De machtsovername van de taliban in Afghanistan en het chaotische vertrek van de Verenigde Staten betekenen een onzekere toekomst voor het land. Maar ook in andere landen in de regio heerst onstabiliteit: in Turkije, Iran, Irak en Syrië. Daar speelt de Koerdische kwestie altijd een rol. Het boek Turken en Koerden brengt de spanningen in kaart tussen de Koerden in Turkije, dat hen als een bedreiging ziet, en de andere Koerden in de regio, die politiek almaar relevanter worden. Di...

De machtsovername van de taliban in Afghanistan en het chaotische vertrek van de Verenigde Staten betekenen een onzekere toekomst voor het land. Maar ook in andere landen in de regio heerst onstabiliteit: in Turkije, Iran, Irak en Syrië. Daar speelt de Koerdische kwestie altijd een rol. Het boek Turken en Koerden brengt de spanningen in kaart tussen de Koerden in Turkije, dat hen als een bedreiging ziet, en de andere Koerden in de regio, die politiek almaar relevanter worden. Die spanningen duiken ook op in de Koerdische diaspora. De Koerden claimen - in overeenstemming met van het charter van de Verenigde Naties - als volk met een eigen cultuur een autonome status, en zelfs een onafhankelijke staat. Dat zou de landsgrenzen in het Midden-Oosten hertekenen. Daar staat niemand voor te springen, ook al staat de eis voor een eigen land al jarenlang op de internationale agenda. Voor Turkije en Iran, twee landen die het leiderschap opeisen in het Midden-Oosten, is dat onbespreekbaar. In Noord-Irak, waar de Koerden een zekere autonomie genieten, liggen de kaarten mogelijk beter. Het boek gaat diep in op de materie, maar is - zo geeft auteur Gerrit Steunebrink zelf aan - vooral geschreven vanuit een Turks perspectief. De bedoeling is na te gaan waar er openingen zijn om de Koerden meer kansen te geven. Dat zijn er niet veel, niet het minst omdat Turkije bij elke poging tot Koerdische ontvoogding zwaait met het argument van de Koerdisch-nationalistische PKK, de organisatie die tot nader order wordt omschreven als extreem terroristisch. De PKK afschilderen als de bevrijdingsbeweging van het Koerdische volk, is een te eenzijdige benadering, zegt Steunebrink. Net zoals het te eenzijdig is president Erdogan tot boeman van het Koerdische volk uit te roepen. Zijn toenadering tot gematigde Koerdische politieke fracties moeten dat onderstrepen. Er zou dus hoop zijn voor Turken en Koerden om ooit een modus vivendi te vinden. Het compromis zou in de eerste plaats vorm kunnen krijgen in het oosten van Turkije, waar Erdogan een modernisering van de maatschappij voor ogen heeft. Misschien wel naar het voorbeeld van wat de Koerden in Noord-Irak al hebben bewerkstelligd met een soort confederalisme. Al zet de auteur de lezer meteen met beide voeten op de grond: meer dan taalrechten verwerven zal allicht niet mogelijk zijn.