De site geeft haar schatten één voor één prijs. Ze zit boordevol verrassingen en onverwachte visies. Architect Paul Robbrecht leidt deze expeditie in goede banen en opent de deur naar het verbazingwekkende.
...

De site geeft haar schatten één voor één prijs. Ze zit boordevol verrassingen en onverwachte visies. Architect Paul Robbrecht leidt deze expeditie in goede banen en opent de deur naar het verbazingwekkende. We gaan even terug in de tijd, naar het einde van de achttiende eeuw. De haven van Antwerpen trekt een massa goederen, handelaars en schepen aan. In deze euforische sfeer verwerft Katoen Natie faam met het laden en ontladen van katoen. In dit nieuwe havenkwartier wordt een opslagplaats gebouwd. Mettertijd breidt de Antwerpse vennootschap uit en evolueert ze tot een onderneming met activiteiten in Azië en Latijns-Amerika. De zetel van Katoen Natie is de spiegel van deze dualiteit: verder bouwen op de ervaring uit het verleden en het venster op de wereld benutten. De site bestaat eigenlijk uit drie gebouwen van verschillende ouderdom, die elk hun eigen typische kenmerken hebben. Een nieuwe betonnen constructie verbindt de drie delen. Ze herbergt alle dienstenfuncties (lift, cafetaria, trappen, vergaderzaal...) en verzekert de communicatie tussen de verschillende vleugels van het gebouw. Het aldus gerenoveerde complex van 5000 vierkante meter is dubbel zo groot als de oorspronkelijke ruimte. "Met onze interventie wensen we een ontmoetings- en uitwisselingsplaats te creëren," aldus Paul Robbrecht. "Tussen de verschillende niveaus werden openingen ontworpen waardoor de kantoorruimtes met elkaar in contact staan zonder dat er sprake is van een echte landschapsinrichting. Een mix van doorschijnend en niet-doorschijnend glas creëert een afwisseling van transparantie, helderheid en intimiteit."Oog voor kunstDe tweede uitdaging bestond erin om het licht te laten binnendringen in een gebouw dat aanvankelijk zeer donker moest zijn omdat er katoen in werd bewaard. Met talrijke glazen wanden in het gebouw, doorgangen in de gemeenschappelijke muren en het herscheppen van de binnenplaats in een lichtkoker werd dit probleem opgelost.Dit lichtspel inspireerde de Spaanse kunstenares Cristina Iglesias. Zij maakte een reeks van acht conusvormige albasten koepels die met glas werden bedekt. Dit element uit een andere cultuur symboliseert het venster op de wereld. Het weerspiegelt de passie van Paul Robbrecht voor het esthetisme. "De dakkoepels hebben niet enkel een intern doel," voegt Paul Robbrecht er nog aan toe. "Ze zijn ook zichtbaar van buiten en scheppen door de toevoeging van een nieuwe eigenschap een band tussen het gebouw en zijn omgeving." Véronique Pirson