Het ontwerp van programmawet voert ook de strijd tegen de btw-carrousels op. Zo krijgt de fiscus de bevoegdheid om elke schakel in de ketting hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor ontdoken btw. Advocaat Danny Stas (Tiberghien Advocaten): "Dit paardenmiddel plaatst een bom onder het ondernemen. Zo worden belastingplichtigen verplicht zich uitvoerig te documenteren om hun onschuld later te kunnen bewijzen. Iemand die op de hoogte van de fraude had moeten zijn omwille van bepaalde signalen, loopt nu kans op een navordering. Kopen onder de marktprijs is bijvoorbeeld zo'n sign...

Het ontwerp van programmawet voert ook de strijd tegen de btw-carrousels op. Zo krijgt de fiscus de bevoegdheid om elke schakel in de ketting hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor ontdoken btw. Advocaat Danny Stas (Tiberghien Advocaten): "Dit paardenmiddel plaatst een bom onder het ondernemen. Zo worden belastingplichtigen verplicht zich uitvoerig te documenteren om hun onschuld later te kunnen bewijzen. Iemand die op de hoogte van de fraude had moeten zijn omwille van bepaalde signalen, loopt nu kans op een navordering. Kopen onder de marktprijs is bijvoorbeeld zo'n signaal dat je aansprakelijkheid doet ontstaan. Maar dan kun je evengoed een consument die in de Colruyt winkelt, veroordelen omdat die warenhuisketen merkelijk goedkoper is dan de concurrentie."In feite verhaalt de wetgever zijn eigen onmacht nu op de belastingplichtige. Stas: "In 1993 voerde Europa het btw-overgangsregime in. Maar dit stelsel blijkt nu zeer fraudegevoelig. Jaarlijks verliezen de lidstaten op zijn minst 60 miljard euro in totaal, maar toch verstoppen ze zich achter de unanimiteitsvereiste om iets fundamenteels te wijzigen op Europees vlak. Als oplossing verplicht de regering de belastingplichtige nu als een soort van btw-controleur avant la lettre op te treden. Maar zou ze zelf niet beter haar verantwoordelijkheid nemen en voor een performant antifraudebeleid op Europees vlak ijveren of het regime zelf verbeteren?" In het eerste ontwerp van programmawet kon de bestuurder zich amper verdedigen. Een amendement voorziet nu in de weerlegging van dat vermoeden. De belastingadministratie moet de bestuurder van wie ze de aansprakelijkheid wil inroepen vooraf verwittigen. Bonafide bestuurders kunnen aantonen dat zij niet in de fout zijn gegaan. "Dat is een vooruitgang, want de huidige situatie is veel gevaarlijker," redeneert Dirk Deschrijver, bedrijfsjurist van Bosal en auteur van het zopas verschenen boek Bedrijfsvoorheffing (Uitgeverij Larcier). "Bestuurders van bedrijven, die geen bedrijfsvoorheffing hebben betaald, worden onder meer door Antwerpse rechters al juridisch aansprakelijk gesteld op basis van het algemene foutbegrip (artikel 1382 Burgerlijk Wetboek). De nieuwe maatregel geeft ondernemers de mogelijkheid aan te tonen dat ze eerlijk zijn. Er is dus rechtszekerheid." Philippe Hinnekens, advocaat bij Eubelius, heeft bezwaar tegen de foutloze aansprakelijkheid, die bijvoorbeeld ook bestaat voor de fiscale en RSZ-schulden van niet-geregistreerde aannemers waarmee men werkt. De advocaat: "De overheid moet maar sneller optreden tegen wanbetalers. Dit soort wetten is gegroeid uit de frustratie van fiscale ambtenaren, die koppelbazen, motoren van kasgeldvennootschappen en btw-carrousels met hun frauduleuze winsten zagen verdwijnen. Fraude en fouten moeten worden bestraft, maar men kan een ondernemer niet verwijten dat hij naïef is. De programmawet tast de rechtsstaat aan."