Ernest Daltroff kwam uit een rijk burgergezin van Russische origine. Hij genoot helemaal geen opleiding als parfumeur, maar kon bogen op een uitzonderlijke smaak- en reukzin. Het zag ernaar uit dat zijn lot hem naar verre commerciële horizonten zou sturen. Zijn vader exporteerde namelijk verfijnde wijnen; Ernest ontdekte dus op jonge leeftijd Italië, het Nabije Oosten en Centraal-Amerika. Van zijn exotische omzwervingen bracht hij geurige en kleurige herinneringen mee. Hij kon dan ook putten uit een schat van referenties, wat zijn creaties alleen maar ten goede zou komen.
...

Ernest Daltroff kwam uit een rijk burgergezin van Russische origine. Hij genoot helemaal geen opleiding als parfumeur, maar kon bogen op een uitzonderlijke smaak- en reukzin. Het zag ernaar uit dat zijn lot hem naar verre commerciële horizonten zou sturen. Zijn vader exporteerde namelijk verfijnde wijnen; Ernest ontdekte dus op jonge leeftijd Italië, het Nabije Oosten en Centraal-Amerika. Van zijn exotische omzwervingen bracht hij geurige en kleurige herinneringen mee. Hij kon dan ook putten uit een schat van referenties, wat zijn creaties alleen maar ten goede zou komen.Het verhaal begint in de Parijse voorstad Asnières, waar Daltroff de kleine distilleerderij 'Parfumerie Emilia' aankoopt. Hij is vastbesloten zijn eigen geuren te creëren en ze ook te exporteren. Hij zoekt nog naar een welluidende en zeer Franse naam. Op een dag ziet hij de bekende acrobaat Caron aan het werk op het Champ-de-Mars; in de telefoongids vindt hij die avond een parfumerie Caron, gevestigd in de rue Rossini. Binnen de week tekent Daltroff een contract met de eigenares van de winkel, Anne-Marie Caron, die op 1 augustus 1903 de naam en de handel overlaat aan de ondernemende 'neus'. Een jaar later creëert de meester zijn eerste parfum, Radiant; in 1906 volgen Modernis en Ravissement. Om zijn producten de nodige uitstraling te geven, is een prestigieus adres nodig: Daltroff verhuist naar de rue de la Paix, nummer 10. Drie etages hoger begint in die periode ook een ambitieuze couturière uit Rijsel aan een schitterende Parijse carrière. Tussen Félicie Vanpouille en de jonge parfumeur is het liefde op het eerste gezicht. Ernest heeft niet alleen oog voor de charmes van Félicie, maar ook voor haar ideeën. Zij wordt dan ook zijn minnares en eveneens zijn muze, zijn raadgeefster, zijn artistiek directrice, zijn reclameontwerpster en later zijn erfgename. Het paarheeft de wind in de zeilen. In 1909 proeven ze de roes van het succes, met de lancering van Chantecler. Daltroff ziet zijn kans en zet alles op de export, die een enorme potentiële markt vertegenwoordigt. Twee jaar later kent Narcisse Noir een overweldigend succes in de Verenigde Staten, waar de vrouwen massaal bezwijken voor deze compositie op basis van witte en gele narcissen, jasmijn en oranjebloesem met een ondertoon van muskus en sandelhout. Nu staat niets de grote doorbraak nog in de weg. Caron mikt vooral op de Amerikaanse vrouwen en lanceert prachtige namen die perfect inspelen op de actualiteit. In 1916 steelt N'aimez que moi het hart van de soldaten, die dit parfum aan hun liefste geven om niet vergeten te worden. Tabac Blond, een bloemengeur op een ondertoon van leder, is bestemd voor de 'garçonnes' die de verleiding van de lange sigarettenpijpjes ontdekken. Dit parfum is geïnspireerd op het aroma van Engelse tabak, waarvoor de geallieerden een zwak hadden. Nuit de Noël haalt de voorpagina van het tijdschrift The New Yorker. En Avion is een eerbetoon aan de eerste vrouwelijke luchtvaartexploten. De stroom van valuta's die Ernest Daltroff met zijn export naar Parijs brengt, levert hem in 1924 een Légion d'Honneur op. In 1929 echter, na de beurscrash van Wall Street, ziet Caron zich verplicht de activiteiten in eigen land dringend uit te breiden. In Frankrijk staat de parfumhandel dan nog in de kinderschoenen: het merk heeft zelfs niet eens een plaatselijke vertegenwoordiger... Daltroff moderniseert de fabriek van Asnières, bouwt een nieuw laboratorium en neemt zijn eerste verkoper in dienst.Twee bestsellers blazen de naambekendheid en de omzet van Caron nieuw leven in. In 1933 ontluikt Fleur de Rocaille, een boeket dat de wereld zal veroveren. In 1934 komt Pour un homme op de markt, het eerste parfum voor mannen: een lavendelgeur die een universele klassieker wordt. De oorlogdrijft het 'Caron-paar' uiteen. Daltroff voelt de holocaust aankomen; hij vertrekt naar Canada en daarna naar New York, waar hij twee jaar later overlijdt. Félicie blijft in Parijs en krijgt af te rekenen met de bezetting: het is moeilijk, zo niet onmogelijk, een bedrijf van joodse origine te laten overleven. Een Duitse vriend die niet bang is om zijn nek uit te steken, vindt voor Caron een Franse zaakvoerder die banden heeft met de parfumindustrie.Op 68-jarige leeftijd trouwt Félicie met een jonge Parijzenaar die haar zoon had kunnen zijn. Intussen heeft ze geërfd van Ernest Daltroff, zodat ze voor 100% eigenaar is van Caron. Na de oorlog verhuist ze het bedrijf naar een schitterende meesterwoning aan de Place Vendôme, nummer 10. Bijna 20 jaar later (ze is dan 89 en weduwe) verkoopt ze de onderneming aan een marketingspecialist die goed op de hoogte is van de nieuwe verkoopmethodes; in 1964 begeleidt hij de beursgang van het bedrijf.De geurige geschiedenis gaat verder met namen als Or et Noir, Poivre,...: sterke geuren, bedoeld voor jonge vrouwen. Daarop volgen edele kostbare aroma's zoals het rijke Nocturnes, Fleur de Rocaille (bis), Parfum Sacré (een lofdicht met mythische klanken), Aimez Moi (een zoektocht naar tederheid met een hart van bloemen). In de geest van de tijd ontstaan ook de Eaux de Caron: 'Fraîche' met tonen van citrusvruchten, basilicum en tijm; 'Pure' met geuren die de zee oproepen; het eenstemmige 'Forte', fruitig maar toch niet zoet. In de komende herfst mogen we weer een groot nieuw parfum verwachten. In het vooruitzicht van de honderdste verjaardag is een nieuw tijdperk aangebroken voor Caron, een van de weinige parfumeurs die zijn reputatie alleen aan zichzelf te danken heeft. De onderneming behoort nu tot de dynamische Franse groep Phyto Liérac, die met vaste hand wordt geleid door de selfmade-man Patrick Alès.TEKST: SUZANNE LAMBERTS