"Elke euro die de overheid in haar cultureel erfgoed steekt, levert de gemeenschap minstens het dubbele op," zegt Edgard Goedleven, het gepensioneerde afdelingshoofd van Monumenten en Landschappen, aan de vooravond van Open Monumentendag. "Niet alleen stijgen de ontvangsten uit een verhoogd kadastraal inkomen, monumenten zijn ook toeristische plekpleisters."
...

"Elke euro die de overheid in haar cultureel erfgoed steekt, levert de gemeenschap minstens het dubbele op," zegt Edgard Goedleven, het gepensioneerde afdelingshoofd van Monumenten en Landschappen, aan de vooravond van Open Monumentendag. "Niet alleen stijgen de ontvangsten uit een verhoogd kadastraal inkomen, monumenten zijn ook toeristische plekpleisters." Een studie uit 1989 van de Koning Boudewijnstichting over de economische aspecten van de monumentenzorg geeft Goedleven gelijk. Volgens dit onderzoek realiseerde de overheid toen voor elke publieke investering van 2500 euro een nettowinst van 134 euro. Ook leverden de restauratiewerken een belangrijke bijdrage aan de werkgelegenheid: een kapitaalinjectie van 25 miljoen euro resulteerde toen in 360 directe en 244 indirecte arbeidsplaatsen. Goedleven: "Hoewel nieuwe statistieken ontbreken, gelden deze cijfers vandaag nog altijd. Intussen is het overheidsbudget verdubbeld tot 50 miljoen euro en is het aantal monumenten gestegen van 5500 naar 8000 erkenningen. Over tien jaar overschrijden we de kaap van 15.000 gebouwen, tenzij de Vlaamse minister van Begroting Dirk Van Mechelen ( VLD) tijdens het begrotingsconclaaf dit weekend de subsidies terugschroeft." Bovendien moet het vergunningsbeleid dringend herzien worden. Iedere aannemer kan een erkenning krijgen. Dat, en de moordende concurrentie in de bouw, veroorzaakt een toename van dumpprijzen. Uitgezonderd enkele cowboys - zoals Aquareno uit Antwerpen - blijven de bedrijven hun hoofd toch goed boven water houden. Dat wijst op een relatieve welstand van de sector. Volgens een studie van het Hoger Instituut voor de Arbeid stegen de budgetten tussen 1990 en 1997 met 118 % voor de overheid en 252,2 % voor de privé-sector. De Vlaamse Confederatie Bouw schat dat nog geen honderd bedrijven, met een totaal personeelsbestand van duizend werknemers, een geconsolideerde omzet van 100 miljoen euro per jaar realiseren in de monumentenzorg. Veel ondernemingen hebben intussen ook gediversifieerd in de renovatie van particuliere woningen. Opvallend is wel dat geen van de door ons gecontacteerde firma's de pers te woord wilde staan. Omdat de familiebedrijven grotendeels afhankelijk zijn van overheidsopdrachten, blijven zij de lippen op elkaar klemmen. Drie firma's zijn samen goed voor meer dan de helft van het totale omzetcijfer in monumentenzorg: marktleider Monument Vandekerckhove uit Ingelmunster, Verstraete & Vanhecke uit Antwerpen en Vandendorpe uit Brugge. Zij beschikken over de beste ambachtslui en de meeste referenties, tot in het buitenland toe. Zo heeft de Groep Monument meegewerkt aan de restauratie van onder meer het Louvre (Parijs), de Raad van State (Den Haag) en het stadhuis van Luxemburg. De afgelopen decennia vond een ware metamorfose in de sector plaats. Terwijl de eigenaars hun monumenten vroeger als een ware catastrofe beschouwden, stijgt de waarde van dit patrimonium nu sneller dan die van de gewone gebouwen. Vandaag is heel de bevolking overtuigd van het nut en de waarde van ons culturele erfgoed. Ook de overheid professionaliseerde haar subsidiebeleid. Al enkele jaren verloopt de subsidiëring op basis van de raming en wordt de premie toegekend vóór de openbare aanbesteding. Dat maakt prijsafspraken of meerwerken praktisch onmogelijk. Bovendien moet de aannemer de werken voor minstens 50 % met eigen personeel uitvoeren, zodat koppelbazerij wordt vermeden. Eric PompenDe eigenaars beschouwden hun monumenten vroeger als een ware catastrofe, maar nu stijgt hun waarde sneller dan die van de gewone gebouwen.