Rond de geschiedenis van Belgisch Congo hangt een sinister aura. Vaak staat het verhaal synoniem voor gruweldaden en uitbuiting. Steevast wordt een foto van afgehakte handen tevoorschijn getoverd, al dan niet als onderdeel van een volkerenmoord. Kortom, Nacht und Nebel op het zwarte continent. De kritiek -- niet helemaal toevallig vaak Angelsaksisch getint -- gaat erin als zoete koek. Maar in hoeverre strookt dat beeld met de werkelijkheid? Voor de auteurs van Le Congo au temps des Belges was die negatieve beeldvorming de aanleiding om in hun pen te kruipen. Er is volgens hen sprake van veel leugens en overdrijving.
...

Rond de geschiedenis van Belgisch Congo hangt een sinister aura. Vaak staat het verhaal synoniem voor gruweldaden en uitbuiting. Steevast wordt een foto van afgehakte handen tevoorschijn getoverd, al dan niet als onderdeel van een volkerenmoord. Kortom, Nacht und Nebel op het zwarte continent. De kritiek -- niet helemaal toevallig vaak Angelsaksisch getint -- gaat erin als zoete koek. Maar in hoeverre strookt dat beeld met de werkelijkheid? Voor de auteurs van Le Congo au temps des Belges was die negatieve beeldvorming de aanleiding om in hun pen te kruipen. Er is volgens hen sprake van veel leugens en overdrijving. Systematisch halen ze vooroordelen en clichés aan, om ze vervolgens tegen de feitelijke context te plaatsen. Er zijn wel degelijk vergissingen en fouten begaan in Congo, en het erkennen ervan komt geregeld terug in het werk. Maar globaal genomen valt de balans positief uit. De afgehakte handen zouden bijvoorbeeld veeleer het gevolg zijn van gangreen of een plaatselijk gebruik bij de stammen zelf, wellicht overgenomen van de Arabische slavenhandelaars. Leopold II werd persoonlijk eigenaar van Congo -- van Belgisch Congo was pas sprake vanaf 1908 -- op een moment dat zowat alle Europese mogendheden zich in het koloniale avontuur stortten. De auteurs verdedigen kolonialisme niet, maar ze zeggen wel dat het intellectueel oneerlijk is de dingen die zich in die jaren in Afrika afgespeeld hebben, te beoordelen aan de hand van hedendaagse standaarden. De sfeer van het boek is zonder meer vergoelijkend. Ook over de rol van Leopold II. Op sommige momenten is die saus wat te dik. Veel is wellicht te verklaren door de achtergrond van de auteurs, die een verleden hebben in de kolonie. Dat gezegd zijnde, schuiven ze ook heel wat interessante feiten naar voren. Tijdens de decennia van Belgisch Congo zijn ook mooie resultaten geboekt, zeker als men de vergelijking maakt met de andere kolonisatoren. In de gezondheidszorg bijvoorbeeld. Verschillende getuigenissen van onder meer de Verenigde Naties bevestigen dat. Ook in onderwijs zijn serieuze inspanningen geleverd. Het punt is dat de ontwikkeling van Congo voor de Congolezen is gebeurd, maar te weinig met de bevolking. Congo, een land zo groot als West-Europa en met een rijke ondergrond, is de Britten altijd al een doorn in het oog geweest. Nog voor de grootmachten de Afrikaanse koek verdeelden, had Leopold II zijn slag al geslagen. Volgens de auteur lijkt het wel of die lijn van frustratie tot op vandaag doorgetrokken wordt. Onomwonden hebben ze het over een "anti-Belgisch" complot en een poging om Leopold II in een duister daglicht te plaatsen. In bepaalde woordkeuzes en formuleringen zit heel wat emotionaliteit. Soms wat te veel, maar dat brengt ons weer bij de achtergrond en ervaring van de heren. Dit boek brengt geen nieuwe elementen aan. Het is wel een interessante bundeling van wat eerder bestudeerd en gepubliceerd is. Noem het een geslaagde poging om een tegenwicht te bieden voor een onderwerp dat te vaak aan scheeftrekkingen en zelfs manipulaties ten prooi valt. André De Maere, André Schorochoff, Pierre Vercauteren, André Vleurinck, Le Congo au temps des Belges, Masoin, 2012, 319 blz., 28 euro MICHAËL VANDAMME