De Waalse minister van Werk, Eliane Tillieux (PS), ontpopt zich tot minister van Ongelijkheid. Haar voorstel voor een algemene vierdaagse werkweek, beperkt tot een deel van de Waalse publieke sector, betekent een georganiseerde ongelijkheid. Meer ongelijkheid tussen de ambtenaren die minder mogen werken en iedereen die meer kan werken. Arbeidstijdongelijkheid is een oorzaak van inkomensongelijkheid tussen hooggeschoolden in de privésector en anderen op de arbeidsmarkt. Meer ongelijkheid ook tussen Wallonië en Vlaanderen. Arbeidsduurbeperking betekent globaal productiviteitsverlies en productiviteit is de basis van alle welvaart.
...

De Waalse minister van Werk, Eliane Tillieux (PS), ontpopt zich tot minister van Ongelijkheid. Haar voorstel voor een algemene vierdaagse werkweek, beperkt tot een deel van de Waalse publieke sector, betekent een georganiseerde ongelijkheid. Meer ongelijkheid tussen de ambtenaren die minder mogen werken en iedereen die meer kan werken. Arbeidstijdongelijkheid is een oorzaak van inkomensongelijkheid tussen hooggeschoolden in de privésector en anderen op de arbeidsmarkt. Meer ongelijkheid ook tussen Wallonië en Vlaanderen. Arbeidsduurbeperking betekent globaal productiviteitsverlies en productiviteit is de basis van alle welvaart. Op korte termijn kan arbeidsduurvermindering arbeidsverdeling betekenen en zo inkomens tussen werkenden en werkzoekenden verdelen. Maar de kostprijs daarvan is een algemeen verlies aan economisch potentieel op lange termijn, dat iedereen benadeelt en ook in minder werkgelegenheid eindigt. Aan de grondoorzaken van de Waalse werkloosheid gaat arbeidsduurvermindering dan weer grandioos voorbij. Het is een symbolische maatregel die 'le déclin wallon' niet zal stoppen. Hij raakt niet aan de grote problemen van inzetbaarheid, mobiliteit en opleiding, die vele tienduizenden werkzoekenden in de werkloosheid opsluiten. Het is een doekje voor het bloeden die de etterende wonde van structurele werkloosheid niet zal helen. Dat arbeidsduurvermindering en arbeidsverdeling werkcreatie bevorderen, is een oeroud idee waarvan aanhangers de excellentie prediken tegen elk bewijs van spectaculair falen in. In de jaren zeventig was België de grote proeftuin ter zake: georganiseerd brugpensioen voor 'ouderen' moest voor 'jongeren' banen opleveren. Vandaag presteert onze arbeidsmarkt voor beide groepen beneden de maat, terwijl vervroegd pensioen een toxische verslaving is geworden. Het experiment met de 35-urige werkweek heeft de economische malaise in Frankrijk evenmin gekeerd. Tegenover de al even bescheiden als gecontesteerde Franse 'banencreatie' staan bureaucreatie, schaduwwerk en hinderpalen voor de echte dynamiek die geen banen verdeelt maar bijmaakt. Precies het onderscheid tussen verdelen en maken, maakt van arbeidsduurvermindering een zwaktebod. Er bestaat geen vaste hoeveelheid banen die onder de beroepsbevolking moet verdeeld worden. Er komen banen bij door economische dynamiek die op zijn beurt juist door werken wordt gestut. Elke werknemer kan maar op één stoel tegelijk zitten, maar hoe meer mensen werken hoe meer stoelen erbij komen. Mannen zijn de afgelopen decennia niet met miljoenen in uitzichtloze werkloosheid gewrongen doordat vrouwen massaal de arbeidsmarkt hebben vervoegd. Integendeel: mede dankzij de participatie van de vrouw zijn vele economische sectoren gevoed, is de algemene groei gestuwd en hebben er nog nooit zoveel mensen gewerkt als vandaag. De weg naar welvaart, inclusie en welzijn ligt in meer ruimte voor activiteit, niet in minder. Natuurlijk is het belangrijk dat we de combinatie van leven en werken gezond en duurzaam houden. Daar zijn instrumenten voor, getuige de groei van tijdelijke arbeid en deeltijds werk, getuige de aandacht voor het loopbaaneinde, getuige het nieuwe kader voor werkbaar en wendbaar werk. Die weg moeten we vooral verder bewandelen. Het is de weg van mensenmaat, van keuze en autonomie, van nieuw personeelsbeleid en van creatief sociaal overleg. Hij zal arbeidsduur laten variëren op maat van veranderende noden en wensen, wie weet zelfs met arbeidsduurvermindering waar nuttig. Gecentraliseerde, gestandaardiseerde en verplichte arbeidsduurvermindering is de omgekeerde weg. Hij combineert georganiseerde economische zelfverminking met een nefaste arbeidsfilosofie uit een ver industrieel verleden. De auteur is directeur van denktank Itinera en doceert aan de UGent. MARC DE VOSElke werknemer kan maar op één stoel tegelijk zitten, maar hoe meer mensen werken hoe meer stoelen erbij komen.