De Chinezen investeren in Europa, maar mijden ons land. Wat hier niet lukte, werd realiteit in Boedapest en Madrid. Omwille van onze ligging, infrastructuur en knowhow droomden Chinese bedrijven met internationale plannen eind jaren negentig al van Antwerpen en Brussel als hubs voor hun investeringen in Europa. Dat ging niet door. Wegens amateurisme en kortzichtigheid (zie blz. 15).
...

De Chinezen investeren in Europa, maar mijden ons land. Wat hier niet lukte, werd realiteit in Boedapest en Madrid. Omwille van onze ligging, infrastructuur en knowhow droomden Chinese bedrijven met internationale plannen eind jaren negentig al van Antwerpen en Brussel als hubs voor hun investeringen in Europa. Dat ging niet door. Wegens amateurisme en kortzichtigheid (zie blz. 15). De Chinese perikelen zijn symptomatisch voor een brede malaise in onze weinig professionele en chaotische investeringspromotie. Opkomende Chinese multinationals blijven weg, maar ook andere interessante investeerders lopen in een boog om de hoofdstad van Europa en zijn ommeland heen. Chinese investeerders trekken naar Ierland, Duitsland, Spanje, Nederland en Hon-garije. Dat vertaalt zich onder meer in een stijging met 40 % van de bilaterale handel met de Europese Unie in de eerste vijf maanden van dit jaar. De EU klimt van derde handelspartner, na Japan en de Verenigde Staten, naar de eerste plaats. Prille Chinese multinationals investeren in handelscentra en vertegenwoordigingskantoren voor witgoedfabrikant Haier (wasmachines en stofzuigers) of Chinese scheepvaart- en cargolijnen. Daar komen hightech merken bij als Legend (informatica) of Huawei (telecom), merknamen die even familiair zullen klinken als Sony,Daikin of Pioneer uit Japan. Voor O&O en kennisuitwisseling met Europa vestigde China een eerste weten- schapspark in Finland; het tweede komt in Nederland. Waarom niet in Vlaanderen? Met Imec in Leuven hebben we een van de belangrijkste onderzoekscentra in de wereld voor micro-elektronica. De Chinezen blijven weg, maar ook Intel kiest Ierland boven Imec als nabuur. Waarom? Potentiële nieuwkomers struikelen over onze loonkosten en vennootschapsbelasting (34 % blijft hoog in een genadeloze competitie met 20 % in de nieuwe Europese lidstaten of de 12 % van de Ierse tijger). En ze ergeren zich aan onze institutionele labyrinten. Federale systemen zijn het probleem niet. Ook Duitse Länder, Amerikaanse staten en Spaanse of Franse regio's doen hun eigen investerings- en exportpromotie, maar in coherente, gestructureerde en overzichtelijke samenspraak met federale/nationale autoriteiten. Er moeten duidelijke one shop-mechanismen komen onder Belgische vlag, waarbij de regio's eigen sterkten en incentives kunnen beklemtonen. Kandidaat-investeerders laat je niet ongestraft zes maanden rond hotsen om een fiscale ruling te krijgen bij het federale ministerie van Financiën. De Belgisch/Vlaamse export- en investeringspromotie moet professioneler in het buitenland en in zijn binnenlandse kanalen. Weten we welke bedrijfssectoren we de komende decennia willen aantrekken en hoe? Het samengaan van Export Vlaanderen en DIV/Dienst Investeren in Vlaanderen in FIT/Flanders Investment & Trade is een eerste stap. De federale diensten en ambassades zijn evenzeer dringend toe aan een grondige evaluatie. Buitenlandse investeringen moet je verdienen. Dag na dag. Erik Bruyland