Stevenen we af op een terugval? Zonder enige twijfel zal het antwoord op die vraag een invloed hebben op de marktontwikkelingen in 2010! De statistieken op het vlak van de internationale handel en de industriële productie geven duidelijk aan dat er op dit moment een herstel aan de gang is. Sommige analisten zijn echter van mening dat die verbetering alleen toe te schrijven is aan de herbevoorradingsactiviteiten van bedrijven. Gezien de alarmerend hoge werkloosheidsgraad wordt er gevreesd dat de vraag vanwege de eindconsument het zal laten afweten op het moment dat de herbevoorradingsfase is afgerond.
...

Stevenen we af op een terugval? Zonder enige twijfel zal het antwoord op die vraag een invloed hebben op de marktontwikkelingen in 2010! De statistieken op het vlak van de internationale handel en de industriële productie geven duidelijk aan dat er op dit moment een herstel aan de gang is. Sommige analisten zijn echter van mening dat die verbetering alleen toe te schrijven is aan de herbevoorradingsactiviteiten van bedrijven. Gezien de alarmerend hoge werkloosheidsgraad wordt er gevreesd dat de vraag vanwege de eindconsument het zal laten afweten op het moment dat de herbevoorradingsfase is afgerond. Om een beter idee te krijgen van wat ons te wachten staat, richt Jean-Pierre Béguelin zijn blik op het verleden en hoewel de geschiedenis zich nooit volledig op identieke wijze herhaalt, stelt hij toch het volgende vast: op één uitzondering na is een herstel na een recessie nooit onderbroken door een terugval! Voor dat ene geval van een 'gefnuikt' herstel moeten we terug naar het jaar 1981. Het werd veroorzaakt door een wijziging in het monetaire beleid en verkiezingsperikelen. Als gevolg van de oliecrisis en de torenhoge inflatie besloot Paul Volcker, voorzitter van de Fed in 1979 onder de regering van Carter, de rente te verhogen, wat begin 1980 een eerste recessie veroorzaakte. In juni brak er paniek uit: de Fed verlaagde opnieuw de rente en zwengelde zo de economie en de inflatie weer aan. In dat jaar waren er ook presidentsverkiezingen die Reagan van Carter won. Reagan liet de rente opnieuw optrekken, wat een tweede recessie inluidde. We kunnen de mogelijkheid van een politieke fout nooit uitsluiten, maar een scenario zoals dat van 1980-1982 lijkt vandaag onwaarschijnlijk. We kunnen het verloop van een gemiddeld Amerikaans economisch herstel (tussen 1948 en 2001) ook bestuderen aan de hand van de evolutie van de verschillende bestanddelen van het bruto binnenlands product (bbp), zijnde de export, de overheidsuitgaven, de bedrijfsvoorraden en de eindvraag. Traditioneel begint een herstel met herbevoorradingsactiviteiten en een lichte toename van de eindvraag (fase 1) als gevolg van een daling van de rente. Dat zwengelt het bbp opnieuw aan. Daarna wordt de impact van de overheidsuitgaven voelbaar - dat gebeurt altijd iets later in de cyclus - en versterkt de vraag verder (fase 2). Wij bevinden ons momenteel in het begin van de eerste fase. Niet onbelangrijk is dat de tweede fase, die in 2010 verwacht wordt, ook gepaard gaat met een daling van de groei van het bbp omdat de overgang niet altijd even soepel verloopt. De groei zal echter niet terugvallen naar nul en daarom is er ook geen sprake van een nieuwe recessie! Wat betreft de eindvraag (aankoop van woningen, consumptie van gezinnen, enzovoort), nemen we enkele positieve signalen waar (het is echter nog afwachten of die op langere termijn zullen standhouden). Er worden nu minder huizen gebouwd dan verkocht en het aantal huizen dat te koop staat, bevindt zich op een lager niveau dan normaal: op een bepaald moment zal het aanbod ontoereikend zijn en zal de bouwsector heropleven, wat nieuwe jobs zal creëren. Wat we ook niet mogen vergeten, is dat in 2006-2007 de verrijking van de Amerikanen als gevolg van de stijging van de waarde van roerende en onroerende goederen haar piek had bereikt en dat de spaargraad naar een bodemniveau was gezakt. Daarna is de situatie omgekeerd, maar eind 2009 is ze eindelijk gestabiliseerd: mensen zullen wellicht minder sparen en de uitgaven zouden opnieuw moeten toenemen. Ten slotte zal de verbetering van de tewerkstellingsgraad een cruciale rol spelen in de evolutie van de vraag, maar we moeten geduldig zijn. Bij het begin van een herstel hebben bedrijven geen behoefte aan het aanwerven van nieuw personeel om de stijging van de productie de baas te kunnen. Ze beschikken dan namelijk over een grote hoeveelheid onderbenutte capaciteit. De productiviteit stijgt (wat we vorig kwartaal hebben kunnen waarnemen) en we komen terecht in een situatie van een herstel zonder banengroei. De tewerkstellingscijfers zullen wellicht slecht blijven tot in de lente, maar in afwachting van de verbetering kunnen we ons optrekken aan het volgende fenomeen: als we slechts verbetering vaststellen in een handvol economische sectoren, dan is dat onrustwekkend; omgekeerd: als de verbetering zichtbaar is in het merendeel van de sectoren, dan is dat een teken van een goede gezondheid. Dat is wat we nu vaststellen en de situatie is zelfs nog beter dan tijdens de crisis van 2001-2002. Rekening houdend met al die elementen en onvoorziene omstandigheden buiten beschouwing gelaten, verwachten we in de VS een groei van ongeveer 3 % in het eerste, tweede en derde kwartaal. Daarna zal hij terugvallen tot ongeveer 1 %, afhankelijk van hoe soepel de overgang van de herbevoorrading naar de overheidsuitgaven en de eindvraag verloopt. (C) Door Béatrice Denis