Een fiscaal gedrocht

Michel Maus Advocaat en hoogleraar fiscaal recht aan de VUB

Vorige week werd het fiscale deel van de zesde staatshervorming eindelijk goedgekeurd in het parlement. Meteen breekt een nieuw tijdperk aan, waarin de gewesten ruimere bevoegdheden krijgen voor de personenbelasting. Tot nu toe werden de gewesten grotendeels gefinancierd met een dotatiesysteem. Daarbij wordt een groot deel van de federale personenbelasting aan de gewesten toebedeeld. De gewesten hebben slechts beperkt de mogelijkheid om belastingverminderingen op de personenbelasting toe te passen. Daar komt nu verandering in. De federale dotaties aan de gewesten worden afgeschaft; in ruil krijgen de gewesten de bevoegdheid opcentiemen te heffen. Daarnaast worden de gewesten onder meer exclusief bevoegd voor het beleid over de arbeidsmarkt, huisvesting en mobiliteit, wat betekent dat ze ook alle fiscale aftrekposten die behoren tot die bevoegdheden moeten overnemen.

Op het eerste gezicht zal er voor u weinig veranderen. De federale overheid blijft bevoegd voor de inning van de personenbelasting. Maar voor de berekening van de belastingen komen er wel ingrijpende wijzigingen. In feite heeft de staatshervorming tot gevolg dat we vanaf volgend jaar een verschillende personenbelasting krijgen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Om te bepalen onder welk regime u valt, gaat de fiscus uit van uw fiscale woonplaats op 1 januari van het aanslagjaar.

Voortaan berekent de fiscus eerst de personenbelasting op basis van de federale belastingregels; daarna vermindert de administratie die met de zogenoemde autonomiefactor van 25,99 procent. Op die gereduceerde belasting kunnen de gewesten hun opcentiemen heffen. De gewesten krijgen daar in principe een vrijgeleide. Ze kunnen bijvoorbeeld een forfaitair tarief hanteren, of een gedifferentieerd tarief volgens eigen belastingschijven. Maar de opcentiemen kunnen niet op alle inkomsten worden toegepast; dat is bijvoorbeeld het geval voor intresten, dividenden en royalty’s.

Naast de mogelijkheid opcentiemen in te voeren, krijgen de gewesten ook de bevoegdheid over de fiscale voordeelregimes die gekoppeld zijn aan hun bevoegdheden. Voor de personenbelasting wil dat zeggen dat de gewesten voortaan exclusief bevoegd zijn voor de belastingvermindering van de woonbonus; voor de belastingvermindering voor de beveiliging tegen inbraak en brand van een woning; PWA- en dienstencheques; energiebesparende uitgaven voor een woning; de restauratie van beschermde gebouwen; de vernieuwing van een woning in een zone voor positief grootstedelijk beleid; en de vernieuwing van een sociale huurwoning.

Die regeling is ongelofelijk complex. De woonbonus wordt bijvoorbeeld gewestelijke materie, maar de intrestaftrek voor een tweede woning blijft federaal. De belastingvermindering voor de beveiliging van een woning tegen inbraak of brand en voor energiebesparende uitgaven wordt volledig gewestelijk, ook voor een tweede woning. Als u in Brussel woont en een tweede en derde verblijf bezit aan de kust en in de Ardennen, wordt het toch wat puzzelen. De woonbonus voor uw woning in Brussel wordt gewestelijk geregeld volgens de regels van het Brussels Gewest. Die regelgeving is ook van toepassing op uw woning aan zee en in de Ardennen, onder meer voor de vermindering voor energiebesparende uitgaven. Het Brussels Gewest moet dus een belastingvermindering toestaan voor onroerende investeringen in Vlaanderen en in Wallonië. Als u nog een lening hebt lopen voor uw tweede en derde woning, dan is de federale belastingwetgeving van toepassing voor uw intrestaftrek.

Omdat de wijziging van de woonfiscaliteit vrij gevoelig ligt bij de Belgen, heeft de regering beslist die bevoegdheid pas op 1 juli 2014 — dus na de verkiezingen — over te dragen aan de gewesten. In afwachting van de fiscale bevoegdheid van de gewesten wordt de huidige woonbonus vervangen door een belastingvermindering. Die bedraagt 50 procent voor leningen afgesloten voor 1 januari 2015; voor leningen afgesloten na 1 januari 2015 is dat 45 procent. De gewesten moeten beslissen of het voordeel van 45 procent behouden blijft.

Kunt u nog volgen? Nee? Dat is niet erg, ik eigenlijk ook niet. Ik vrees hetzelfde voor de meerderheid van de parlementairen die dat fiscale gedrocht hebben goedgekeurd.

De auteur is advocaat en hoogleraar fiscaal recht.

MICHEL MAUS

Kunt u nog volgen? Nee? Dat is niet erg, ik eigenlijk ook niet.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content