De Canadees-Oostenrijkse toeleve-raar Magna en de in Brussel genoteerde holding RHJ International strijden op het scherp van de snee om de buit Opel. Dinsdagvoormiddag 11 augustus, bij het ter perse gaan van dit nummer, was de uitslag van het duel nog niet bekend.
...

De Canadees-Oostenrijkse toeleve-raar Magna en de in Brussel genoteerde holding RHJ International strijden op het scherp van de snee om de buit Opel. Dinsdagvoormiddag 11 augustus, bij het ter perse gaan van dit nummer, was de uitslag van het duel nog niet bekend. Wel leek vast te staan dat de fabriek in Antwerpen in maart 2010 zou sluiten. In het ondernemingsplan van Magna zouden in heel Europa 10.560 banen verdwijnen. De herstructureringen - lees: de ontslagen - begroot Magna op 1022 miljoen euro (waarbij 308 miljoen euro voor de sluiting van Antwerpen). Bovendien zouden de Opel-activiteiten pas vanaf 2011 winst opleveren. Tot dan wordt 3,8 miljard euro cash verbrand. Maar wie gaat de rekening betalen? Magna en zijn Russische partner Sberbank willen voor een belang van 55 procent in het nieuwe Opel 500 miljoen euro injecteren. Daarnaast moeten de overheden met geld over de brug komen. De Vlaamse overheid beloofde 500 miljoen euro aan steunmaatregelen. Maar daarmee kon het Magna niet overtuigen. Ook de overheden in Polen en Spanje beloven staatssteun. Maar wat behelst precies die steun? De Duitse overheid houdt het vaag. Dat blijkt uit een antwoord op een schriftelijke vraag in het Duitse federale parlement door de Duitse staatssecretaris voor Economie, Jochen Homann. Homann, de spilfiguur in het Opel-dossier bij het Duitse federale ministerie van Economie, hield in zijn antwoord van 4 augustus de boot af. Zolang de mogelijke investeerder geen concreet ondernemingsplan indient, is het onduidelijk welke overheid welk bedrag kan of wil betalen. Bovendien moet de Europese Commissie de eventuele steun nog goedkeuren. Homann gaf nog mee dat er over die problematiek eerste, aftastende gesprekken waren gevoerd met de diverse overheden in de andere Europese landen met Opel-vestigingen. Het was een erg vaag antwoord van Jochen Homann. Maar hoe overleeft Opel dan wel vandaag? Sinds het pinksterweekend is de onderneming in handen van twee vennootschappen. De houdstermaatschappij GM Europe Trust GmbH & Co (65 procent) en General Motors Corporation (35 procent). De houdstermaatschappij heeft een tijdelijke voogdijopdracht tot de nieuwe investeerder is gevonden. De voogd verwierf een belang van 65 procent in ruil voor een overbruggingskrediet van 1,5 miljard euro door de Duitse overheid. Die kredietlijn via de Duitse overheid houdt Opel dus in leven. De Duitse overheid kocht daarmee tijd, op zoek naar een investeerder voor Opel. De helft van de 1,5 miljard euro gaf de Duitse federale overheid. De andere 750 miljoen kwam van vier Duitse deelstaten (met Opel-fabrieken). Maar als er een akkoord wordt gevonden met een nieuwe investeerder in Opel, wordt die kredietlijn herzien. Dan kan de Duitse overheid de kredieten verhogen tot een bedrag van 4,5 miljard euro. Magna voorziet op zijn beurt in een inbreng van een half miljard euro. Dat geeft een gezamenlijke rekensom van vijf miljard euro. En Magna begroot de saneringoperatie nu net op circa vijf miljard euro. Men zou dus kunnen stellen dat de Duitse belastingbetaler de herstructureringskosten voor de sluiting van Antwerpen op een onrechtstreekse manier mee financiert. Tenzij uiteraard de kredieten volledig worden terugbetaald via een nieuwe levensvatbare onderneming Opel. W.R.