Telenet keert 656 miljoen uit, Belgacom 400 miljoen. Mobistar beraadt zich nog. Base, dat zich al jaren tekortgedaan voelt, is intussen winstgevender dan zijn moederbedrijf KPN Mobile. Het gaat dus goed met de operatoren in België.
...

Telenet keert 656 miljoen uit, Belgacom 400 miljoen. Mobistar beraadt zich nog. Base, dat zich al jaren tekortgedaan voelt, is intussen winstgevender dan zijn moederbedrijf KPN Mobile. Het gaat dus goed met de operatoren in België. Zo goed dat ze niet meer weten wat te doen met hun centen. Hun meerderheidsaandeelhouders - de Belgische staat, Liberty Global, France Telecom, KPN - blokken buitenlandse expansie af. In België zelf zijn er mogelijkheden om meer te investeren, maar te weinig stimuli om dat daadwerkelijk te doen. Dus staat het geld op de bank. En graaien de aandeelhouders in de kas. Volgens de jongste Communications Outlook van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso), zit België in de groep landen waar de operatoren minder dan 10 % van hun omzet investeren. Het Oeso-gemiddelde is 15,3 %. Anderzijds blijkt België, in een vergelijking van 23 landen op basis van cijfers uit 2005, de tweede hoogste maandelijkse gezinsuitgaven voor telecom te hebben, na IJsland. Na Hongarije scoren we tweede qua telecomaandeel in ons bruto binnenlands product. En toch zijn we in vier jaar tijd van de derde naar de dertiende plaats gezakt in de Europese ranglijst voor het gebruik van breedbandinternet. Hoge kosten, lage prestaties. De aandeelhouders worden verwend, de gebruikers gemolken. De nieuwe regering zal zijn participatie in Belgacom verkopen en dat voorstellen als een wondermiddel voor deze trieste situatie. Niets is minder evident. De kosten van de overname zullen de financiële engineering van de nieuwe eigenaar aanscherpen, niet zijn concurrentiedrift. Om die te stimuleren, moet er met een ander bijltje worden gehakt. Meer personeel en een werkbare juridische omgeving voor de regulator Bipt, bijvoorbeeld. Europees commissaris voor de Informatiemaatschappij Vivane Reding voert momenteel consultaties over een nieuw regelgevend kader. In België is de regulator nog niet eens klaar met het vorige kader, uit 2002. Interne verdeeldheid, het systematische beroep van de operatoren bij de rechtbank, de communautaire (radio-)twisten en de complexiteit van de nieuwe Conferentie van Regulatoren zijn maar enkele van de problemen bij wat Dresdner Kleinwort een "relatief goedaardige regulator" noemt. Momenteel zijn er in België zo'n achttien ministers en staatssecretarissen bevoegd voor elektronische communicatiediensten en informatica. Het zou goed zijn als er ten minste toch al in de federale regering één minister verantwoordelijk werd voor dat beleidsdomein. Een daadkrachtig type dat het belang van de informatiemaatschappij voorop stelt. Op die manier kan België dan misschien nog zonder schaamrood het Europees voorzitterschap waarnemen in 2010 - het jaar waarin Europa de meest competitieve kenniseconomie ter wereld hoopt te zijn. Door Bruno Leijnse