Eind jaren 1990. De schoonbroer van architect Peter Vos heeft op vakantie in Australië in een strobalenwoning geslapen en vindt dat zo aangenaam dat hij er zelf een wil. Vos, die gevraagd wordt de woning te ontwerpen, verdiept zich in de bouwtechniek, die in feite al eeuwen oud is. "Het principe is simpel: eerst wordt een houtskeletconstructie geplaatst. Die wordt opgevuld met op elkaar gestapelde, samengeperste strobalen. Tegen de buitenmuren komt kalkpleister, op de binnenmuren wordt waterafstotende leem gepleisterd."
...

Eind jaren 1990. De schoonbroer van architect Peter Vos heeft op vakantie in Australië in een strobalenwoning geslapen en vindt dat zo aangenaam dat hij er zelf een wil. Vos, die gevraagd wordt de woning te ontwerpen, verdiept zich in de bouwtechniek, die in feite al eeuwen oud is. "Het principe is simpel: eerst wordt een houtskeletconstructie geplaatst. Die wordt opgevuld met op elkaar gestapelde, samengeperste strobalen. Tegen de buitenmuren komt kalkpleister, op de binnenmuren wordt waterafstotende leem gepleisterd." Vos schakelt een timmerman in voor de houtconstructie en het dak, de rest doet zijn schoonbroer zelf. "Daarin zit meteen een van de voordelen: bouwen met strobalen is tijdsintensief, maar op enkele details na is het technisch eenvoudig werk, zodat dat je veel zelf kan doen." En er zijn volgens Vos meer voordelen: "Omdat je werkt met uitsluitend natuurlijke bouwmaterialen, krijg je een ademende woning met een constante vochtigheidsgraad en een gezond binnenklimaat. Strobalenhuizen zijn ook zeer energiezuinig. Omdat strobalen niet duur zijn in vergelijking met ander isolatiemateriaal, kan je met zeer dikke buitenmuren werken. Bovendien is ook de bouwwijze zelf milieuvriendelijk: het materiaal is beschikbaar in de eigen streek, wat het transport beperkt. Een strobalenwoning slaat meer CO2 op dan ze nodig heeft om geproduceerd te worden. En als ze ooit wordt afgebroken, dan zijn alle materialen recycleerbaar." Niet dat afbreken snel aan de orde zou zijn, voor alle duidelijkheid. "In het begin kreeg ik wel eens de vraag of een strobalenwoning wel duurzaam is. In Duitsland en Oostenrijk, en ook in Noord-Frankrijk, dat een klimaat heeft vergelijkbaar met het onze, staan strobaalhuizen van meer dan een eeuw oud, in prima staat." Ook voor de brandveiligheid is er geen probleem. "Een geleemde strobalenwand heeft een brandweerstand van 90 minuten, terwijl 30 minuten de wettelijke norm is." De kostprijs van de ruwbouw van een strobaalwoning is vergelijkbaar met die van een traditionele woning, maar afwerking en isolatie vallen goedkoper uit, omdat de materialen goedkoper zijn. "Reken op een kostprijs van 1200 à 1300 euro per vierkante meter voor een afgewerkte woning, terwijl dat toch makkelijk oploopt tot 1500 euro per vierkante meter bij conventionele woningbouw. Het prijsverschil wordt nog groter als je qua energiezuinigheid verder wil gaan dan de wettelijke norm." Na dat eerste project begint Vos strobalenwoningen als alternatief voor te stellen aan zijn klanten. De eerste tien zijn moeilijk te overtuigen, daarna wordt het steeds eenvoudiger. Intussen heeft zijn bureau, Architectengroep Barchi, er al een honderdtal op zijn actief. In ons land staan er naar schatting een 300-tal. "Het concept is lange tijd blijven hangen in de geitenwollensokkensfeer, bij de zelfbouwers en de "groene jongens", maar die tijd ligt achter ons. Logisch, want mensen worden gevoeliger voor gezond en energiezuinig bouwen en wonen." Dat stelt ook Pieter-Jan Jacobs vast. Nadat die zijn eigen strobalenhuis heeft gebouwd, is hij zo overtuigd van het principe, dat hij cursussen begint te geven aan kandidaat-bouwers en meewerkt aan de promotie van de strobaalbouw. Hij constateert dat er steeds meer vraag komt van mensen die een strobalenhuis wensen, maar het niet eigenhandig willen bouwen. Een jaar geleden gaf hij zijn informaticajob op om samen met een vennoot Het Stroburo op te richten, een bedrijf dat kandidaat-strobouwers begeleidt van a tot z. "Ons orderboekje voor dit jaar is met vier woningen goed gevuld. Ook van buiten de particuliere woningbouw is er interesse. Zo zijn wij bijvoorbeeld in de running voor een aanbesteding van de provincie Oost-Vlaanderen, voor de bouw van een strobalen bedrijfsgebouw van 2000 vierkante op een industrieterrein in Maldegem." Maar wordt een strobalenhuis niet heel duur als je het laat bouwen, net omdat het plaatsen van de strobalen zo veel werkuren vraagt? "In dat geval is de prijs vergelijkbaar met die van een traditionele woning", stelt Jacobs. "Het materiaal is goedkoper en de uurprijs blijft beperkt omdat wij werken met organisaties uit de sociale economie. Dat kan omdat weinig technische kennis vereist is." Over de taalgrens lijkt het nog harder te gaan voor de strobalenbouw. In Franière, bij Namen, timmert Paille-Tech al sinds 1999 aan de weg. Het bedrijf levert sleutel-op-de-deurbouwprojecten en ontwikkelde een eigen systeem voor de prefabricage van onderdelen van strobalenwoningen. "Daarmee kunnen we de strobalen op gelijkmatige wijze comprimeren en bouwprojecten snel en efficiënt uitvoeren, legt oprichter Philippe Leboutte uit. "Concreet kunnen we in ons atelier een huis prefabriceren in twee tot drie weken, met twee arbeiders. Daarna kan het huis in vijf dagen worden opgebouwd met zes mensen. We zijn het enige bedrijf in België dat dit kan, en vanuit het buitenland is er veel interesse voor onze productielijn - de strobaalbouw zit ook in andere Europese landen in de lift." In het begin was het ook voor Paille-Tech missionariswerk, nochtans. "Onbekend is onbemind. Wel hadden wij het geluk dat enkele van onze eerste projecten, waaronder een biowinkel, veel aandacht kregen in de pers. Ondertussen is wetenschappelijk bewezen dat er geen nadelen verbonden zijn aan strobalen gebouwen, en maakt de tijdsgeest dat mensen duurzamer willen bouwen en leven. We zien de vraag dan ook exponentieel stijgen. Drie tot vier aanvragen per dag krijgen we, terwijl we slechts een capaciteit van twaalf huizen per jaar hebben. Opvallend is ook de toenemende vraag voor de bouw van scholen, sportcomplexen en appartementsgebouwen. De kans zit er zelfs in dat wij binnenkort een museum mogen bouwen", vertelt Leboutte. Paille-Tech verwacht voor dit jaar een omzet van 1.150.000 euro, dat is meer dan een verdubbeling tegenover vorig jaar. "Maar dat ligt niet alleen aan de toegenomen orders, we hebben vorig jaar ook veel tijd geïnvesteerd in de verbetering van onze productielijn." De strobalenbouw zal hoe dan ook altijd wel een nichemarkt blijven, denkt Jacobs van Het Stroburo. "Het zit voor een groot stuk tussen de oren: de Belg geeft zijn baksteen niet zo snel op." Leboutte ziet het potentieel groter. "Ooit wordt onze manier van bouwen de standaard", denkt hij, en hij vermoedt dat heel wat traditionele spelers in de bouwsector dan ook wel op de kar zullen springen. "De grootste hindernis is dat mensen het concept nog onvoldoende kennen." Architect Peter Vos beaamt dat. "Wij zijn als sector te klein om te kunnen lobbyen bij de bouwfederaties, wat anderen wél kunnen, en als kleine zelfstandigen beschikken wij niet over de budgetten om aanwezig te zijn op beurzen als Batibouw. Nog niet, tenminste." KARIN EECKHOUT"Ooit wordt deze manier van bouwen de standaard" Philippe Leboutte