De auteur is publicist en voorzitter van de Vlaamse Federatie van Beleggingsclubs.
...

De auteur is publicist en voorzitter van de Vlaamse Federatie van Beleggingsclubs.Worden onze beursgenoteerde bedrijven goed bestuurd? Die vraag gaat al mee sinds de Vereenigde Oost-Indische Compagnie in 1602 haar charter kreeg. Om een lang verhaal kort te maken, België kreeg zijn code van deugdelijk bestuur in 2004. Wie er Trends van 2004 op naslaat, ziet waar we vandaan komen. Tegen nu evidente bepalingen bestond toen nog virulent verzet. Er is dus vooruitgang. Toch moeten we uitkijken met jubel. In bestuur was Dexia een modelbedrijf. In IJsland is dat door sociologen geanalyseerd. Ze beweren dat dat netjes gereguleerde land kapotging aan anomie, de term waarmee de Franse socioloog Emile Durkheim de afwezigheid van normen en bakens beschreef. Een gebrek aan normbesef kan wel degelijk samengaan met een overvloed aan regels. Tacitus leerde: 'Hoe corrupter de samenleving, des te talrijker de wetten'. Na de privatisering van de IJslandse banken vanaf 2003 vertienvoudigden de kredieten aan allerlei vehikels, tot de zaak in oktober 2008 in elkaar stortte. Wie daarvoor waarschuwde, werd uitgelachen. Het was er een komen en gaan van compliance officers, die moesten toezien op de naleving van wetten. Ze waren de laughing stock van het financiële wereldje. Net als België had IJsland vanaf 2004 een corporate governance-code. Nog een gelijkenis: het balanstotaal van de Belgische banken was in procent van bbp in 2008 het derde grootste, na IJsland en Cyprus. Het verschil is dat de anomie hier doorgaat. We zijn toe aan een herijking van ons bestuursmodel. De regelgever heeft intussen wel wat afgedaan. Het moet voortaan komen van de gereguleerden zelf. In veel meer hoofdkwartieren moet op eigen initiatief nog veel beter worden bestuurd. Hoe? In het spanningsveld tussen de aandeelhouders, het management en de markten, de beurs, heeft het management het laken te veel naar zich toe getrokken. Eigenlijk werd de aandeelhouder als een wilsonbekwaam kind opzijgeschoven. De code miskent ook de sociologische realiteit van veel Belgische beursgenoteerde vennootschappen. Een familiale groep domineert vaak onze bedrijven. Wie zich als kleine aandeelhouder met zijn spaarcenten bij die families aansloot, heeft daar in de meeste gevallen geen spijt van. Familiaal gedomineerde bedrijven weten dat bad governance het werk van hun ouders en grootouders, kapot kan maken. We hebben een code nodig die uitgaat van 'een krachtige eigenaarsvisie', zoals Jozef Lievens van het Instituut voor het Familiebedrijf het omschrijft. Zelf zou ik die nieuwe code veeleer invullen met ethische beginselen. Integriteit moet belangrijker worden dan al dan niet afdwingbare regels. Een belangrijk beginsel is hier loyauteit. Alle betrokkenen, ook aandeelhouders, moeten zich met een onderneming identificeren, niet eeuwig, maar binnen afgesproken voorwaarden wel 100 procent. Zulke loyale aandeelhouders kunnen ook meer rechten krijgen dan occasionele aandeelhouders of traders. Liquiditeit is belangrijk voor de waardering van een bedrijf op de beurs, maar het tempo van een gedigitaliseerde beurs staat haaks op dat van een onderneming. Die stabiele groep aandeelhouders leent haar aandelen ook niet zomaar uit aan shorters. Iedereen weet dat de twee grote Belgische aandeelhouders van Dexia dat wél deden. In een nieuwe code moet ook het beginsel van respect voor de leek ingeschreven staan. Een onderneming is als een moderne samenleving, een complex gebeuren. Té complex voor de meeste aandeelhouders. Daarom hebben we ook raden van bestuur en managers. Informatie-asymmetrie tussen aandeelhouders en professionele bestuurders is dan ook onvermijdelijk. De vraag is hoe we daarmee omgaan. Behandelen we de aandeelhouders als analfabeten of respecteren we hen als eigenaars die overigens meestal als chirurg of slager in hun vakgebied specialisten zijn? Wie in een onderneming een informatievoorsprong heeft, moet zich voortdurend afvragen: stel dat ik deze beslissing zou moeten verantwoorden tegenover mijn aandeelhouders, kom ik daar dan mee weg? PAUL HUYBRECHTSAlle betrokkenen, ook aandeelhouders, moeten zich met een onderneming identificeren, niet eeuwig, maar binnen afgesproken voorwaarden wel 100 procent.