Als ik vertrek, geeft baron Hugo Vandamme me het boekje met managementwijsheden mee dat hij in 2006 schreef, 'Wat baten kaars en bril'. "Ik heb het onlangs nog eens herlezen en alles wat je in het bedrijfsleven moet weten, staat erin."
...

Als ik vertrek, geeft baron Hugo Vandamme me het boekje met managementwijsheden mee dat hij in 2006 schreef, 'Wat baten kaars en bril'. "Ik heb het onlangs nog eens herlezen en alles wat je in het bedrijfsleven moet weten, staat erin." Terwijl sommigen, na de zware finan-ciële en economische crisis, twijfelen aan alle wetmatigheden van economie en bedrijfsvoering, is Hugo Vandamme overtuigder dan ooit van zijn gelijk. "Vlaamse bedrijven moeten het succes in een niche zoeken. In massaproductie kunnen wij niet mee." Maar niet alleen bedrijven moeten zich continu herdenken en omvormen. Ook de Vlaamse politici moeten van de crisis gebruikmaken om onze economie, onderwijs en wetenschapsbeleid te hervormen. "Politici kunnen zich in crisistijden bewijzen door hervormingen door te voeren. Een crisis is een godsgeschenk, een opportuniteit om zaken te veranderen." HUGO VANDAMME. "De kern van het probleem van Vlaanderen en West-Europa is dat wij, in vergelijking met Azië en Noord-Amerika, te weinig onderzoekers hebben. Iedereen praat maar over innovatie en over de nood aan investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Maar de Belgische bedrijven vinden nauwelijks nog ingenieurs of wetenschappers. Daarom zijn er steeds meer die onderzoeken of ze hun O&O, geheel of gedeeltelijk, niet beter verhuizen. "Het probleem moet aangepakt worden in het secundair onderwijs. Er is dringend behoefte aan een opwaardering van het technisch onderwijs. Te veel ouders sturen hun kinderen liever niet naar het TSO omdat het een negatief imago heeft en omdat de doorgroeikansen naar de universiteit beperkt zijn. "Iedereen erkent het probleem en vindt dat er iets moet aan gebeuren. Maar in het onderwijs zit een grote mate van conservatisme ingebakken. Een verzet tegen elke vorm van verandering. Als je in het onderwijs iets fundamenteels wilt veranderen, duurt het in normale omstandigheden tien jaar. Nu we een zware crisis doormaken en er overal bespaard moet worden, zou dat veel rapper moeten kunnen." VANDAMME. "Een crisis is altijd een opportuniteit om zaken te veranderen. Kijk naar wat er gebeurt in het bedrijfsleven. Veel ondernemingen zien hun inkomsten fors teruglopen. In die mate dat de kosten drukken niet volstaat. Bedrijven zijn genoodzaakt hun manier van werken fundamenteel te veranderen om structureel goedkoper te worden. Wie dat niet doet, overleeft de crisis niet. "Dat zou men ook moeten doen in het onderwijs: zaken verbeteren en op die manier een besparing realiseren. In de overheidssector denkt men altijd dat een hervorming geld moet kosten. Niets is minder waar. Bedrijven bewijzen het tegenovergestelde." VANDAMME. "De nieuwe ministers van de Vlaamse regering beginnen aan hun taak terwijl de economische cyclus op haar dieptepunt zit. Iedereen beseft dat het crisis is. De bevolking en de vakbonden zullen veranderingen aanvaarden. Het is nu dat de politici moeten ingrijpen. Dan kunnen ze over vijf jaar de vruchten plukken van de veranderingen. "Voor politici biedt de crisis een fantastische kans om zich te bewijzen. Een manager kan ook beter ergens beginnen als het niet goed gaat of waar er problemen zijn. Dan kan hij blijk geven van zijn competentie. Als alles op wieltjes loopt, moet je als manager het succes bestendigen en dat is minstens even moeilijk. Maar iedereen vindt het vanzelfsprekend als het lukt." VANDAMME. "Ook in wetenschapsbeleid moet de overheid knopen durven door te hakken. We moeten er alles aan doen om de budgetten juist te besteden. Aan de universiteiten bestaat er nu een algehele vrijheid van onderzoek. Terwijl de overheid toch aan de wetenschappers kan vragen om rekening te houden met het industriële weefsel in Vlaanderen. 60 tot 70 procent van het basisonderzoek kan afgestemd worden op de activiteiten waarin onze bedrijven en sectoren sterk staan. Als je onderzoekers volledig de vrije hand geeft, gebeuren er misschien geen uitvindingen die interessant zijn voor het Vlaamse industriële weefsel. En dat kan onze regio zich niet veroorloven." VANDAMME. "Vlaanderen moet het niet hebben van massaproductie. We kunnen veel beter niches zoeken waarin we sterk zijn. Die les heb ik aan het einde van de jaren tachtig geleerd toen Barco nog tv-toestellen produceerde en bijna failliet ging. Barco maakte toen zo'n 40.000 tv-toestellen per jaar, terwijl Sony op dat moment al aan een miljoen stuks zat. Tja, wie 1 miljoen toestellen produceert, maakt ze natuurlijk veel goedkoper en zoekt de landen met de goedkoopste loon- en productievoorwaarden op. In die strijd kan Vlaanderen niet mee." VANDAMME. "Daar ligt inderdaad de toekomst niet. De autosector staat synoniem voor massaproductie. Zelfs als je op een klein product werkt, moet je het op grote schaal kunnen maken. Dat de overheid vandaag Opel Antwerpen wil redden, kan ik begrijpen. Het gaat toch om duizenden directe en indirecte arbeidsplaatsen. Maar je mag daar geen geld blijven inpompen, dat zijn niet de investeringen die ons over twintig jaar iets uitzonderlijks of iets nieuws opleveren. Het geld moet vooral gaan naar de ontwikkeling van nieuwe nichesectoren in de elektronica, software, de medische sector, de biotechnologie..." VANDAMME. "Vlaanderen bezit natuurlijk een geweldige opportuniteit in logistiek en eigenlijk zijn we daar onvoldoende mee bezig. Heel de wereld benijdt ons onze schitterende ligging, maar wij doen er weinig mee. Met zijn drie schitterende havens heeft Vlaanderen nochtans alles in huis om uit te groeien tot de toegangspoort van Europa voor de Aziatische goederenstroom. "Als dat onze ambitie is - en dat zou het moeten zijn - moeten we werk maken van de ontsluiting van onze havens. Want het volstaat niet om miljoenen containers binnen te halen, die moeten ook vlot uit de havens weg kunnen. Dat betekent dat er een goede spoorwegontsluiting nodig is, een goede aansluiting op de snelwegen, maar ook op de binnenwateren. Een project als de verbreding en verdieping van het Schipdonkkanaal moet gewoon uitgevoerd worden als Vlaanderen tegen 2030 wil uitgroeien tot de logistieke topregio van Europa. "Critici hebben het vaak over de hoge prijs van dat project, maar we moeten afwegen of die kosten opwegen tegen een eeuwigheid doorvoer van goederen vanuit Vlaanderen naar Parijs. We hebben nu eenmaal die fantastische ligging. Als we er een troef willen van maken, moeten we investeren. Doen we dat niet, tja, dan gaan we er niet van profiteren. Dan gaan de schepen met containers uit Azië binnenkomen in Rotterdam, in Le Havre en in Duinkerken. Overal, behalve in Vlaanderen. Ik wil maar zeggen, dit is een opportuniteit die we over tien jaar niet meer kunnen grijpen. Want tegen dan is de goederenstroom verdeeld over Europa." VANDAMME. "Kijk, een onderneming is verplicht om keuzes te maken. Als ze dat niet doet, gaat ze failliet. Een staat kan in principe niet failliet gaan en daardoor is de noodwendigheid of de druk om er iets aan te doen minder groot. Maar een staat of een regio kan natuurlijk wel arm worden. Misschien kan Vlaanderen niet verdwijnen, maar Vlaanderen kan tegen 2030 wel een arme regio zijn. Daar moeten we vandaag iets aan doen. "Politici die verklaren dat de situatie helemaal zo erg niet is, zijn precies de politici die liever geen keuzes maken. Gelukkig hebben de mensen in Vlaanderen voldoende gezond verstand, waardoor ze aanvoelen en begrijpen dat bepaalde zaken veranderd moeten worden. Maar in Wallonië en Brussel staat men niet open voor veranderingen. Regeringen die pas een begrotings-evenwicht nastreven in 2015 missen de kans die de crisis biedt om te snoeien. Als je eerst nog drie jaar geld uitgeeft en pas daarna denkt aan besparen, is het momentum weg. Er is nochtans geen enkele reden waarom Wallonië en Brussel niet eerder een begrotingsevenwicht zouden nastreven." VANDAMME. "Niets is definitief, ook welvaart niet. Bij landen of regio's die goed presteren, treedt op een bepaald moment zelfgenoegzaamheid en arrogantie op, en dan kan het verval snel plaats vinden. We moeten daarvoor opletten in Vlaanderen, we zijn toch een beetje in dat bedje ziek. Er wordt steeds minder gewerkt, onze sterke reputatie over werkethiek raken we langzaamaan kwijt... "Ik geloof in wat de Amerikaanse econoom Michael Porter schrijft, namelijk dat West-Europa in 2020 nog altijd tot de top behoort, maar niet alle landen van West-Europa. Sommige naties of regio's zullen het goed doen, andere niet. Vlaanderen moet ervoor zorgen dat het tot de topregio's behoort." VANDAMME. "Alle bedrijven die in niches opereren en van de crisis gebruikmaken om zich te herstructureren, overleven de crisis. Ondernemingen moeten er zorg voor dragen dat ze, ook in crisistijden, nieuwe zaken opstarten en mensen blijven aanwerven. Er moet een constante dynamiek van vernieuwing zijn. Je moet briljante mensen durven aan te werven, ook als er tegelijk 100 mensen afvloeien. Dat is langetermijndenken. "Herinnert u zich de Belgische groep ACEC? Dat bedrijf was ergens in de jaren zeventig even groot als Philips. Maar op een gegeven moment is die onderneming gestopt met aanwerven, waardoor de motor stilviel. Aan de top zaten na verloop van tijd alleen nog oude venten. Dan ben je ten dode opgeschreven." VANDAMME. "Ik heb dat opiniestuk geschreven na de publicatie van een persbericht van Barco waarin de digitale cinema als de groeipool van de toekomst wordt omschreven. We hebben daaraan zo lang moeten werken... Het duurde tien jaar voor die nichemarkt tot ontwikkeling kwam. "Onder invloed van het kortetermijndenken op de beurs bestaat de kans dat de ontwikkeling van dergelijke nieuwe activiteiten stopgezet wordt. Beursgenoteerde bedrijven hebben vaak niet meer het geduld om zeven of tien jaar te wachten tot een activiteit tot wasdom komt. Ze schrappen liever een divisie of een product omdat ze verlieslatend zijn en geven ze niet de kans tot rijpheid te komen." VANDAMME. "Sommige raden van bestuur neigen te veel naar kortetermijnoptimalisering. Ik merk dat men in bepaalde gevallen te gevoelig is voor de logica van de beurs en de evolutie van de beurskoers. Wat is de jongste jaren van de beurshausse niet allemaal geschreven? Dat bedrijven veel te conservatief waren, geen overnames deden, te veel eigen middelen hadden. Als je dat voortdurend hoort en leest, bestaat er een risico dat een aantal bestuurders dat oppikt en dezelfde vragen gaat stellen. Terwijl je net op je geld moet durven te zitten, zelfs als alle financiële analisten je daarvoor bekritiseren. Een raad van bestuur moet anti-cyclisch denken. "Bestuurders moeten in de eerste plaats de business van het bedrijf kennen en begrijpen, zodat ze strategisch kunnen meedenken. Hoe kun je als bestuurder vragen stellen over medische beeldschermen als je die wereld niet kent? Dat vind ik een zwak punt. Sommige bedrijven zijn zo gefocust op de spelregels van corporate governance dat ze al eens durven te vergeten dat er in eerste instantie bestuurders met veel vakkennis nodig zijn. Dat kan levensgevaarlijk zijn, zeker als bedrijven moeten beslissen welke activiteiten ze voort- of stopzetten." VANDAMME. "Ik ben ervan overtuigd dat het management het best geplaatst is om de langetermijnstrategie uit te stippelen. Bij alle succesvolle bedrijven ter wereld zit de visie bij het management en de CEO. Ik geloof dat je maar een strategische visie kunt ontwikkelen als je met je handen en voeten in de business staat, als je er alle dagen mee bezig bent en als je tegelijk de persoonlijkheid hebt om erboven te staan en meerdere jaren ver te kijken." VANDAMME. "CEO's die na een paar jaar weer verdwijnen, hebben natuurlijk geen tienjarenkijk. Daarom ben ik voorstander van CEO's die het huis heel goed kennen, die bijna hun hele carrière bij een bedrijf gemaakt hebben. Jan Vanhevel bij KBC, dat is een mooi voorbeeld van zo'n CEO die alle watertjes doorzwommen heeft, de sector van binnen en van buiten kent en die daardoor een visie bezit. "Vandaar ook mijn voorkeur voor interne benoemingen. Als een bedrijf niet tot een interne benoeming kan overgaan omdat er onvoldoende managementkwaliteit voorhanden is, dan heeft dat bedrijf gewoon te weinig aandacht geschonken aan de aanwerving of de doorstroming van jong talent. Wie extern een CEO moet aantrekken, levert eigenlijk een zwaktebewijs - al zijn er altijd uitzonderingen." Door Patrick Claerhout / Fotografie Jelle Vermeersch"Misschien kan Vlaanderen niet verdwijnen, maar Vlaanderen kan tegen 2030 wel een arme regio zijn" "Wie extern een CEO moet aantrekken, levert eigenlijk een zwaktebewijs"