Stephan Vanfleteren is een formidabele fotograaf en een wankele waarnemer. Zoals duizenden bezoekers zag ik zijn prenten in het FotoMuseum van Antwerpen. Het boek over de tentoonstelling is toe aan een derde druk. De uitstalling van de zwartwitfoto's is verlengd. Vanfleteren borduurt België. Een misselijkmakend land: rimpels, wratten, rotte muren, scheve reclameborden, vale wijken, kapotte vrouwen, littekens, pinten zonder schuim, peuken.
...

Stephan Vanfleteren is een formidabele fotograaf en een wankele waarnemer. Zoals duizenden bezoekers zag ik zijn prenten in het FotoMuseum van Antwerpen. Het boek over de tentoonstelling is toe aan een derde druk. De uitstalling van de zwartwitfoto's is verlengd. Vanfleteren borduurt België. Een misselijkmakend land: rimpels, wratten, rotte muren, scheve reclameborden, vale wijken, kapotte vrouwen, littekens, pinten zonder schuim, peuken. Over de expressie van de kunstenaar niks dan lof. De onbehaaglijkheid vloeit voort uit het miserabilisme als kern van zijn zwerven. Het gelijkt op de cinéma vérité die op dit ogenblik over de Vlaamse buis rolt met Marolliens in hun traphallen, cafés, overlopen, plastic stoelen en papegaaien in 't Frans, Vloms, Brussels. Het gelijkt bovendien op vroeger: het epos van Stijn Coninx over priester Daens. Ook daar somberheid, smeerlappen, krotten, zuipen, uitbuiting en een stralend kind dat kapot draait. Stephan Vanfleteren, de Marollen, Daens lokken de instemming en het bezoek van de propere mensen die de armoede, de marginaliteit, de uitzichtloosheid hebben overwonnen en vertragen in hun auto op de autosnelweg om een kijkfile te vormen naast de drie verhakkelde wagens en de vijf lijken aan de overkant. Of die de rillingen over hun rug voelen als zij in het Centraal Station van Brussel de alcoholzwervers met hun besjaalde honden zien. Je betaalt entree in het FotoMuseum voor een dierentuin met mensen. De airco zoemt, naast de tragiek wacht een museumbrasserie om de emoties te versmachten in cappuccino. Zijn er hier dompelaars? Ja, als je jaren onderweg bent tussen Aarlen en Oostende en kickt op grauwheid. Ja, als je maanden struint rond het Vossenplein (en vergeet te kijken naar de gentrification in de Marollen van huizen en etagewoningen voor Parijzenaars die per Thalys pendelen naar hun kantoor in de Lichtstad). Ja, als je over Daens de eenzijdigheid leest van schrijvers en de eerste syndicalisten. De PS-eisen voor een groter stookoliefonds en het routineuze alarmisme van professor Jan Vranken doen geloven dat de armoede verzwaart, uitdeint. Hoeveel Belgen zitten in een vagevuur van miserie, uitsluiting, onbetaalde rekeningen, lekkende muren? Dat verschilt naargelang van de bron, en dat zijn er wel wat want de armoedestudie levert brood aan academici die onderzoeken wat men weet zonder studie en naar de toelagen, de promotie, de bestelling van de minister lonken. Het Sociaal Cultureel Planbureau in Nederland opende in 2006 een discussie die in België geen aanzet heeft. De SCP-onderzoekers stelden een armoedegrens vast die gebaseerd is op reële behoeften. Zij keerden zich resoluut af van de definitie van de Europese Unie: die beschouwt 60 % van het gemiddelde inkomen in een lidstaat als armoedegrens. Met dat rekenkundige foefje heb je tot het einde der tijden, wat ook de economische groei is en het beleid, je vaste portie armoedzaaiers en dito detectives van die achterstand. Het SCP wil een armoedemonitor die uitgaat van de basisuitgaven die burgers doen voor voedsel, kleding en huisvesting. Nu is dat niet het geval en dat is evenzo in België. Wij richten ons op de Europese definitie. De aanpak van het SCP halveert het Nederlandse armoedepercentage tot 3,6 %. Dat is onplezierig voor partijen en belangengroepen die floreren door de armoede te overroepen. De inkomensongelijkheid kan stijgen, en in periodes van rappe beurskoersen en hoogconjunctuur is dat gebruikelijk, maar onderzoek naar wat mensen werkelijk besteden, en aan wat, geeft een beter inzicht in de materiële kwaliteit van het leven dan het gehakketak over de armoedegrens. Lieven Gevaert reed in zijn beste dagen met een Minerva en zijn arbeiders arriveerden met de tram, de fiets of te voet in Mortsel. Gevaerts koelkast was ruim en barstensvol, zijn werknemers leefden zonder koelkast en knoeiden met een kot of een kelder. Vandaag rijdt de boss van Agfa- Gevaert met een sedan tegen 120 kilometer per uur en zijn arbeider met een Ford Focus die even snel bolt en hem even droog houdt. De baas van de nachtploeg heeft een minder dure frigo dan zijn directeur, maar ondanks dat prijsverschil brengt de goedkopere koeler even goed zijn koude. Al decennia drinkt de CEO verse melk en de arbeider geen verzuurde zuivel. De innovatie en de algemene stijging van de welvaart doen het verschil krimpen tussen de consumptie van hen van het miljoenenkwartier en van hen van de Marollen. De kloof in de lifestyle tussen top en bodem versmalt. In Zaventem schuiven zij zijde aan zijde voor een citytrip naar Praag, Berlijn of Kopenhagen. Kijk naar de gadgets in de stijlrubriek van de progressieve kranten. Die zijn minder fotogeniek dan puisten in de Borinage. (T) de auteur is voorzitter van de adviesraad van trends. Frans Crols