De meeste eigenaars van een Ferrari of Aston Martin gebruiken hun unieke karretje maar dertig dagen per jaar. De rest van de tijd zien ze de waarde van hun fraaie stukje mechaniek wegsmelten, terwijl ze zwaar blijven afdokken voor het onderhoud, de stalling en de verzekering. Daar komt nog bij dat hoe kapitaalkrachtiger de eigenaars, hoe sneller ze weer een ander speeltje willen uitproberen. Kortom, je mag nog zo rijk zijn, de aankoop van een supercar is op dit ogenblik niet de beste investering.
...

De meeste eigenaars van een Ferrari of Aston Martin gebruiken hun unieke karretje maar dertig dagen per jaar. De rest van de tijd zien ze de waarde van hun fraaie stukje mechaniek wegsmelten, terwijl ze zwaar blijven afdokken voor het onderhoud, de stalling en de verzekering. Daar komt nog bij dat hoe kapitaalkrachtiger de eigenaars, hoe sneller ze weer een ander speeltje willen uitproberen. Kortom, je mag nog zo rijk zijn, de aankoop van een supercar is op dit ogenblik niet de beste investering. Maar sinds kort hoef je geen sport- of prestigewagen meer te bezitten om je passie te kunnen uitleven. Twee jaar geleden werd in Frankrijk de Toys Club opgericht, en die geeft aan zijn leden de kans om voor een vaste bijdrage het hele jaar door de mooiste en meest recente sport- en prestigewagens te gebruiken. Achter de selecte club, die zijn hoofdzetel heeft aan de Champs-Elysées in Parijs, gaat Alain Prost schuil, de gewezen wereldkampioen formule 1, samen met enkele zakenpartners uit de bankwereld. De idee voor de Toys Club, die zich profileert als "de eerste club voor sport- en prestigewagens", spruit voort uit een concept dat een tiental jaar geleden in Groot-Brittannië werd bedacht door die andere F1-renner, Damon Hill. "Ik volgde met belangstelling wat er in Engeland gebeurde", zei Alain Prost toen hij onlangs zijn bedrijf in Brussel kwam voorstellen. "En ik geloofde meteen in een gelijkaardig project. Want de maatschappij is aan het veranderen." De ex-kampioen wijst meteen op de voordelen van de Toys Club-formule: "Persoonlijk heb ik nooit een sportwagen gehad. Ik wilde altijd een ruime auto, voor het gezin en om er mijn fiets in op te bergen. Maar dit systeem is wél interessant, omdat het je toelaat jezelf een pleziertje te gunnen op het moment dat het jou uitkomt." Concreet hanteert de Toys Club een zeer eenvoudig principe: in ruil voor een bijdrage van 17.500 euro per jaar krijgt elk lid een aantal punten dat hij naar believen tijdens het jaar kan opgebruiken. Het aantal punten is afhankelijk van het gekozen voertuig, het seizoen en de dag van de week waarop je met de wagens de baan op wil. "Het lidgeld geeft recht op 1000 punten en 7000 km. Dat komt neer op een gemiddeld gebruik van een voertuig gedurende dertig dagen per jaar. Eigenaars van dit soort bolides rijden ook maar dertig dagen per jaar met hun sportwagen." Met andere woorden: als clublid ga je gewoon achter het stuur zitten en kan je naar believen van auto veranderen. De Toys Club neemt de meer onaangename kantjes voor zijn rekening: stalling, verzekering, onderhoud, waardevermindering... Op dit ogenblik beschikt het bedrijf over een vloot van twaalf unieke wagens: onder meer een Ferrari F599 GTB Fiorano, een Alfa 8C Competizione, een Bentley Continental GT, een Maserati GranSport, een Lamborghini Gallardo Spyder en een Aston Martin V8. De Toys Club is voorzichtig van start gegaan. "Maar ondanks de crisis zijn we toch op koers gebleven", beklemtoont Prost. "Dat bewijst dat het concept goed zit." Op dit ogenblik telt het autodeelbedrijf een vijftigtal leden, vooral ondernemers tussen veertig en zestig jaar. "We willen niet té snel groeien, daarom zijn we ook selectief." Als emblematische figuur houdt Alain Prost zich logischerwijze bezig met de promotie van de club, maar hij onderhandelt ook met de automobielconstructeurs. "Dat we Alain Prost bij ons hebben, is een waarborg voor de ernst van de zaak", zegt Maxime Bertin-Mourot, de operationeel verantwoordelijke van de Toys Club. "Niet alleen doet hij heel wat voor het imago, ook zijn expertise is bijzonder waardevol voor ons." Op dit ogenblik telt de Toys Club drie personeelsleden. Het bedrijf haalt een jaarlijkse omzet van 1 miljoen euro. "Rendabel worden we al dit boekjaar", verzekert Maxime Bertin-Mourot. "Het is onze bedoeling om in totaal 100 à 120 leden te verzamelen en over achttien maanden zo'n twintigtal wagens te hebben." De aandeelhouders willen ook snel buiten Frankrijk actief worden. "Nog deze maand openen we een tweede vestiging in Cannes. En we willen ook in Brussel een kantoor." Het team was onlangs in onze hoofdstad en stelde er de club voor aan een select publiek. "Brussel telt nogal wat expats en tal van hartstochtelijke autofans", zegt Prost ter verantwoording. "Bovendien rijden er ook heel wat bedrijfswagens rond. Ons concept zou die categorieën van bestuurders de kans geven om zichzelf een pleziertje te gunnen." Na België hopen de aandeelhouders van de Toys Club vanaf 2010 een of twee vestigingen per jaar te openen. "We hebben projecten lopen in Lyon, Genève en Luxemburg, evenals in Spanje en de Scandinavische landen. We willen vooral werken met lokale partners." De jonge onderneming wil ook partnerships aangaan met bedrijven die soortgelijke timesharing aanbieden in vergelijkbare domeinen: jachten, privévliegtuigen en luxeverblijven. Afwachten nu of het concept van Alain Prost voldoende liefhebbers van luxewagens kan verleiden om zich op de kleine Belgische markt te kunnen waarmaken. Er bestaat hier al een vergelijkbare formule met de Classic Club uit Sint-Genesius-Rode, maar die spitst zich vooral toe op veertig tot vijftig jaar oude collectiesportwagens. De Classic Club vraagt een bijdrage van 1500 tot 5000 euro... een heel pak minder dan de Toys Club. Door Sandrine Vandendooren/foto Photonews"Brussel telt nogal wat expats en tal van hartstochtelijke autofans."