Op de oude mijnsite van Winterslag gebeurt iets wonderlijks. Rond de twee mijnschachttorens - trotse getuigen van een rijk industrieel verleden - groeien een school, een cultureel centrum, een bioscoopcomplex, een designcentrum, restaurants en cafés stilaan maar zeker naar elkaar toe. Op een aanpalend terrein zijn ook de werken gestart voor een woonwijk. Een nieuw stukje Genk krijgt vorm. 'C-Mine' heet het ambitieuze project dat goed op weg lijkt om een voorbeeld te worden van hedendaagse herbestemming.
...

Op de oude mijnsite van Winterslag gebeurt iets wonderlijks. Rond de twee mijnschachttorens - trotse getuigen van een rijk industrieel verleden - groeien een school, een cultureel centrum, een bioscoopcomplex, een designcentrum, restaurants en cafés stilaan maar zeker naar elkaar toe. Op een aanpalend terrein zijn ook de werken gestart voor een woonwijk. Een nieuw stukje Genk krijgt vorm. 'C-Mine' heet het ambitieuze project dat goed op weg lijkt om een voorbeeld te worden van hedendaagse herbestemming. Sinds september 2010 zijn de oude energiegebouwen opnieuw in gebruik. Na een grondige renovatie en uitbreiding huisvest het gebouwencomplex nu een cultuurcentrum, een designcentrum, seminarieruimtes en een toeristisch bezoekersonthaal. Het ontwerp is van het Brusselse architectenbureau 51N4E. "Een boeiend experiment", noemt architect Johan Anrys het project. "De grote schaal is de sterkste troef. Het geeft het project de slaagkansen om boven het referentieniveau van Genk zelf uit te stijgen." Met die omvang van de site, maar ook van de energiegebouwen zelf, zijn de architecten van 51N4E aan de slag gegaan. Als een soort zelf opgelegde randvoorwaarde die het ontwerp stuurde. "Het werkt door in de vormgeving, in de positionering, ja zelfs tot in de afwerking en detaillering", zegt Johan Anrys. Een andere uitdaging bestond erin het beschermde industriële erfgoed te respecteren en het tegelijk te activeren met een compleet nieuwe functie. "Dat is als koorddansen", getuigt Johan Anrys. Het respect voor het erfgoed tonen de architecten niet in het kopiëren van de oude materialen of stijlvormen, maar wel in het voortbouwen op de intrinsieke kwaliteiten van het oorspronkelijke gebouw: de organisatie en nogmaals het ruimtegevoel. Generositeit, noemen de architecten het. "Het lijkt soms wel alsof dat gebouw in een andere schaal was gemaakt. Die overmaat hebben we bij de uitbreiding en de inrichting willen bewaren. Zodat het blijft voelen als een landschap waarin je verloren kunt lopen." We flitsen even terug naar de tijd van voor de renovatie en uitbreiding. De energiegebouwen zijn dan nog een T-vormig complex, met een vijf meter hoge sokkel en daarbovenop een zeer hoge verdieping. De onderste laag is eigenlijk het technische niveau met alle machines en leidingen. Boven zijn de pronkzalen die alleen indruk maken door hun schaal. Het is de context waarin de architecten een toch wel omvangrijk programma moeten onderbrengen: een grote en een kleine theaterzaal, een foyer, een theatercafé, vergaderlokalen, sanitair, bergruimtes, kantoren... "We hebben het systeem van dat gebouw aanvaard", legt Johan Anrys uit. "En we hebben alle functies die we op een logische manier konden inpassen daar ook ondergebracht. Tegelijk hebben we de functies die niet pasten binnen het bestaande areaal van ruimtes, ondergebracht in het nieuwbouwgedeelte." De architecten hebben de 'oksels' van het oorspronkelijke T-vormige gebouw opgevuld met twee kubusvormige gebouwen waarin de theaterzalen zijn ondergebracht. Door die toevoegingen ontstaat een rechthoekig grondplan dat tegelijkertijd helder en verrassend is. Het centrum laat zich vanuit de foyer ontdekken als een labyrint van aaneengeschakelde ruimtes. En toch blijft de structuur van het complex zeer leesbaar. Misschien omdat ze de bestaande logica van het gebouw hebben doorgetrokken in het nieuwbouwgedeelte. "De communicatie tussen de twee niveaus van het bestaande gebouw vonden we heel mooi", vertelt Johan Anrys. "Alle licht komt van boven, van de rijkelijk beglaasde zalen, en valt via openingen naar de gelijkvloerse verdieping. Dat herhalen we eigenlijk. De grote theaterzaal bijvoorbeeld is ook een daglichtzaal, met 360 graden lichtinval, van boven naar beneden." Johan Anrys is vol lof over de rol van het stadsbestuur in het project. "Ze hebben bijvoorbeeld meteen, al van bij de jurering, Monumentenzorg mee aan de tafel gezet. Op die manier trek je die mensen, die toch vooral een beschermende reflex hebben, mee in het verhaal: we moeten dat hier activeren, hoe gaan we dat doen, beslis mee... Die openheid is een context waarin wij goed gedijen en graag werken: op basis van een duidelijke strategie samen een weg afleggen waarbij iedere partij haar verantwoordelijkheden heeft en neemt." Dat een overheid niet altijd met één stem praat, vindt hij geen echte hindernis, integendeel. "Er zijn inderdaad vaak veel ideeën en gedachten die soms politiek tegenover elkaar staan. Maar door die ideeën te combineren, te associëren, geraken we er wel uit. In de architectuur kan dat. Bijvoorbeeld: grondig renoveren en toch het erfgoed respecteren, hoe doe je dat? Met architectuur kan dat. Het is bij uitstek een middel om tegengestelde ideeën te combineren." LAURENZ VERLEDENS"Architectuur is bij uitstek een middel om tegen-gestelde ideeën te combineren"