Dwars door Duitsland loopt de Schnapsgrenze. De scheidingslijn volgt niet schroomvallig de (k)oude politieke slenk tussen de Bondsrepubliek en de communistische DDR. "De jenevergrens boorde zich door het IJzeren Gordijn. Binnen de DDR werd in de noordelijke districten Rostock, Schwerin en Neubrandenburg 40 procent meer jenever gedronken dan in de zuidelijke gebieden rond Dresden, Karl-Marx-Stadt (nu Chemnitz), Gera en Erfurt. In het westen was het niet anders. Korn (32 procent alcohol) en D...

Dwars door Duitsland loopt de Schnapsgrenze. De scheidingslijn volgt niet schroomvallig de (k)oude politieke slenk tussen de Bondsrepubliek en de communistische DDR. "De jenevergrens boorde zich door het IJzeren Gordijn. Binnen de DDR werd in de noordelijke districten Rostock, Schwerin en Neubrandenburg 40 procent meer jenever gedronken dan in de zuidelijke gebieden rond Dresden, Karl-Marx-Stadt (nu Chemnitz), Gera en Erfurt. In het westen was het niet anders. Korn (32 procent alcohol) en Doppelkorn (38 procent) aan Wadden, Oostzee en Elbe, wijn en bier waar ze Duits spreken met een rollende r." Van dergelijke weetjes puilt het kloeke Mijn Duitsland uit. Voormalig VRT-journalist Geert van Istendael verkent het herenigde land van onze oosterburen gründlich en minutieus, vat zijn bevindingen pünktlich en koel samen onder vijftig alfabetisch gerangschikte thema's en weidt vervolgens heerlijk oeverloos uit. Een opeenstapeling van feiten, impressies, anekdotes dijt uit tot een collage die beslist kleurrijker is dan de Duitse vlag. Harde politiek en nuchtere economie vinden we in dat polychrome beeld. Maar Geert van Istendael maakt evengoed plaats voor straatleven, kroegenwijsheid en poëzie. Geschiedenis en heden, hoge cultuur en een ode aan de braadworst wisselen elkaar af. Ook de stijl varieert. Van Istendael kan best wel eens nuchter zijn, maar schurkt toch liever warm en dicht tegen het lyrische aan. Hij wentelt zich altijd graag in een taalbad dat glinstert van precisie en poëzie - bij hem sluit het ene register het andere niet uit. Een boek over Duitsland, is dat geen obligate oefening in ironie en voorspelbare kolder over Schnaps, Biergarten en nog meer worst? Toegeven dat u uw vakantie doorbrengt in Duitsland doet bij menige Belg de wenkbrauwen fronsen. U ziet de verdenkingen opborrelen: bent u een extreemrechtse cultuurbarbaar annex culinaire neanderthaler? Een citytrip naar Berlijn kan er nog net door, maar toegeven dat er zelfs in het Beierse München naast de bierkelders en lederhosen een levendige culturele scène bruist, lijkt voor menigeen erg moeilijk. Hopelijk opent het boek van Geert van Istendael de ogen. Ook hij is soms best wat sarcastisch, bitter of venijnig, maar die toon overheerst niet. En, neen, hij vermijdt de wereldoorlogen niet, maar hij laat ze ook zijn boek niet beheersen. Allicht is het dan ook geen toeval dat we in zijn alfabet bij de letter h niet Hitler, maar bij de dichter Hölderlin belanden. Van Istendael schreef een ode aan Duitsland, soms best kritisch of stekelig, maar ook ernstig en informatief. En af en toe stralend lyrisch. Duitsland is te belangrijk en te interessant om een taboe te zijn. Geert van Istendael, Mijn Duitsland. Atlas, 464 blz., 22,50 euro.Luc De Decker