Een faillissement werkt enorm op je zelfbeeld," schetst coördinator Dirk Verschoore van de vzw Efrem. "In heel veel situaties doen we aan psychosociale begeleiding. We behandelen stress, verliesverwerking en, af en toe, zelfmoordgedachten." Vorig jaar begeleidden de twaalf vrijwilligers van de West-Vlaamse vzw 94 ondernemers. Daarvan zijn er 58 nog steeds actief, maar Verschoore geeft toe dat 41 ondernemers al voor januari 2004 in begeleiding waren. "Het vergt meer tijd om een zaak te redden, dan om ze stop te zetten."
...

Een faillissement werkt enorm op je zelfbeeld," schetst coördinator Dirk Verschoore van de vzw Efrem. "In heel veel situaties doen we aan psychosociale begeleiding. We behandelen stress, verliesverwerking en, af en toe, zelfmoordgedachten." Vorig jaar begeleidden de twaalf vrijwilligers van de West-Vlaamse vzw 94 ondernemers. Daarvan zijn er 58 nog steeds actief, maar Verschoore geeft toe dat 41 ondernemers al voor januari 2004 in begeleiding waren. "Het vergt meer tijd om een zaak te redden, dan om ze stop te zetten."Efrem is een vreemde bijt in het economische landschap. Sinds het opdoeken van de Rebecs (regionale begeleidingscellen) van Unizo zijn de West-Vlaamse vrijwilligers zowat het enige aanspreekpunt voor bedrijfsleiders die in de gevarenzone belanden. "Wanneer je zaak goed draait, kan je overal terecht. Je wordt overstelpt met allerhande initiatieven voor groei, export... Maar kom je in moeilijkheden, dan kun je bij geen enkele overheidsdienst aankloppen," noteerde professor Johan Lambrecht (Ehsal) uit de mond van een gestopte ondernemer. De vrijwilligersorganisatie, nu financieel afhankelijk van het Brugse bisdom, hoopt op overheidssteun. Maar werd door Vlaams minister-president Yves Leterme (CD&V) opnieuw doorverwezen naar Unizo, waarmee het al sinds 1997 in gesprek is voor financiële ondersteuning. Want bij ondernemersorganisaties als VBO, Voka of Unizo vinden ondernemers op de rand van het faillissement misschien een luisterend oor, maar weinig of geen concrete adviezen. Her en der zijn er privé-adviseurs die een zelfstandige of bedrijfsleider begeleiden bij een zachte landing, maar veelal blijven ondernemers tegen de stroom in roeien, soms tegen beter weten in. "Met alle respect voor de ondernemers, maar de meesten leggen gewoon te laat de boeken neer," zegt de Antwerpse curator Eddy Van Camp. "Waardoor minstens 75 % van de faillissementen lege dozen zijn, zonder enig actief."Los van de persoonlijke drama's die een stopzetting meebrengen, zitten er ook minder slechte kanten aan, beweert Lambrecht. "Er is een positieve wisselwerking tussen nieuwe bedrijven en stopzettingen. Daarin zijn er twee fenomenen. Je hebt vervangende creativiteit: een bedrijf dat verdwijnt, geeft ruimte aan een nieuwkomer. In Vlaanderen bijvoorbeeld zorgt 1 procentpunt meer stopzettingen voor 1,98 procentpunt meer toetredingen. Aan de andere kant heb je wat de Oostenrijkse filosoof Joseph Schumpeter creatieve destructie noemde: toetreders die bestaande bedrijven verdringen. In Vlaanderen leidt 1 procentpunt nieuwe bedrijven extra tot 0,25 procentpunt meer bedrijven die de boeken dichtdoen."Intussen blijft het aantal stopzettingen torenhoog. De eerste cijfers voor 2005 - 1332 tot eind februari - liggen weliswaar lager dan in 2004, maar toen werd wel opnieuw een triest record gevestigd, met 7984 faillissementsvonnissen. Daarbij verloren 18.550 mensen hun baan, berekende het onderzoeksbureau Graydon. "Er is inderdaad geen begeleiding in faillissementen. Maar een snelle probleemopsporing is essentieel, en dat blijft primair een taak voor de ondernemer," merkt Vlaams minister van Economie Fientje Moerman (VLD) op. De minister ziet drie hoofdoorzaken waarom ondernemers de boeken neerleggen: gebrek aan financiering, gebrek aan management en coaching, en gebrek aan overnemers. "Het aantal bedrijfsleiders van 55 jaar en ouder groeit, maar velen vinden niemand die de zaak wil kopen. Want van degenen die een bedrijf willen starten, wil 80 % dat in eigen naam doen." Daarbij gaat het om niet onbelangrijke aantallen: de komende tien jaar zou ongeveer een derde van alle bedrijven in andere handen overgaan. Dat komt neer op 610.000 KMO's per jaar, waarvan de helft eenmanszaken. Er zijn ongeveer 2,4 miljoen banen bij betrokken. De minister diept een rapport van het economisch bureau van ING op, waaruit blijkt dat 96 % van de overgenomen ondernemingen vijf jaar later nog steeds overleeft. Bij starters is dat slechts 50 %. Bovendien creëren de starters in die vijf jaar gemiddeld twee banen, overgenomen bedrijven vijf tot zeven. "We moeten de mensen dus meer sensibiliseren voor die mogelijkheid."Dat is wellicht een van de oorzaken waarom 60 % van de ondernemers hun stopgezette bedrijf een succes vond. Maar voor die andere 40 % is het einde een bittere pil. Voor sommigen komt het einde bijna onverwacht: 11 september doet hun klanten al hun bestellingen annuleren, een leverancier of belangrijke klant gaat failliet... Maar bij anderen is het een sluipend gevecht, waarbij de kosten voor het sociaal passief langzamerhand te hoog worden. Verschoore: "Veel ondernemers beschouwen een stopzetting nog steeds als een persoonlijke nederlaag. Terwijl het dat eigenlijk niet is. Ze zouden meer op zijn Amerikaans moeten reageren: ik heb het geprobeerd, het is niet gelukt, maar ik heb het tenminste geprobeerd."Tony Neven (zie blz. 26), de ex-topman van Care4Data, merkt op: "Ik heb me al dikwijls zitten afvragen of bedrijven de mogelijkheid zouden moeten krijgen om een verzekering af te sluiten tegen zo'n sociaal passief. In goede tijden regel je zo'n verzekering, je betaalt een premie (interessant, want fiscaal aftrekbaar) en op het moment dat je het nodig hebt, beschik je over de middelen."Neven zelf probeerde het faillissement nog te vermijden via een gerechtelijk akkoord. Maar hij stootte op een njet van zijn huisbankier. "Een bank heeft een betere uitgangspositie bij het faillissement van een bedrijf dan bij een gerechtelijk akkoord. Dat is een van de redenen waarom er bijzonder weinig gerechtelijke akkoorden worden uitgesproken in dit land, naast het feit dat je de kosten moet kunnen betalen." De hoge kostendrempel van het sociaal passief is een ander knelpunt. Neven: "Als wij alleen met Care4Data waren voortgegaan, hadden honderd van de 380 werknemers moeten afvloeien. Je bedrijf moet al een zekere schaalgrootte hebben om dat aan te kunnen."De wet op het gerechtelijk akkoord is een gemiste kans, daarover is iedereen het intussen wel eens. In 2004 telde Graydon nog bijna honderd aanvragen, fors minder dan de 177 in 1998, toen de wet van kracht werd. Van Camp: "Ik heb het altijd een slechte wet gevonden. Destijds werd er gejubeld dat het aantal faillissementen zou dalen, dat het zelfs de uitzondering zou worden." De cijfers bewijzen het tegendeel. Van de 961 gerechtelijke akkoorden die er sinds 1998 werden uitgesproken, hebben er amper 10,7 % het akkoord volbracht, werd 5,6 % ontbonden en maar liefst 68 % alsnog failliet verklaard. Inmiddels wordt de wet herzien. Opvallend genoeg zetelen in de commissie die de herziening voorbereidt, geen curatoren van enige naam of faam. Wel rechters en academici, maar geen mensen die faillissementen in de praktijk meemaken. En misschien moet ook de faillissementswetgeving maar eens worden aangepast, vinden de meeste betrokkenen. Zo betreurt Van Camp het dat de mogelijkheid om een akkoord te krijgen ná het faillissement, is afgeschaft in 1997. En een faillissement moeten kunnen worden heropend als een ondernemer later correctioneel wordt veroordeeld. "Dat zou veel tijd besparen, want de curator heeft al alle schuldvorderingen gewikt en gewogen, terwijl nu die mallemolen van voor af aan begint."Maar ook over de rol van de curator stellen sommigen zich vragen. Verschoore (Efrem): "In mijn ogen is de rol van een curator veel te weinig omlijnd. Er zijn nauwelijks termijnen en hij kan eigenlijk naar goeddunken beslissen wat hij doet. Bovendien ligt de bewijslast bij de gefailleerde. Dat er geen of nauwelijks activa meer zijn, wil niet zeggen dat de ondernemer heeft gefraudeerd. In de meeste gevallen is er niet gefoefeld en heeft de ondernemer tot het laatste moment gevochten voor zijn zaak." "Sorry dat ik het zo open zeg," merkt Tony Neven op, "maar een curator werkt voor de banken. En hij is daaraan met handen en voeten gebonden. Wil hij snel handelen, dan riskeert hij dat de bank zegt dat hij zijn best niet heeft gedaan. Er kon nog altijd iemand anders met een beter bod opduiken. Wacht hij te lang, dan is de kans groot dat de bankier zegt: 'Je had dat eerste bod moeten aannemen, want die bood meer'. Probeer in zo'n situatie maar eens je job goed te doen."De Limburgse ondernemer gaat verder. "Eigenlijk is een curator alleen maar geïnteresseerd in het verleden van het bedrijf, want hij moet de schulden afbetaald krijgen. Dat is uiteraard zijn job - begrijp me niet verkeerd -, maar eigenlijk hypothekeert hij de toekomstkansen van het bedrijf. Om de schulden afbetaald te krijgen, laat hij potentiële kopers hoog tegen elkaar opbieden. Wie zoveel betaalt voor het verleden, houdt uiteraard minder over voor de toekomst. Dat is bijvoorbeeld in Amerika veel minder het geval. Daar is een goed toekomstplan en het bewijs dat je de middelen ervoor hebt, veel belangrijker."Curator Van Camp is het daar natuurlijk niet mee eens. "In hoeveel gevallen lopen de belangen van de schuldeisers níét samen met die van een overnemer? Wanneer het kan, zal de curator het bedrijf voortzetten, want een ongoing bedrijf brengt nu eenmaal meer op dan een leeg gebouw. Maar in veel gevallen is het gewoon de bedrijfsleider die te laat de boeken neerlegt. Bij heel wat faillissementen steekt een curator zelfs geld toe, gewoon omdat hij er wel werk in moet stoppen, maar er geen activa zijn. Sta me toe dat ik dat dan niet als een prioritair geval op mijn lijstje zet." GERECHTELIJK AKKOORD EINDIGT IN FAILLISSEMENT20042003200220011998 Volbracht--62218 Ontbonden-310315 Failliet266485107144 Totaal99101126151177 Luc Huysmans"De meesten leggen gewoon te laat de boeken neer. Daardoor is minstens 75 % van de faillissementen een lege doos, zonder enig actief."