Begin jaren '80 trok Guido Arnout (47 j.) met een Ph.D. van de KU Leuven op zak naar Stanford University (VS) - de bruisende bakermat van Silicon Valley. Toén al was hij medestichter van het Belgische softwarebedrijfje Lisco, dat in 1981 fuseerde met het Californische Silvar. Drie jaar later zou deze beloftevolle firma, gespecialiseerd in commerciële technieken voor chipontwerp ( Electronic Design Automation of EDA), naar de beurs trekken.
...

Begin jaren '80 trok Guido Arnout (47 j.) met een Ph.D. van de KU Leuven op zak naar Stanford University (VS) - de bruisende bakermat van Silicon Valley. Toén al was hij medestichter van het Belgische softwarebedrijfje Lisco, dat in 1981 fuseerde met het Californische Silvar. Drie jaar later zou deze beloftevolle firma, gespecialiseerd in commerciële technieken voor chipontwerp ( Electronic Design Automation of EDA), naar de beurs trekken. Het was een harde leerschool voor de geboren en getogen Oostendenaar. "Ik leerde het klappen van de zweep erdoor kennen als beginnende entrepreneur," vertelt hij. "Er was geen model voor een type groeibedrijf zoals Silvar-Lisco. Het was zoals de Amerikanen zeggen: you take all the arrows in the back." In '93 verliet Guido Arnout Silvar-Lisco als vice-president of engineering om dezelfde functie opnieuw op te nemen bij het Amerikaanse opstartbedrijf CrossCheck Technology, een ontwikkelaar van testapparatuur voor complexe IC's (geïntegreerde schakelingen). Hij bleef er drie jaar en werkte er zich op tot senior vice-president of marketing & business development. Vandaag - veertien jaar later - wil de chipmanager die VS-ervaring opnieuw valoriseren met Vlaamse technologie. In juli '97 werd CoWare Inc., een spin-off van het Leuvense onderzoekscentrum Imec, opgestart met 4,75 miljoen dollar kapitaal van het Amerikaanse durfkapitaalfonds Greylock Ventures, de Vlaamse investeerders Gimv en VIV en een aantal particuliere investeerders (waaronder de Brabantse financier Leo Billion). CoWare is actief in het domein van de CAD (computer ondersteund ontwerpen) van geïntegreerde schakelingen - een markt waarin de Amerikaanse bedrijven erg sterk staan. "We passen dan ook een totaal ander recept toe dan de meeste spin-offs bij Imec," aldus Arnout, die dankzij zijn nauwe contacten met onder meer Imec-topman Roger Van Overstraeten werd aangetrokken als president en CEO van het bedrijf. Eén merkwaardige stap van CoWare is bijvoorbeeld dat het Vlaamse technologiebedrijf van meetaf aan zijn hoofdkwartier in de VS vestigde. Ook het exclusiviteitscontract met Imec is volgens het Amerikaanse recht opgesteld - "een zéér propere overeenkomst in functie van de latere IPO," zo klinkt Arnout ambitieus. Er werd eveneens geopteerd voor een uitgesproken internationale raad van bestuur (met onder meer de Amerikaanse Belg Wim Roelandts, ex-topman bij HP en nu CEO van Xilinx). Guido Arnout - die met zijn twee kinderen in de VS woont en wiens vrouw op de design-afdeling van de Amerikaanse chipontwerper Cadence werkt - acht een beursintroductie en een omzet van 10 miljoen dollar voor CoWare binnen de vier jaar best haalbaar. "Dan moeten we break-even halen en een steil groeipad vertonen," zegt hij. Nu al groeide het bedrijf in minder dan twee jaar tijd van 6 naar 39 mensen. Arnout is een Belg met een missie. Zegt hij: "Er is in dit land veel durfkapitaal, maar er zijn te weinig durvers." Hij wil bewijzen dat er ook met Vlaamse knowhow een wereldspeler op de markt kan worden gezet - met precies hetzelfde potentieel als Amerikaanse specialisten in de chipdesign zoals een Synopsys (4,8 miljard dollar marktkapitalisatie) of Cadence (1,9 miljard dollar). Hij legt de vinger op de zere plek: "Wat is de gezamenlijke marktwaarde van alle spin-offs van Stanford University? Zo'n 200 miljard dollar. En wat is de gezamenlijke marktwaarde van alle ( nvdr - dertien) spin-offs van Imec?" Het blijft (voorlopig) een retorische vraag.