Norbert Roettgen, de Duitse milieuminister, heeft de geruchten over een verlaging van de subsidies voor fotovoltaïsche elektriciteit bevestigd. Na Frankrijk en Spanje is het nu de grootste markt van de wereld en de bakermat van de ontwikkeling van zonne-elektriciteit* die de subsidies aan de sector verlaagt.
...

Norbert Roettgen, de Duitse milieuminister, heeft de geruchten over een verlaging van de subsidies voor fotovoltaïsche elektriciteit bevestigd. Na Frankrijk en Spanje is het nu de grootste markt van de wereld en de bakermat van de ontwikkeling van zonne-elektriciteit* die de subsidies aan de sector verlaagt. Ook al kwam het nieuws niet geheel onverwacht, toch is het erin geslaagd om de aandelen uit de sector onderuit te halen. Dat was uiteraard in grote mate te wijten aan het slechte beursklimaat. De aandelen konden zelfs niet profiteren van het feit dat de subsidieverlaging van 15 % die werd aangekondigd door de milieuminister lager uitviel dan de 17 à 18 % waarvan eerder sprake. Anderzijds heeft de subsidieverlaging niets veranderd aan de fundamentals van de fotovoltaïsche sector, die streeft naar een daling van de productiekosten. De overheidssteun heeft dan ook als enige doel de fotovoltaïsche industrie sterk genoeg te maken om te kunnen concurreren met fossiele energiebronnen. Dergelijke steun wordt overigens ook gegeven aan de windenergiesector, die naar verwachting tegen 2020 een aandeel van 12 % zal hebben in de wereldwijde elektriciteitsproductie, tegenover 1,5 % eind 2008. De fotovoltaïsche sector vertegenwoordigt op dit moment nog maar 0,2 %, maar specialisten verwachten dat beide sectoren na 2020 een gelijk aandeel zullen hebben in de wereldwijde elektriciteitsproductie. Het groeipotentieel op lange termijn blijft dus uitzonderlijk hoog. Een even-tuele daling van de prestaties van de sector na de subsidieverlaging zal met andere woorden slechts een tijdelijk fenomeen zijn. Des te meer omdat de fotovoltaïsche sector in de komende vijf jaar grote vooruitgang zal boeken op het vlak van concurrentievermogen (zie tabel). We maken hier overigens een onderscheid tussen de verschillende spelers omdat de kosten van elektriciteit niet voor iedereen even hoog liggen. Particulieren betalen de hoogste prijzen, terwijl elektriciteitsproducenten alleen de kostprijs betalen. De grootste uitdaging voor de producenten van fotovoltaïsche panelen is hun rentabiliteit op peil houden. Vorig jaar was bijzonder moeilijk op dat vlak, aangezien ze zich geconfronteerd zagen met een daling van de vraag als gevolg van de economische crisis terwijl er tegelijkertijd nieuwe productiecapaciteit werd opgestart. Dat liet zich uiteraard voelen in de prijzen (-40 % op één jaar). De marktleiders zullen ongetwijfeld het best in staat zijn om die dubbele schok te boven te komen door de volgende tien jaar te blijven investeren in de ontwikkeling van fotovoltaïsche energie. Q-Cells, de grootste producent van zonnepanelen ter wereld, is de vanzelfsprekende keuze om te profiteren van de ontwikkeling van fotovoltaïsche elektriciteit. De Duitse groep is aanwezig in alle technologieën: (monokristallijne en polykristallijne) zonnecellen en dunnelaagmodules. Die laatste vertegenwoordigt nu nog maar een klein deel van de verkoop van fotovoltaïsche panelen, maar zou tegen 2020 een marktaandeel van 30 % moeten kunnen behalen. Het Amerikaanse First Solar is weliswaar leider in dat marktsegment, maar Q-Cells is goed op weg om zijn achterstand in te halen. De Duitse groep heeft namelijk haar partner voor dunnelaagmodules overgenomen, zal haar productiecapaciteit voor modules meer dan verdubbelen en ontwikkelt een nieuwe generatie van modules bestemd voor grote projecten. Q-Cells heeft de afgelopen jaren ook zijn strategie aangepast. De groep heeft zich omgevormd van de grootste producent van zonnecellen tot een leverancier van fo-tovoltaïsche systemen. Ze heeft zich met andere woorden voorbij haar historische markt ontwikkeld, waardoor ze nu een groter deel van de toegevoegde waarde in de keten kan opstrijken. De Duitse groep werkt intensief aan het terugschroeven van de kosten, met name via de ontwikkeling van productielijnen (één per jaar sinds 2003) die steeds beter presteren op het gebied van kwaliteit en kwantiteit. Dat maakt het enerzijds mogelijk om de productiekosten rechtstreeks te beperken en anderzijds om het gewicht van de kosten voor onderzoek en ontwikkeling in de kostprijs te verlagen dankzij een hogere productie. Daarnaast heeft Q-Cells de afgelopen jaren ook hard gewerkt aan zijn internationalisering. Het bedrijf is niet alleen overal in Europa aanwezig, maar ook in Noord-Amerika, Azië en Afrika. De groep heeft bovendien een productielijn geopend in Maleisië. 2009 is een jaar dat Q-Cells zo snel mogelijk zal willen vergeten. De groep heeft een zwaar nettoverlies geleden van zowat 900 miljoen euro, of vier keer de nettowinst van 2008. Dat slechte resultaat is te wijten aan diverse elementen: herstructureringskosten (om de kosten zo snel mogelijk te verlagen), afschrijvingen op voorraden (gezien de daling van 40 % van de prijs van zonnecellen op één jaar tijd) en waardeverminderingen op activa. Ook de onderbenutting van de productiecapaciteit heeft doorgewogen. Q-Cells verwacht echter opnieuw winst te maken vanaf dit jaar dankzij een sterk herstel vanaf het tweede semester. Eind september beschikte Q-Cells over 338 miljoen euro cash. Op de beurs is het aandeel zeer aantrekkelijk gewaardeerd (5,8 keer de winst van 2008, 1 keer de boekwaarde). Wij raden u dan ook aan om te profiteren van de huidige koersen om het aandeel in portefeuille te nemen. Houd er echter rekening mee dat een belegging in de sector van de fotovoltaïsche energie alleen maar interessant is bij een beleggingshorizon van minimaal drie jaar. (C) *DE DUITSE ZONNE-ENERGIESECTOR TELT 20 BEURSGENOTEERDE BEDRIJVEN EN IS GOED VOOR 50.000 JOBS. Cédric BoitteQ-Cells werkt intensief aan het terugschroeven van de kosten, met name via de ontwikkeling van productielijnen die steeds beter presteren op het gebied van kwaliteit en kwantiteit. De subsidieverlaging verandert niets aan de fundamentals van de fotovoltaïsche sector, die streeft naar een verlaging van de productiekosten.