We schrijven 1962. Yves Saint Laurent, op dat moment een jonge, beloftevolle ontwerper, stapt de Berluti-boetiek in de rue Marbeuf in Parijs binnen. Hij is vergezeld van een Amerikaan met geblondeerde haren, Andy Warhol. De toekomstige vader van de popart, een kunststroming die op dat moment in Europa nog een illustere onbekende is, vraagt aan Olga Berluti, de pas aangestelde artistiek directeur van het huis, om voor hem een paar schoenen op maat te maken. Aangezien Warhol iets unieks wilde, geeft hij haar carte blanche... en een jaar de tijd om de schoenen te maken.
...

We schrijven 1962. Yves Saint Laurent, op dat moment een jonge, beloftevolle ontwerper, stapt de Berluti-boetiek in de rue Marbeuf in Parijs binnen. Hij is vergezeld van een Amerikaan met geblondeerde haren, Andy Warhol. De toekomstige vader van de popart, een kunststroming die op dat moment in Europa nog een illustere onbekende is, vraagt aan Olga Berluti, de pas aangestelde artistiek directeur van het huis, om voor hem een paar schoenen op maat te maken. Aangezien Warhol iets unieks wilde, geeft hij haar carte blanche... en een jaar de tijd om de schoenen te maken. In 1963 kan Olga hem het resultaat laten zien: een paar mocassins met een grote dwarsnerf. Het gaat om een prototype dat zij speciaal voor Warhol in het geheim heeft gemaakt, tegen het advies in van papa Berluti (Torello), de grootvader van de Berluti-dynastie. Hij vindt het ontwerp mislukt en te extravagant. Warhol bekijkt het object nauwkeurig, terwijl de ontwerpster hem vertelt dat de schoen werd gemaakt met het leder van een koe die zich graag tegen de prikkeldraad aanwreef. De schoenen maakten furore in New York en werden een mythisch object van de undergroundcultuur. Uit nostalgie en wegens de naam Warhol besliste Olga in 1992 om dit uitzonderlijke model aan de klanten van Berluti aan te bieden als de Andy Warhol mocassin. Net zoals dat met die 'prikkeldraadkoe' is gegaan, breidde Olga Berluti de 'prêt-à-chausser'-collectie van het huis met het nodige lef en vakmanschap uit. "Bij mij is het alles of niets," zegt zij. Vandaag telt Berluti een vijftiental verschillende productlijnen, die allemaal door haar werden ontworpen. Behalve de grote klassiekers, zoals de Collection Bottier, Club of Elegante, heeft ze in 1997 de Collection Tatoués bedacht. Daarvoor heeft Olga Berluti zich laten inspireren door het motief op de schouder van een van haar jonge Japanse assistentes. Olga brengt met onuitwisbare inkt een tatoeage aan in het leder zelf, onder de 'huid', een proces dat heel erg op dat van echte tatoeages lijkt. De klant kan kiezen tussen een springende tijger, een draak, een salamander of zelfs een doodshoofd. Het chicst is natuurlijk uw eigen tekening laten aanbrengen door de vaardige handen van Berluti, op voorwaarde natuurlijk dat u een paar maanden geduld kunt oefenen en de nodige centen op tafel legt. De prijs (vanaf 1250 euro) ligt aanzienlijk hoger dan wat u betaalt voor een paar 'gewone' schoenen van het huis. De Collection Tatoués is niet de enige stilistische impertinentie vanwege Olga. Het model Piercing is - volgens Olga Berluti - een "schoen van de onderwereld". "Ik wilde een schoen maken met de huid zoals die er in werkelijkheid uitziet, inclusief littekens, snijwonden en inkervingen. Een schoen is als het leven, heeft alles meegemaakt en laat zijn wonden met verve zien." Andere genres, andere stijlen. Het Derby-model met dwars over het leder zijn 'lasso' aan de zijkant, is een eerbetoon aan de 'urban cowboys'; de Collection Guerrier roept dan weer reminiscenties op aan een Afrikaans masker met een enorme zijdelingse naad die aan rituele inkervingen doet denken. Gemeenschappelijk voor al haar creaties is de zin voor boetedoening, die wordt gesymboliseerd door het gewonde leder. Als herinnering aan haar vrome jeugd. Zoals de familietraditie het wilde, groeide Olga tot de leeftijd van veertien jaar immers op in een klooster in Parma. Als adolescente vertoefde zij urenlang in kerken en was ze in de ban van devotie en kruisafnemingen. "Ik hield ervan om urenlang bezig te zijn met beschouwingen bij een houten Christusbeeld waarvan de bebloede voeten met grote nagels doorboord waren," vertelt zij. Zij beschouwt de voeten van mannen als die van Christus. "Ik heb toen beslist dat ik de nagels voorgoed uit hun voeten moest verwijderen."Zij vergelijkt haar grenzeloze toewijding met een soort missie. "Ik werk in de spiritualiteit van de ziel. Ik ben van het klooster rechtstreeks in mijn kelder beland," vertelt zij, verwijzend naar haar ondergrondse atelier in de Marais, in hartje Parijs. Daar ontwerpt zij tot in de kleinste details haar toekomstige modellen, die dan later in veertig tot tachtig uur in het confectieatelier worden gefabriceerd. Bepaalde schoeneigenaars aarzelen niet om hun schoenen van Berluti te laten blinken met Dom Pérignon en ze in hun testament op te nemen. Het schoenmerk is er immers om te blijven bestaan. Schrijver Jean Dutourd heeft zelfs een paar Club-schoenen die 35 jaar oud zijn... Het atelier van Olga is net zoals zij zelf is. Het werd ontworpen door Carlo Rampazzi, een designer uit Milaan. Het atelier heeft de allures van een barok theater, is voorzien van veel goud, gecapitonneerde fauteuils en donkerrode stoffen. Dat is ook niet verwonderlijk. Olga is namelijk dol op opera en heeft als kostuumontwerpster meegewerkt aan tientallen films zoals 'Harem', waarvoor zij in 1985 een César-filmonderscheiding kreeg, en 'Farinelli' van de Belg Gérard Corbiau. In een hoekje exposeert de eigenares haar ex-voto's: houten vormen die hebben gediend voor het maken van schoenen van klanten waarvoor zij een enorme bewondering heeft (onder meer Jean Cocteau, Visconti en filmmaker Bertrand Blier). Die modelvormen worden op een bijna religieuze manier bewaard en aangekleed met kostbare stoffen, parels en zijde. Misschien dat men op een dag een dergelijke ex-voto terugvindt die gewijd is aan Bernard Arnault, de algemeen directeur van LVMH, de grootste groep voor luxeartikelen in de wereld en sinds 1995 eigenaar van Berluti. Dankzij LVMH kan de ster van het merk Berluti immers ook in Londen, Osaka, Moskou en Milaan schijnen. Het is de strategie van de groep om in de hele wereld een twintigtal winkels te openen en toch het ambachtelijke en elitaire karakter van het merk te bewaren. Antoine MorenoBepaalde schoeneigenaars aarzelen niet om hun Berluti-schoenen te laten blinken met Dom Pérignon en ze in hun testament op te nemen.