Het Grondwettelijk Hof vindt dat de cash-for-carsregeling indruist tegen het gelijkheidsbeginsel. "Wie zijn salariswagen inleverde, kon een mobiliteitsvergoeding tot 700 euro per maand opstrijken, afhankelijk van de cataloguswaarde van de wagen", zegt Kris De Schutter, partner bij het advocatenkantoor Loyens & Loeff. "Op dat deel van het loon hoefden geen sociale bijdragen te worden betaald. Het cashvoordeel werd ook amper belast, terwijl een loonsverhoging of een premie wel zwaar wordt belast. Het hof ziet dat als discriminatie."
...

Het Grondwettelijk Hof vindt dat de cash-for-carsregeling indruist tegen het gelijkheidsbeginsel. "Wie zijn salariswagen inleverde, kon een mobiliteitsvergoeding tot 700 euro per maand opstrijken, afhankelijk van de cataloguswaarde van de wagen", zegt Kris De Schutter, partner bij het advocatenkantoor Loyens & Loeff. "Op dat deel van het loon hoefden geen sociale bijdragen te worden betaald. Het cashvoordeel werd ook amper belast, terwijl een loonsverhoging of een premie wel zwaar wordt belast. Het hof ziet dat als discriminatie." Twee vakbonden en drie klimaatorganisaties hadden een procedure aangespannen om de wet te laten vernietigen. Dat is dus gebeurd. Daardoor kunnen geen nieuwe mobiliteitsvergoedingen meer worden ingevoerd. De lopende vergoedingen mogen tot eind 2020 worden uitgekeerd. In theorie zou de regering vóór 31 december een reparatiewet kunnen maken, maar daar rekenen de betrokken werknemers en werkgevers het best niet op. "De kritiek van het Grondwettelijk Hof is vrij fundamenteel", vindt Frank Vancamp, mobiliteitsexpert van KPMG. "Dit kan je niet op één, twee, drie repareren. Vergeet ook niet dat we een regering in lopende zaken hebben." Volgens een schatting van de hr-dienstenleverancier Acerta ruilden de voorbije twee jaar slechts 14 op de 10.000 werknemers hun wagen voor een som geld. Ze zijn niet met veel, maar die werknemers zijn nu wel overgeleverd aan de goodwill van hun werkgever. De gemakkelijkste oplossing voor de werkgever is van cash for cars een brutoloon te maken. "Alle andere oplossingen zijn omslachtiger", merkt Annelies Baelus van Acerta op. Maar dat is meteen ook de slechtst denkbare oplossing voor de werknemer, want de cash wordt dan even zwaar belast als loon. Er zijn nog twee andere oplossingen, maar daarvoor moet de werkgever zijn akkoord geven: de vergoeding aan het einde van het jaar opnieuw inruilen voor een bedrijfswagen, of overstappen naar het mobiliteitsbudget. Werknemers mogen dat budget volledig spenderen aan een milieuvriendelijkere wagen. Ze kunnen ook met een goedkopere wagen rijden of ze hoeven zelfs geen wagen te hebben. Het resterende budget kunnen ze gebruiken voor andere, duurzame vervoersmiddelen. Het saldo kunnen ze in cash laten uitbetalen. "Het principe van cash for cars is ook mogelijk binnen het mobiliteitsbudget. Alleen betaalt de werknemer op het cashsaldo van het mobiliteitsbudget een socialezekerheidsbijdrage van 38,07 procent", zegt Frank Vancamp. Volgens Kris De Schutter zitten in het arrest van het Grondwettelijk Hof over cash for cars "risicovolle elementen" voor het mobiliteitsbudget. "Wat overblijft van het mobiliteitsbudget, wordt cash betaald. Ook dat geld wordt fiscaal voordelig behandeld. Je komt in een vergelijkbare situatie als bij cash for cars terecht." Frank Vancamp en Annelies Baelus zijn minder pessimistisch. Zij denken dat er een breder draagvlak is voor het mobiliteitsbudget. Bovendien had de Raad van State al wat opmerkingen gegeven over de mobiliteitsvergoeding, toen het wetsvoorstel voor advies werd voorgelegd. De twee specialisten vinden dat de regering de vernietiging van cash for cars had kunnen zien aankomen. De grote bedrijven stonden volgens Frank Vancamp sceptisch tegenover de mobiliteitsvergoeding. "Veel bedrijven willen de mobiliteit van hun werknemers managen. Er was geen enkele sturing van de werkgever mogelijk. Daar kwam nog een praktisch element bij: leasecontracten kan je niet van het ene op het andere moment opzeggen." Bij de mobiliteitsvergoeding was geen voorwaarde verbonden aan de cashuitkering. Annelies Baelus: "In het slechtste geval kon de werknemer het geld gebruiken om een eigen, zelfs meer vervuilende wagen te kopen. Bij het mobiliteitsbudget gelden bepaalde normen: ofwel geen wagen, ofwel een groenere wagen. En het saldo ondergaat meer dan de symbolische belasting bij cash for cars." Frank Vancamp waarschuwt dat we ons niet blind mogen staren op de cijfers die aantonen dat het mobiliteitsbudget amper succes heeft. "Er waren al bedrijven die een mobiliteitsbudget aan hun werknemers hadden aangeboden voordat er een wettelijk kader was. Het wettelijk kader is nogal strikt, waardoor bedrijven het moeilijk hebben bestaande regelingen in dat keurslijf te passen." Het mobiliteitsbudget, met alle fiscale en parafiscale voordelen, kan bijvoorbeeld niet in een cafetariaplan worden geïntegreerd. Andere voordelen in natura zoals bedrijfswagens of maaltijdcheques staan niet ter discussie. "De ongelijkheid is niet gelegen in het feit dat de ene werknemer een bedrijfswagen krijgt en de andere niet, maar wel in het feit dat iemand cash op zijn rekening krijgt. Die vergoeding lijkt op loon, maar wordt niet op dezelfde manier belast", benadrukt Annelies Baelus. Frank Vancamp voegt daaraan toe: "Bij cash for cars konden werknemers hun bedrijfswagen inruilen voor een vergoeding, maar ze werden belast alsof ze nog met die wagen reden. Dat is een heel vreemde fictie. De fiscus kleeft een fictieve waarde op voordelen in natura om ellenlange discussies met belastingplichtigen te vermijden. Op cash hoef je geen waarde te kleven. Een euro is een euro." Volgens Kris De Schutter begeven werkgevers zich wel op gevaarlijk terrein, wanneer ze voortbouwen op en sleutelen aan de bestaande systemen van fiscaal voordelige verloning. "Hoe meer je dat doet, hoe sneller je in situaties van discriminatie of ongelijke behandeling komt. Maaltijdcheques moet je toekennen aan een categorie werknemers: bijvoorbeeld alle bedienden of kaderleden. Dat is een consistent systeem. Terwijl het bij cash for cars en het mobiliteitsbudget het een individuele keuze van de werknemer is, met als gevolg dat de ene cashvergoeding anders belast wordt dan de andere. Ik denk dus niet dat de tientallen vormen van alternatieve verloning zomaar zullen verdwijnen."