaar om deze onzekerheid met twee handen aan te grijpen om de rol van de overheid weer uit te breiden. Een bank van de overheid, een energiebedrijf van de overheid, hogere pensioenen dankzij de overheid, tewerkstelling door de overheid, de Overheid Die Alles Wel Even Zal Regelen. Wie nu een grotere overheid in het leven wil roepen, heeft niets begrepen van de huidige problematiek en zal het relatieve verval van onze regio alleen nog maar bespoedigen. Een grote, alomtegenwoordige en schijnbaar perfect vooruitziende overheid die burgers altijd en overal beschermt tegen alle mogelijke onheil, die het pad naar de toekomst mooi uitstippelt, die er op alle belangrijke momenten van het leven bij is... Die overheid heeft haar beste tijd gehad. Deze soort overheid ademt een structureel wantrouwen in de kwaliteiten, kansen en mogelijkheden van elk individu en ziet vooral een rol voor zichzelf als Grote Gids op Alle Terrein. Na de exuberantie van de babyboomers, gefinancierd op kosten van de volgende generatie, staat de huidige generatie voor decennia van soberheid en realisme. Zij zullen niet toestaan dat de opgelegde solidariteit met de vorige generatie hun eigen kansen op welvaart structureel beknot. Hoog tijd dus voor een New Deal met de postbabyboomers. In ruil voor hun bijdrage tot de vergrijzingsfactuur, moeten zij de garantie krijgen op veel meer eigen verantwoordelijkheid en een geloofwaardig stappenplan naar een kleinere, efficiëntere overheid in de toekomst. Wie vervroegd wil stoppen met werken, een hoger pensioen of inkomen wil, tijdelijk wil stoppen met werken, niet wil werken... zal daar veel meer zelf verantwoordelijkheid voor moeten dragen en de financiële gevolgen daarvan niet langer mogen afwentelen op de rest van de samenleving. We moeten dan ook stoppen met alle hoop te stellen in het Perfecte Vooruitzicht van de Overheid en veel meer vertrouwen in de mogelijkheden van elk individu om zijn eigen toekomst vorm te geven. In tegenstelling tot haar voorgangers, moet de huidige generatie dan ook veel meer haar eigen verantwoordelijkheid nemen op financieel, sociaal en economisch vlak. Individuele burgers beseffen wel degelijk dat er grote uitdagingen voor de deur staan. Ze krijgen echter graag de volledige waarheid onder ogen en willen liefst zo snel mogelijk weten hoe ze zelf hun toekomst in handen kunnen nemen. Alleen met een New Deal van meer eigen verantwoordelijkheid, ondernemerschap en individuele ambitie kunnen we deze regio een heel nieuw elan geven. Ten eerste zijn er de hoge arbeidskosten, die als vanouds bijzonder zwaar wegen op ondernemingen als de onze. Een werknemer is aanzienlijk duurder in België dan in bijvoorbeeld Nederland of Duitsland. Tien jaar geleden was dat nog omgekeerd. Die landen hebben inspanningen gedaan, terwijl België niets heeft ondernomen. Het heeft ertoe geleid dat zeer veel werkgevers ontmoedigd werden om aan te werven of verplicht werden om de lat extra hoog te leggen. Ook ons bedrijf zoekt al geruime tijd moeizaam naar gekwalificeerd technisch personeel. Maar terwijl we vroeger misschien twee mensen aanwierven, zijn we nu als gevolg van die zware arbeidskosten veel meer terughoudend. We leggen de lat extra hoog en opteren voor de aanwerving van één iemand. Simpelweg de sociale lasten verminderen, is niet de aangewezen remedie, omdat het alleen maar zou leiden tot een nog groter budgetdeficit. Dus moeten we andere bronnen van inkomsten aansnijden. Het grote probleem in België is dat men de grote vermogens niet graag belast, maar er is geen alternatief meer om inkomsten te genereren. Dus de rijken zouden inderdaad meer kunnen bijdragen. Een tweede obstakel voor een betere werking van het land is de bijzonder complexe staatsstructuur. Als de structuur onwerkbaar en onbetaalbaar is, moeten we ingrijpen. De enige weg is die van een afbouw van de federale structuur en een verdere regionalisering. Het zou bijvoorbeeld van gezond beleid getuigen om de provinciale beleidsstructuur af te schaffen en de taken van de provincies over te hevelen naar de gemeenten. Het maakt meteen de provincieraadsleden vrij om andere politieke verantwoordelijkheden op te nemen. Daarnaast is het steeds minder verdedigbaar om naast de regionale en federale parlementen ook nog een senaat in stand te houden. Een logisch voorstel zou zijn om meer verantwoordelijkheid te geven aan de regionale parlementen en de taken van de senaat door te schuiven naar het federale parlement. De politiek kan hierbij zeker lessen trekken uit de bedrijfswereld. Ook wij bij Reynaers moesten in 2008 door een moeilijke periode, en hebben daarop gereageerd door onze structuur te vereenvoudigen. Een derde heikel punt is de logheid van ons juridisch apparaat, zowel voor strafzaken als handelszaken. Vrijwel ieder bedrijf heeft dat al aan den lijve ondervonden. Ook Reynaers heeft door de trage juridische molen een proces dat al vijftien jaar loopt. Als groter bedrijf kunnen wij dat bolwerken, maar voor kleinere collega's kan dit leiden tot het faillissement. Een collega die een scheiding aanvecht, kan zijn zaak pas in 2012 in de rechtbank bepleiten. Het zijn maar enkele voorbeelden, maar zulke zaken creëren veel te veel onzekerheid en ongerustheid. Niet dat het alleen maar kommer en kwel is. Het Belgische, en zeker het Vlaamse beleid voor innovatie verdient een pluim, net als een organisatie als Flanders Investment & Trade. En ik stel tevreden en hoopvol vast dat er almaar meer vrouwelijke politici zijn. Hopelijk durven zij iets duidelijker te zijn in hun keuzes dan hun mannelijke collega's. En zij hebben ongetwijfeld het voordeel dat zij ernstig worden genomen. Dat in tegenstelling tot het bedrijfsleven, waar dat op een paar uitzonderingen na, niet het geval is. In het debat over vrouwelijke bestuurders, staan vele mannen trouwens al te vlug klaar om te zeggen dat ze geen kandidaten met ervaring vinden. Daar doet de politiek het echt wel beter. Van de politici in het algemeen verwacht ik dan weer dat zij zichzelf meer in vraag durven te stellen. België gaat gebukt onder een overdaad aan compromissen. Veel beslissingen zijn te fragmentarisch en te veel gebaseerd op een soort trade-off tussen Vlamingen en Walen of tussen werkgevers en werknemers. Bovendien is er een gebrek aan polarisatie in de politiek. Het zijn vaak te veel variaties op eenzelfde thema. Wie heeft de jongste jaren echt het verschil gemerkt tussen een regering van liberalen en socialisten en een regering met christendemocraten? Ik vind het daarbij schokkend om te moeten horen dat veel meer mensen, ook in leidinggevende functies, het nut van de stemming niet meer inzien. Zij vrezen, vaak terecht, dat diegene die zij kiezen uiteindelijk toch niet de verantwoordelijke positie krijgt. Politici moeten er daarom voor zorgen dat zij, eens verkozen, ook het strijdveld ingaan. Het blijft vreemd te moeten vaststellen dat zogenaamde experts, die nooit politiek actief zijn geweest, haasje over doen met politici die uit de basis zijn opgekomen en hebben gestreden voor hun ideeën en voor de aandacht van de kiezer. Dat de volgende generaties verarmen, staat zo goed als vast. We mogen alleen nog de methode kiezen: sociale voordelen opgeven of hogere belastingen betalen. peter de keyzerNooit in de Belgische geschiedenis was er een generatie die van zo veel sociale voordelen en bescherming kon genieten en er zelf zo weinig voor hoefde te betalen als de babyboomers. peter de keyzerHoog tijd dus voor een New Deal met de postbabyboomers. peter de keyzer