Wie tegenover Gert Van Erum gaat zitten, is geneigd zijn hoofd op de tafel te leggen of net uiterst aandachtig naar hem te luisteren. De vergaderruimte van de CEO van Vanerum in Diest ziet er dan ook uit als een modern klaslokaal. Met zijn 39 jaar is Van Erum een jaar jonger dan het bedrijf dat zijn vader oprichtte als importeur van groene krijtborden en schoolmeubilair.
...

Wie tegenover Gert Van Erum gaat zitten, is geneigd zijn hoofd op de tafel te leggen of net uiterst aandachtig naar hem te luisteren. De vergaderruimte van de CEO van Vanerum in Diest ziet er dan ook uit als een modern klaslokaal. Met zijn 39 jaar is Van Erum een jaar jonger dan het bedrijf dat zijn vader oprichtte als importeur van groene krijtborden en schoolmeubilair. Terwijl zoon Van Erum dicht bij huis bleef en met zijn gezin nog steeds op het bedrijventerrein van de firma woont, zocht het bedrijf Vanerum, waarvoor vandaag 270 mensen aan de slag zijn, nieuwe horizonten op. Het leveren van audiovisuele leermiddelen en daaraan aangepast meubilair tekende in 2008 voor meer dan 40 procent van de 44 miljoen euro omzet van de onderneming. Daarbij zijn Nederland (45 procent van de omzet) en Duitsland (10 procent van de omzet) naast België (40 procent van de omzet) belangrijke afzetmarkten. De resterende 5 procent is afkomstig van verkoopagenten in onder andere Zwitserland en Spanje. "Ons concept kent voornamelijk succes in landen waar niet centraal wordt beslist", stelt Gert Van Erum, "We moeten onze ideeën rechtstreeks aan scholen kunnen verkopen. In Frankrijk koopt de overheid bijvoorbeeld nog 50.000 stoelen om te verdelen over de scholen. Omdat wij totaalconcepten voor de inrichting van lokalen verkopen, is die markt voor ons minder interessant. Vandaag beperkt dat inderdaad de groei, maar ik verwacht dat die landen ook naar het Belgische systeem zullen evolueren en we er in de toekomst dus ook meer kunnen leveren." Is die evolutie echt zo goed? Het gemiddelde Belgische klaslokaal wordt nog niet gekenmerkt door een beamer en een bord met groot touch screen. Niet voor niets heeft Vanerum in ons land alleen de Belgische sectorgenoot Belisia als rechtstreekse concurrent, naast een rist agenten van Nederlandse bedrijven zoals Marko en Eromes, die zich door de scholenfinanciering in Nederland wel verder specialiseerden. Van Erum: "België heeft een achterstand in scholenbouw omdat er weinig financiering was voor faciliteiten. De jongste jaren stegen de budgetten wel. Ook in Duitsland bemerken we die trend, net als in de Verenigde Staten trouwens. De herstelplannen voor de economie kunnen alleen maar een steuntje in de rug zijn. Een groot deel daarvan wordt geïnvesteerd in het onderwijs en dan nog voornamelijk in de ICT-faciliteiten. Die kunnen wij leveren." Om mee te profiteren van de verwachte marktgroei in de Verenigde Staten ging Vanerum drie jaar geleden een samenwerkingsverband aan met StelterPartners. Het bedrijf is opgestart door Jim Steel, die eerder ook de Amerikaanse meubelfabrikant Steelcase oprichtte en dus aanspraak kan maken op dat verdelersnetwerk. "Die verdelers zijn gewend om met architecten en designers te werken. Dat was interessant voor ons." De waardedaling van de dollar in de voorbije jaren maakte het echter moeilijk werken en ook het verschepen van de grote volumes uit België bleek niet langer haalbaar. Vanerum begon daarom in september - in volle financiële crisis - overnamegesprekken met StelterPartners. Bedoeling was om naast een voet aan grond ook een productie-eenheid in Amerika te krijgen. "Een stuk van onze afzetmarkt blijft daar, dus we moesten een oplossing zoeken", verklaart Van Erum. Vanerum nam in januari 50 procent van de aandelen van StelterPartners over, de naamsverandering naar Vanerum Stelter volgde kort daarna. "In de Verenigde Staten hebben we lang met de banken moeten onderhandelen, maar in België merkten we weinig van de crisis bij onze huisbankier KBC. Al hadden we ook een stevige eigen cashflow om op terug te vallen." Op de steun van Fortis Private Equity kon Vanerum niet langer rekenen. De durfkapitaalgroep verkocht in het voorjaar haar belang van 17 procent aan Van Erum omdat ze haar aandeel te klein vond en liever uitkeek naar grotere dossiers. "We spraken oorspronkelijk over een verhoging van de participatie, maar bij het horen van de waardering leek een uitstap hun aantrekkelijker", licht Van Erum nu toe. Hij verkocht een kwart van zijn aandelen begin dit jaar opnieuw: 15 procent kwam in handen van Luc Busschop, niet-actief lid van de familie achter de kantoormeubelfabrikant Bulo, en 10 procent werd eigendom van de familie Buysse, via Buysse & Partners, het durfkapitaalbedrijf dat Frank Buysse - zoon van Bekaert-voorzitter Paul Buysse - recentelijk oprichtte. "Voor ons zijn zulke aandeelhouders op lange termijn interessanter", vindt Van Erum. "De instap van Fortis Private Equity in 2002 ging gepaard met een kapitaalverhoging omdat we enkele overnames planden. Dan is een financiële partner misschien handiger. Vandaag hebben we vooral nood aan strategische uitdagers. Het is natuurlijk de vraag of onze zakken diep genoeg zijn voor een grote overname, maar als die er komt, zullen we voldoende realistisch zijn om een oplossing te zoeken." Dat Van Erum overnames als voorbeeld voor groei aanhaalt, hoeft niet te verbazen: de markt voor schoolinrichting is erg stabiel. "Wanneer de economie het zeer goed doet, groeien wij daardoor niet zoveel als andere bedrijven. Maar net daardoor voelen wij in een moeilijker economisch klimaat ook geen afremming. We kunnen zelfs sneller groeien dan de markt." Vanerum heeft andere katjes te geselen. De extreme seizoensgebondenheid van de aankoop van hun producten is uitdaging nummer één. Ondanks de kortingen voor snelbeslissers om de pieken af te vlakken - "want we kunnen niet iedereen tegelijk bedienen" - wordt 70 procent van het resultaat nog altijd verdiend in juli, augustus en september. Sinds kort noteert de balans in de eerste helft van het jaar niet langer een verliescijfer. Dat komt onder andere dankzij de risicospreiding die Vanerum invoerde door het oprichten van enkele dochterbedrijven. S&D verzorgt bijvoorbeeld binnen- en buitensignalisatie voor bedrijven, Limid levert in Nederland inrichtingsconcepten voor bedrijven en VSV verdeelt producten van Smart Technologies en NEC. "Die producten leveren we ook aan concurrenten. We kunnen toch onmogelijk de volledige markt afdekken. Van inrichting van winkelketens hebben we bijvoorbeeld minder kaas gegeten", aldus Van Erum. Uitdaging nummer twee is de pijn verzachten die de groei met zich brengt. De afgelopen jaren holde Vanerum zichzelf soms achterna omdat het moeilijk bleek om arbeiders te vinden. "Ik vind de ontslagen bij andere firma's heel erg, maar een kmo als de onze is blij dat er opnieuw geschikt personeel op de arbeidsmarkt komt." Toch kiest Vanerum ervoor om grotendeels in Diest te blijven produceren. De kleine productie-eenheid in Roemenië uitbreiden, is geen optie. "We trokken naar Roemenië vanuit het idee dat het beter was om te produceren waar het hout is. Door de grote volumes van de meubelen is het echter moeilijk het transport naar de klant te organiseren en kunnen we dus minder service bieden. Al was het wel een avontuur dat het proberen waard was", besluit Van Erum. (T) Door Sjoukje Smedts/Foto: Thomas De Boever