Het nieuws dat de Chinese economie in het eerste kwartaal met 7,7 procent was gegroeid in plaats van de verwachte 8 procent ging niet ongemerkt voorbij. Critici speculeren dat de Chinese economie in een doodlopende straat zit. Bovendien zijn er verontrustende berichten over een kredietzeepbel.
...

Het nieuws dat de Chinese economie in het eerste kwartaal met 7,7 procent was gegroeid in plaats van de verwachte 8 procent ging niet ongemerkt voorbij. Critici speculeren dat de Chinese economie in een doodlopende straat zit. Bovendien zijn er verontrustende berichten over een kredietzeepbel. Op 9 april verlaagde het agentschap Fitch voor het eerst sinds 1999 de kredietrating van China. De rating voor overheidsobligaties in yuan werd met één trapje verlaagd van AA- naar A+. De rating van overheidsobligaties in buitenlandse munten die al op A+ staat, werd niet verlaagd omdat die obligaties ondersteund worden door de enorme buitenlandse reserves. Eind 2012 klokten ze af op 3400 miljard dollar. De ratingverlaging komt er volgens Fitch door de toegenomen gevaren voor de financiële stabiliteit. Sinds 2008, toen de Chinese regering alle registers opentrok om de groei aan te zwengelen, is de kredietverlening aan de private sector exponentieel gestegen. De hoeveelheid toegekende bankkredieten aan de private sector was eind 2012 aangegroeid tot 135,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is het hoogste niveau van alle groeilanden. Een snelle toename van bankkredieten kan leiden tot een stijging van het aantal slechte leningen, wat de banken onder druk zet. Omdat de grootste banken van het land geheel of gedeeltelijk in overheidshanden zijn, zijn de kosten van een toename van het aantal slechte leningen voor de Chinese overheid. Maar er is meer dan alleen de kredieten in de balansen van de banken. Er is ook de snelle groei van het schaduwbankieren, waarbij leningen en investeringen via allerlei constructies uit de balansen van de banken worden gehouden. In China gaat het vooral om beleggingsproducten voor rijke privébeleggers waarvan de opbrengsten worden belegd in aandelen of uitgeleend aan de vastgoedsector. Deze praktijk maakt het moeilijk voor bankregulatoren om in te schatten hoe groot de banksector is, en dus hoe groot de verliezen kunnen zijn indien het fout loopt. Een pijnlijk voorbeeld is de financiële crisis van 2008, die mee veroorzaakt werd door de enorme omvang van de buitenbalansconstructies in de financiële sector. Fitch schat dat de totale kredietverlening aan de private sector inclusief het schaduwbanksysteem bijna 200 procent van het Chinese bbp bedraagt. Niet alleen het hoge peil van de kredietberg, maar ook de snelheid waarmee hij groeit, is alarmerend. In de eerste drie maanden van dit jaar is 60 procent meer kredieten toegekend dan in dezelfde periode vorig jaar. De toevloed aan geld in een economie die traag groeit of vertraagt, betekent dat ofwel geïnvesteerd wordt in productiefaciliteiten waar geen vraag naar is, ofwel in niet-productieve investeringen. Een duidelijk voorbeeld is de Amerikaanse vastgoedzeepbel, waar in de jaren 2000 een toevloed aan goedkoop geld geïnjecteerd werd in niet-productieve vastgoedinvesteringen. Een graadmeter van de efficiëntie van bankkredieten is het aantal Chinese yuans aan krediet die nodig zijn om het bbp met 1 yuan te doen stijgen. In 2003 was die verhouding 1 voor 1 of 1 yuan krediet verhoogde het bbp met 1 yuan. In 2012 was die verhouding volgens het economisch onderzoeksbureau IHS gestegen naar 3 voor 1, om het bbp met 1 yuan te doen stijgen waren 3 yuans aan krediet nodig. De dalende efficiëntie van bankkredieten wijst erop dat het groeimodel, geconcentreerd op investeringen in productie en infrastructuur, onhoudbaar is. Het Chinese kredietverhaal stopt niet bij kredieten aan de privésector. Ook de provinciale en lokale overheden hebben hoge schulden. Eerst door rechtstreeks te lenen, en daarna via buitenbalansconstructies. Het geld werd besteed aan soms overbodige infrastructuurprojecten. Zhang Ke, vicevoorzitter van de Chinese vereniging van accountants, schat dat de provinciale en lokale overheden schulden hebben opgebouwd ten belope van 20 tot 40 procent van het bbp. Hoewel de centrale overheid maatregelen heeft genomen om de vastgoedmarkt af te koelen, blijft ook deze krediettrein lopen. In het eerste kwartaal werd door de lokale overheden via buitenbalansconstructies twee keer zoveel geld opgehaald als in dezelfde periode vorig jaar. De totale Chinese schuldenberg kan zo opgelopen zijn tot 240 procent van het bbp, wat zeer hoog is voor een groeiland, en in de buurt komt van ontwikkelde landen als Australië of Canada. De kans dat die enorme schuldenberg leidt tot een acute financiële crisis is klein. De geschiedenis toont dat een dergelijke crisis drie aanleidingen kan hebben, en geen enkele van die aanleidingen is onmiddellijk van toepassing. Eerst en vooral als gevolg van een verlies van vertrouwen tussen de banken, de aanleiding van de Lehman-crisis in 2008. Dat is weinig waarschijnlijk omdat alle grote banken gecontroleerd worden door de overheid. Die overheid kan de banken indien nodig dwingen te blijven lenen aan banken in nood. Een tweede aanleiding is een verlies van vertrouwen van internationale investeerders in een land, zoals de Aziatische crisis eind jaren negentig. In dat geval verlaten grote hoeveelheden kapitaal het land, waardoor de munt ineenzakt en de banken in de problemen komen. Ook dit is in China weinig waarschijnlijk door de strikte kapitaalcontroles. Bovendien bezit het land een enorme reserve aan buitenlandse valuta. Een derde aanleiding is een verlies van vertrouwen in de banken van het brede publiek. Dat zou betekenen dat de Chinese spaarders en beleggers het vertrouwen zouden moeten verliezen in alle banken en de Communistische Partij. Opnieuw weinig waarschijnlijk. Hoogstwaarschijnlijk wordt de schuldenberg op een Aziatische manier aangepakt, door het verbergen van de slechte leningen. Die leningen worden dan samen met andere leningen voortdurend geherfinancierd, en heel langzaam afgeschreven. Deze trage aanpak werkt gemakkelijker in een land dat blijft groeien. In een land dat niet of traag groeit, werkt alleen een harde aanpak: een eenmalige monsterafschrijving van de slechte leningen. Een te vermijden voorbeeld is Japan, dat jaren wachtte om het puin van zijn financiële crisis van het einde van de jaren tachtig op te ruimen. Japanse zombiebanken wegen nog altijd op de economische groei. De Chinese regering heeft ook het geld om de banken te herfinancieren. Bovendien zijn er maatregelen genomen om het schaduwbankieren aan banden te leggen. In maart werd bijvoorbeeld regulering ingevoerd die de banken verplicht om aan te geven waarin de opbrengsten van beleggingsproducten worden geïnvesteerd, en die verbiedt die opbrengsten te investeren in weinig liquide activa. Stellen dat de Chinese economie in een doodlopende straat zit, is overdreven. Volgens Dan Morris, strateeg bij J.P. Morgan Asset Management, wordt te pessimistisch gereageerd op het lager dan verwachte groeicijfer. "De terugval is te wijten aan lagere investeringen. Die zaten daarvoor op een ongezond hoog niveau." Het grotere belang van de private consumptie in de bbp-groei van het eerste kwartaal is daarentegen positief. De Chinese overheid wil dat consumptie een groter deel van de economie wordt en heeft maatregelen genomen om die consumptie te ondersteunen. De Chinese banken zijn ook vrij goed voorzien tegen een achteruitgang van de kredietwaardigheid van hun ontleners en de Chinese overheid heeft het geld om te helpen. Ook Mark Mobius, de bekende fondsbeheerder van Franklin Templeton Investments, is optimistisch. "De excessen zijn beperkt tot enkele regio's en veel Chinese vastgoedbedrijven doen het heel goed omdat er veel vraag is naar woningen." Hij is er ook van overtuigd dat de Chinese leiders weten wat ze doen. "De partijleden zijn zeer hoog opgeleid en vermijden een populistische aanpak. Ze weten dat ze het volk tevreden moeten houden, maar denken ook op de lange termijn." MATHIAS NUTTINNiet alleen het hoge peil, maar ook de snelheid waarmee de kredietberg groeit is alarmerend. "De partijleden weten dat ze het volk tevreden moeten houden, maar denken ook op de lange termijn" Mark Mobius