De Amerikaanse econoom Irving Fisher beschouwde een beurscrash in 1929 als iets zeer on-waarschijnlijks. Toch bloedde Wall Street in oktober van dat jaar. Ook de financiële crisis van 2008 was maar door een beperkt aantal economen voorspeld. Misschien was de uitspraak van Wesley Mitchell, tijdens de crash van 1929 directeur van het National Bureau of Economic Research, wel de verstandigste: "Als we de economische cycli zouden kunnen voorspellen, dan zouden er geen meer zijn."
...

De Amerikaanse econoom Irving Fisher beschouwde een beurscrash in 1929 als iets zeer on-waarschijnlijks. Toch bloedde Wall Street in oktober van dat jaar. Ook de financiële crisis van 2008 was maar door een beperkt aantal economen voorspeld. Misschien was de uitspraak van Wesley Mitchell, tijdens de crash van 1929 directeur van het National Bureau of Economic Research, wel de verstandigste: "Als we de economische cycli zouden kunnen voorspellen, dan zouden er geen meer zijn." Toch blijven economen gebruikmaken van hun glazen bol. Zoals in het net verschenen boek In 100 Years. Leading Economists Predict the Future. Het gaat om meer dan een mathematische analyse over mogelijke groeicijfers, zeepbellen of beurs-crashes. Tien economen buigen zich over wat ze als de grote economische ontwikkelingen van de toekomst zien. Het tijdsperspectief is 2114. Ze legitimeren hun oefening door te verwijzen naar een studie van John Maynard Keynes, die in 1930 voorspellingen maakte over het einde van de 20ste eeuw. Zo voorspelde de Britse econoom een aanzienlijke verbetering van de levensstandaard tegen het einde van de eeuw. Maar met zijn voorspelling dat een werkweek amper vijftien uur zou duren, zat hij er wel ver naast. In 100 Years laat tien economen aan het woord, onder wie een aantal oud-winnaars van Nobelprijs voor de Economie. Ze zijn optimistisch over de groeiende welvaart. Net als in China zal er ook in andere groeilanden een middenklasse ontstaan. Maar het gevolg is wel dat de ongelijkheden zullen toenemen. China en India zullen aan economisch belang winnen en dat zal ook geopolitieke gevolgen hebben. Ze zullen zich steeds meer als grootmachten profileren. Alvin Roth voorspelt in het boek dat de technologische vooruitgang niet zal stilvallen. Vooral in de geneeskunde ziet hij een nieuwe revolutie. Volgens hem zal de medische wereld in 2114 evenzeer verschillen van vandaag als de huidige situatie verschilt van die in 1914. Robert Shiller, een van de voorspellers van de Amerikaanse subprimecrisis in 2007-2008, is optimistisch over de finan-ciële wereld. In tegenstelling tot andere economen verwacht hij veeleer stabiliteit dan instabiliteit. De finan-ciële instellingen zullen solider zijn en de parallelle en informele economieën zullen aan belang moeten inboeten. Robert Solow ziet dan weer instabielere financiële markten en banken die met liquiditeits- of zelfs solvabiliteitsproblemen kampen. Uiteraard komt ook de klimaatopwarming aan bod. Daarover zijn er geen zwartkijkers. Angus Deaton vindt de klimaatverandering een prangend probleem, maar op basis van zijn ervaringen denkt hij dat de mens innovatief genoeg zal zijn om het probleem te counteren. Onze economie zal gewoon groener worden. Edward Glaeser van zijn kant waarschuwt voor het gebrek aan risico, nochtans een van de drijvende krachten achter innovatie en groei. Hij vreest dat een teveel aan regulering de economische groei zal fnuiken. In 100 Years is een boek om nu te lezen en door te geven aan het nageslacht. Zodat het in 2114 nog eens herlezen kan worden. Ignacio-Palacio Huerta (Ed.), In 100 Years. Leading Economists Predict the Future, MIT Press, 2014, 195 blz., 35 euroALAIN MOUTON