Toen op 29 juni 2009 de brief van de paus verscheen over integrale menselijke ontwikkeling ( Caritas in veritate) opperden sommige commentatoren dat dit document het kerkelijke antwoord was op de economische crisis. Bij nadere lectuur blijkt niets minder waar. De paus schrijft geen memorandum met concrete oplossingen. De paus schrijft voor de eeuwigheid. Zijn tekst is ingebed in een intellectuele traditie van twintig eeuwen en zijn stijl is het tegendeel van een moderne boodschap in soundbites. Zijn blik reikt ook veel verder dan drie of vier kwartalen recessie. De economische crisis wordt wel vermeld, maar hij schrijft voornamelijk over de ontwikkeling van de mens en de mensheid in de confrontatie met globalisering en technologische ontwikkeling. Toch staan er een aantal grondideeën in de encycliek, die ook van belang zijn voor het oplossen van de economische crisis.
...

Toen op 29 juni 2009 de brief van de paus verscheen over integrale menselijke ontwikkeling ( Caritas in veritate) opperden sommige commentatoren dat dit document het kerkelijke antwoord was op de economische crisis. Bij nadere lectuur blijkt niets minder waar. De paus schrijft geen memorandum met concrete oplossingen. De paus schrijft voor de eeuwigheid. Zijn tekst is ingebed in een intellectuele traditie van twintig eeuwen en zijn stijl is het tegendeel van een moderne boodschap in soundbites. Zijn blik reikt ook veel verder dan drie of vier kwartalen recessie. De economische crisis wordt wel vermeld, maar hij schrijft voornamelijk over de ontwikkeling van de mens en de mensheid in de confrontatie met globalisering en technologische ontwikkeling. Toch staan er een aantal grondideeën in de encycliek, die ook van belang zijn voor het oplossen van de economische crisis. De nadruk ligt op de onschatbare waarde van de menselijke persoon en zijn persoonlijke groei. De christelijke roeping tot ontwikkeling promoot de vooruitgang van alle mensen en van de hele mens. De oorzaak van onderontwikkeling is in eerste instantie niet van materiële aard, maar ligt eerder in de afwezigheid van broederlijkheid tussen personen en volkeren. Naarmate onze maatschappij meer globaliseert worden wij wel buren, maar daarom nog geen broeders. Louter economische en technische vooruitgang is onvoldoende, de ontwikkeling moet integraal zijn, de hele mens omvatten. De paus komt dan tot de rol van de markt. Wanneer die uitsluitend wordt beheerst door gelijkheid in de economische waarde van de verhandelde producten, kan ze geen sociale cohesie bewerkstelligen. Zonder innerlijke vormen van solidariteit en wederzijds vertrouwen kan de markt haar economische rol niet vervullen in de volle betekenis van het woord. Ook in commerciële verhoudingen kunnen en moeten de beginselen van vrijwillige vrijgevigheid ( gratuitousness) en geschenk hun plaats vinden in de normale economische activiteit. Dit houdt in dat verdelende en sociale rechtvaardigheid moeten worden toegepast in ieder stadium van het productieproces. Er was wellicht een tijd dat het denkbaar was dat eerst de creatie van welvaart kon worden toevertrouwd aan de economie en achteraf de taak van de verdeling van die welvaart aan de sociale politiek. Vandaag geldt dat niet langer, omdat de economische activiteit zich niet meer laat vangen binnen nationale territoriale grenzen, terwijl het gezag van regeringen lokaal en territoriaal beperkt is. Het gevolg is dat iedere economische beslissing thans niet alleen economisch-technische, maar ook morele consequenties heeft. Het betekent dat moraal in de essentie zelf van het management wordt ingeplant. De paus trekt van leer tegen wie de markt gebruikt voor zuiver egoïstische doeleinden. Niet de markt moet ter verantwoording worden geroepen, maar wel het geweten en de sociale verantwoordelijkheid van de personen die op die markt actief zijn. Hij noemt ze niet bij naam, maar de bankiers met hun megabonussen zijn niet ver weg. Hij klaagt de dominantie aan van de geldschieters die de ondernemingen als hun exclusieve eigendom beschouwen. Ondernemingen die in handen zijn van 'stabiele' bedrijfsleiders die zich op langere termijn verantwoordelijk voelen, worden steeds zeldzamer. De bedrijfsleiding kan zich niet beperken tot het behartigen van de belangen van de eigenaars alleen, maar moet verantwoordelijkheid nemen voor allen die betrokken zijn bij de onderneming. Wellicht had collega Paul De Grauwe niet de encycliek gelezen toen hij zijn economische 'bekering' aankondigde, weg van de exclusieve marktwerking. Ook zonder pauselijke brief is het duidelijk dat in het functioneren van de markt zelf rekening moet worden gehouden met andere factoren dan enkel economische. Louter varen op economische gegevens in de markt, leidt tot het kapseizen van de onderneming als een waardevolle vorm van samenleven. De enorme stress bij veel werknemers, de moeilijkheden om gezinsverantwoordelijkheden te verzoenen met het productieproces en de vaststelling dat heel wat ondernemingen niet zouden draaien indien werknemers zich strikt zouden houden aan wat van hen gevraagd wordt, tonen aan dat de economische berekening volgens de markt alleen het niet aankan. Op zich kan dit besef natuurlijk niet bijdragen tot de oplossing van de crisis. Daarvoor zijn ook financieel-technische ingrepen nodig. Maar er is wel een fundamentele onderstroom die grondig moet veranderen, zo niet lopen we met open ogen een volgende crisis tegemoet. Moraal behoort tot de kern van de economie. Dit besef lijkt nog helemaal niet doorgedrongen tot sommige economische beslissingscentra. DE AUTEUR IS PROFESSOR EMERITUS AAN DE KU LEUVENFrans VanistendaelMoraal behoort tot de kern van de economie.