Wijn is een cultuurproduct. Het wordt gemaakt door de mens en kan in de natuur niet uit zichzelf ontstaan. Toch is de mens alleen niet de zaligmakende factor; het terroir en het weer zijn even bepalend voor de uiteindelijke kwaliteit van de wijn.
...

Wijn is een cultuurproduct. Het wordt gemaakt door de mens en kan in de natuur niet uit zichzelf ontstaan. Toch is de mens alleen niet de zaligmakende factor; het terroir en het weer zijn even bepalend voor de uiteindelijke kwaliteit van de wijn. Terroir - het samenspel van bodem, ligging en klimaat - maakt het karakter van een wijn. Het type bodem, maar vooral de structuur ervan en of hij goed gedraineerd is, liggen mee aan de basis van goede wijn. Wijnstokken die op rijke en vruchtbare grond staan, zullen nooit grote wijn voortbrengen. Door het gemak waarmee ze kunnen groeien, ligt de klemtoon niet op de productie van geconcentreerd fruit, maar op weelderig bladgroen en aan de oppervlakte vertakte wortels. Die hoeven immers niet diep in de ondergrond op zoek te gaan naar water en voedingsstoffen, er is geen competitie. Het resultaat is altijd wijn die wat dun overkomt. Hoe goed de moderne vinificatietechnieken ook zijn, je kan uit druiven niet halen wat er niet in zit. Tegenovergesteld moeten stokken die op een schrale, steenachtige grond staan, diep in de grond op zoek naar water en voedingsstoffen. Zij voelen zich eigenlijk 'niet goed op hun plaats' en streven ernaar zich te verplaatsen. Daarom zullen ze veel fruit produceren, zodat hun zaad elders, het liefst op een betere plaats, kan uitgroeien tot nieuwe planten. Hoe meer planten bij elkaar zijn aangeplant, hoe groter de concurrentie voor het beschikbare water en voedingsstoffen en hoe geconcentreerder het fruit. De beste wijn is dus altijd afkomstig van een 'schrale' bodem. Maar dan wel op de beste plaatsen. Zo zijn de beste percelen vaak de percelen die een optimale oriëntering hebben naar de zon, zowel qua ligging als qua hellingsgraad. Zeker in koudere gebieden als de onze. Nog belangrijker is de drainage van de grond. Op natte en dus koudere grond zullen de druiven minder makkelijk rijpen en zullen de stokken meer last hebben van ziektes. Goed gedraineerde grond warmt sneller op en geeft sneller rijpe en gezonde druiven. Even essentieel als het terroir is het weer. Dat bepaalt de persoonlijkheid van een wijn. Elk jaar is verschillend en geeft meer of minder rijpe toetsen aan het fruit, meer of minder concentratie enzovoort. Elk jaar heeft met andere woorden zijn typische stijl, die altijd onuitwisbaar aanwezig is in de wijn. Uiteindelijk komen we bij de wijnmaker, die verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de wijn. Hij evolueerde in nog geen dertig jaar tijd van een intuïtieve, vaak bijgelovige landarbeider tot een wetenschappelijk geschoold onderzoeker. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw onderging de wijnbouw en vooral de wijnmakerij een regelrechte revolutie. De knowhow is nog nooit zo groot geweest en er wordt volop geëxperimenteerd met nieuwe technieken om nog betere en meer geconcentreerde wijn te maken. Ongetwijfeld de meest essentiële moderne verbetering is de mogelijkheid om de gistingstemperatuur te controleren. In warme klimaten moet worden gekoeld, in koudere soms worden bijgewarmd om tot een goede extractie van kleur- en smaakstoffen te komen. Te warm gevinifieerde wijnen geven gestoofde fruitsoep, te koud gevinifieerde wijnen smaakloze limonade. Maar de jongste jaren kwamen er bijvoorbeeld ook betere gisten, die meer alcohol en dus vollere wijnen kunnen produceren. Er werden technieken ontwikkeld zoals omgekeerde osmose en cryo-extractie (bevriezen van de most) om de uiteindelijke wijn geconcentreerder te maken. De hetze van nu over een mogelijke klimaatopwarming is maar een deel van het verhaal over almaar betere wijn. En daarmee komen we bij de Belgische wijnbouw. Het is niet zo dat de wijn in België beter wordt door de opwarming van het klimaat en dat zijn persoonlijkheid dus groter wordt. Het speelt wel mee. De herfst blijft langer warm, waardoor de druiven beter en gezonder kunnen rijpen. Maar, de technologie speelt een even belangrijke rol. Wijnbouwers die zich goed scholen en investeren in modern vinificatiemateriaal maken betere wijn dan wie dat niet doet. Dat is nu al te bewijzen. Maar ze zullen dat niet overal kunnen. Wat hierboven over terroir werd gezegd, is even fundamenteel: niet te vruchtbare maar goed gedraineerde bodems met een zo optimaal mogelijke oriëntatie naar de zon. De Belgische wijnbouw maakt het meest kans in glooiende regio's, het liefst bovenaan een helling, waar de bodem goed gedraineerd is. Van oudsher is het Hageland de bakermat van de wijnbouw in België. Dat heeft vooral met traditie te maken en niet zozeer met een zoektocht naar de meest geschikte bodem, hoewel de wijngaarden er op een helling van ijzerzandsteen liggen. De Romeinen maakten er al wijn en dat had alles te maken met hun vestigingen daar en vooral hun handelsroutes die de streek doorkruisten. Wijn werd er verbouwd om ter plaatse te drinken, maar ook om te worden verkocht aan doorreizende handelaars. In mindere mate geldt dat ook voor de Gaume, in het uiterste zuiden van België. Ook daar gaat de wijnbouw terug tot de Romeinen. Wat in België ontbreekt, is een uitgebreide, voor iedereen beschikbare geologische studie die de beste regio's vastlegt om aan wijnbouw te doen. Dat zou de Belgische wijnbouw nochtans professionaliseren. Er zijn al schuchtere pogingen van de overheid, mee gestuurd door Europa. Zo bestaan er bovenop de twee Belgische regionale en bijzonder oppervlakkige herkomstbenamingen Vlaamse Landwijn en Vin de Pays du Jardin de Wallonie (regelrecht gekopieerd van de Franse benaming Vin de Pays du Jardin de la France, een herkomstbenaming voor vin de pays uit de Loirevallei) nu ook vier serieuzere appellations. Het zijn echte AOC's (Appellation d'Origine Contrôlée) of GOB's (Gecontroleerde OorsprongsBenaming): Heuvelland, Hageland, Haspengouw en Sambre-Meuse. Er zijn schuchtere pogingen om deze GOB's zo objectief mogelijk toe te kennen aan wijnen, maar het lijkt toch vooral een opportunistische regeling. Zo zijn er in het Heuvelland slechts vier wijndomeinen en het lijkt alsof de GOB speciaal voor hen is opgericht. Er zijn ook geen voorschriften over welke druivensoorten mogen worden aangeplant, welke snoeiwijze men moet gebruiken, enzovoort. Jean-Pierre (58) en zoon Edouard (34) Six leven met hun beide families van het familaal wijndomein Monteberg in Dranouter in het Heuvelland. "Ik ben hier begonnen in april 1996", vertelt Jean-Pierre Six. "We zijn wijn beginnen maken van alle soorten fruit die we in de omgeving konden vinden: appelen, peren, pruimen enzovoort. Vrij snel wilden we alleen van onze eigen druiven wijn maken, omdat druiven alle elementen voor wijn in zich hebben. Je moet er niets aan toevoegen. We startten met 250 stokken achteraan in de tuin en plantten verscheidene variëteiten aan: pinot noir, dornfelder (beide rood), kerner, riesling en pinot gris (wit). Geleidelijk aan breidden we onze wijngaard uit tot 5 hectaren. Het grootste stuk ligt bovenaan de helling hier één kilometer verderop op een bodem van zandleem met ijzerzandsteen. Hoe hoger, hoe meer steen, wat logisch is." Six' bedoeling is om een viertal monocépagewijnen te maken van chardonnay, pinot gris, kerner en pinot noir. Hij wil zoveel mogelijk verscheidenheid in zijn assortiment, gebaseerd op het imago van de druivensoort zelf. "Dat zal, denk ik, de meeste geloofwaardigheid aan onze wijnen geven. Iedereen kent immers chardonnay, pinot noir enzovoort. Maar de consument heeft tijd nodig. Wij krijgen veel bussen met toeristen op bezoek en het grootste compliment is wanneer iemand nadien nog eens privé terugkomt. Belgische wijn heeft echter nog geen sterke uitstraling. Hij is al vrij duur in vergelijking met buitenlandse wijn en kost al bijna 10 euro per fles. We kunnen dus zeker niet investeren in dure vinificatietechnieken of zelfs eikenhouten vaten om onze wijn in op te voeden. Voor ons ligt de toekomst in een hogere productie van meer verschillende wijnen. Door meer wijn te produceren, zullen onze producten bekender worden. We zoeken nu volop naar verkooppunten overal in Vlaanderen. We mikken daarbij op streekproductenwinkels." De creatie van de herkomstbenaming Heuvelland zint Six wel, maar hij heeft er ook zijn bedenkingen bij. "Het zou nog objectiever moeten. Nu proeven wij zelf onze wijn en beslissen mee of hij de GOB krijgt of niet. Dat kan eigenlijk niet. Er moet een onafhankelijk proefcomité komen. Maar we zijn al goed op weg." De familie Six produceert op dit moment ongeveer 16.000 flessen per jaar. De bedoeling is om naar 35.000 flessen te gaan en naar 10 hectaren wijngaard. Voor Jan Caudron (37) van wijndomein Kampenberg is scholing de enige manier om tot goede wijn te komen in België. Caudron is fotograaf (hij werkt al jarenlang mee aan dit magazine) en kocht drie jaar geleden twee hellende akkers in Vlierzele, bij Sint-Lievens-Houtem aan het begin van de Vlaamse Ardennen. Ze liggen ongeveer drie kilometer uit elkaar, maar beide in een strook met een ondergrond van zeer doorlatende zogenaamde 'Balegemse zandsteen', waarmee de kathedraal van Antwerpen werd gebouwd. In april 2004 plantte hij 350 stokken pinot gris aan op een stuk van 2000 m2, in 2005 nog eens 100 stokken pinot gris en in zijn tweede wijngaard van 1500 m2 400 stokken zweigelt (rood). Nu, in 2007, heeft hij zijn eerste druiven om wijn van te maken. Caudron investeerde dit jaar meteen ook in drie roestvrijstalen cuves van 1500 liter en een kleine maar professionele pneumatische pers. "Ik denk dat de Belgische wijnbouw zich moet concentreren op kwaliteit en niet op kwantiteit. De hoge loonkosten, de versnippering van de percelen en vooral de druk op die percelen in ons land laten het niet toe om een zeer groot wijnbedrijf op te richten. Kwaliteit kan er alleen komen door scholing. Ikzelf liep stage bij diverse wijnbouwers in Frankrijk, studeerde uit internationale wijnboeken en probeerde me van in het begin grondig te informeren. Een van de eerste dingen die ik deed, was naar de Gentse universiteit stappen, op zoek naar de bodemkaarten van mijn streek. Wat bleek? Die zijn er wel, vooral gebaseerd op grondboringen uit de jaren zestig, maar ze zijn niet openbaar gemaakt. Niemand kan er eigenlijk aan, ze liggen in bibliotheekkasten van universiteiten." "Als je wat studie en praktijkervaring achter de rug hebt, is het trouwens niet zo moeilijk om te kijken of een perceel geschikt is om er aan wijnbouw te doen. Zo begrijp ik bijvoorbeeld niet dat men in de streek van Beaumont, in Wallonië, nog geen wijngaarden met chardonnay heeft aangeplant. Men heeft daar hellingen met bijzonder veel kalk in de bodem. Hetzelfde voor de hellingen tussen Namen en Hoei, waar langs de oevers van de Maas bijzonder veel leisteen in de grond zit, uitermate geschikt voor riesling. En ook de noordkant van Ronse, die langs de ijzerzandsteenrug ligt die van Calais naar Maastricht loopt en waarlangs ook die van het Hageland liggen. Die ijzerzandsteen is zeer geschikt voor mineralige witte druivensoorten." "Door de grote versnippering van de akkers is het bijzonder moeilijk om in Vlaanderen een grote wijngaard op te starten, maar het grote voordeel is tegelijkertijd dat er bij ons eigenlijk nog geen wijngaarden zijn. Je kan dus zelf je perceel kiezen in functie van de druif die je wil aanplanten. Je mag trouwens aanplanten wat je wil; dat kan bijvoorbeeld niet in Frankrijk." "Een wijnbouwer die kans wil maken op succes moet niet alleen alles weten van de wijngaard, de bodem en zijn druivensoorten, hij moet ook goede wijn kunnen maken én hij moet die ook weten te verkopen. Dat zijn drie jobs bij elkaar en niet iedereen kan die evengoed. Daarin moet men zich dan bekwamen en dat kan alleen maar door scholing." (T) (*) WIJNJOURNALIST FILIP VERHEYDEN BEZIT HET BRITSE 'WSET ADVANCED CERTIFICATE'. DOMEIN MONTEBERG, 8951 DRANOUTER, www.monteberg.be JAN CAUDRON, 9520 VLIERZELE. www.kampenberg.beDoor Filip Verheyden (*) / foto's Thomas De Boever