Bij regeringsleiders van zowat alle geïndustrialiseerde landen zorgt het vergrijzingsdebat voor gezucht en wenkbrauwengymnastiek. Het grijze leger drijft de factuur voor gezondheidszorg genadeloos omhoog. En dat terwijl Blair, Balkenende, Merkel, De Villepin en Verhofstadt nog andere katten te geselen hebben. De druk van de globalisering op de arbeidsmarkt, om er maar één te noemen. Kiezers hechten echter veel belang aan hun gezondheid. De vraag is dus: hoe kan een land zijn gezondheidsbeleid aan de vergrijzing aanpassen?
...

Bij regeringsleiders van zowat alle geïndustrialiseerde landen zorgt het vergrijzingsdebat voor gezucht en wenkbrauwengymnastiek. Het grijze leger drijft de factuur voor gezondheidszorg genadeloos omhoog. En dat terwijl Blair, Balkenende, Merkel, De Villepin en Verhofstadt nog andere katten te geselen hebben. De druk van de globalisering op de arbeidsmarkt, om er maar één te noemen. Kiezers hechten echter veel belang aan hun gezondheid. De vraag is dus: hoe kan een land zijn gezondheidsbeleid aan de vergrijzing aanpassen? De druk op oude waarden als solidariteit en gelijkheid wordt in de zorg snel groter. Dat blijkt, zoals we eerder schreven (zie Trends, 15 februari 2007), uit de manier waarop collectieve gezondheidsstelsels in onze buurlanden worden afgebouwd. Steeds meer zoeken de Europese landen een oplossing in het privatiseren van de gezondheidszorg. De markt zal het financieringsprobleem wel oplossen en indien nodig plaatst een socialistische minister wel barrières die de sociale ongelijkheid voor lijf en leden moeten beperken. Intussen zijn patiënten ook bereid om meer te betalen voor een betere behandeling. Iemand die ziek is, kijkt niet op een paar centen. Tenminste, zolang hij ze heeft. Het sluitstuk van een uitstekende gezondheidszorg is een goed werkend hospitaalwezen. Dat kost handenvol geld én moet voor iedereen betaalbare en beschikbare kwalitatieve zorg bieden. Als ergens de financieringsdruk te voelen moet zijn, is het in de hospitalen. Niet voor niets daalt het aantal ziekenhuisbedden zowat overal (zie kader: Minder ziekenhuisbedden). In de jaren negentig ondergingen de Belgische ziekenhuizen een fusiegolf. Die lijkt voorlopig voorbij. Ziekenhuisdirecteurs zijn het er tegenwoordig over eens dat de nieuwe tendens meer is gericht op het smeden van samenwerkingsverbanden. Bovendien wordt de expansie van ziekenhuizen over de landsgrenzen in het kader van een Europese consolidatie voorlopig onwenselijk geacht. Nochtans zijn er wel signalen die het tegendeel doen vermoeden. De Europese Unie gelooft wel degelijk in een Europese gezondheidsmarkt, zo maakt Europees commissaris Markos Kyprianou geregeld duidelijk. Om te beginnen, is er de patiëntenmobiliteit binnen Europa. Patiënten die in eigen land op wachtlijsten botsen, gaan steeds harder op zoek naar een Europees land waar ze wel snel worden behandeld. Op dat terrein zagen het VBO en Voka de jongste jaren kansen voor de Belgische zorgsector. Vergeleken met de buurlanden beschikt ons land over enige overcapaciteit en die kan evengoed worden aangewend voor buitenlandse patiënten, zo luidt de redenering. Daarnaast werkt de Commissie op dit moment aan een aparte richtlijn voor gezondheidszorg. Dat komt omdat de richtlijn over vrij verkeer van diensten - bekend als de Bolkesteinrichtlijn - nergens op groter verzet stuitte dan in de zorgsector. Minister Rudy Demotte (PS) nam zelfs het voortouw in een groep van Europese gezondheidsexcellenties die elk land de speelruimte wil laten om zijn eigen systeem te bewaren. Het zit er dus niet meteen aan te komen dat net zoals pakweg in de banksector een Europese consolidatiegolf de ziekenhuiswereld laat daveren op zijn grondvesten. Niettemin proberen er her en der in Europa private ziekenhuisgroepen positie te kiezen voor het geval zo'n geliberaliseerde gezondheidsmarkt van start gaat. Het bekendste voorbeeld is ongetwijfeld Capio. In nauwelijks tien jaar tijd groeide deze onderneming uit van een klein Zweeds zorgbedrijf tot de eerste pan-Europese ziekenhuisgroep. Tot november vorig jaar was het bedrijf ook beursgenoteerd, maar toen het werd overgenomen door Opica verdween het uit de beurstabellen. Opvallend aan de overname: Opica - dezelfde letters als Capio - is een financieel vehikel dat speciaal werd opgericht met het oog op de overname door de investeringsgroepen Apax Partners en Nordic Capital. Het ging trouwens helemaal niet slecht met Capio. Integendeel, op het moment van de overname was de Zweedse groep al actief in Zweden, Denemarken, Noorwegen, Frankrijk, Zwitserland, Spanje, Groot-Brittannië en Duitsland. De multinational telde meer honderd operationele ziekenhuisunits en telde over de hele groep meer dan 15.000 werknemers. Dat leverde een omzet op van 1,4 miljard euro. Ben Harding van Apax Partners in Londen: "Er was geen sprake van een ongezonde situatie, wel van de behoefte om de internationale expansie nog te versnellen: nieuwe markten aanboren, ziekenhuizen overnemen. De delisting moet dat vergemakkelijken."Er spelen ook andere motieven mee. Hartmut Schmidt, financieel analist van de Europese ziekenhuismarkt: "Private-equityinvesteerders willen al erg lang een graantje meepikken in de markt van geprivatiseerde ziekenhuizen. Alleen zijn er niet zoveel valabele overnamedoelen. Het is de strategie van de investeerders om het bedrijf over te nemen, eventueel van de beurs te halen, agressief te laten groeien en het vervolgens met een fikse winstpremie opnieuw naar de beurs te brengen."Schmidt is al meer dan tien jaar actief als onafhankelijk analist van de Europese ziekenhuismarkt. Aanvankelijk was hij alleen, tegenwoordig is er ook bij investeringsgroepen en banken in het buitenland een groeiende interesse in de sector. Dat hij een Duitser is, hoeft niet te verwonderen. Niet alleen vormt ons buurland de grootste gezondheidsmarkt in Europa, het is ook het land waar ziekenhuizen het meest zijn geprivatiseerd. Zo kent Duitsland het erg visibele Rhön-Klinikum. Dat bedrijf telt 45 ziekenhuizen, goed voor 12.217 bedden. Er werken 21.000 mensen. In 2005 leverde dat een omzet op van 1,4 miljard euro. De bezieler van Rhön-Klinikum is Eugen Münch. "Een ziekenhuis moet eigenlijk functioneren als een autofabriek," vindt de bedrijfsleider. Efficiëntie is het sleutelwoord. Opvallend is echter dat Rhön zich uitsluitend op de Duitse markt richt en zich daar profileert als 'ethisch' verantwoord. De groep benadrukt dat er in haar ziekenhuizen geen sprake is van risico- of patiëntenselectie. Daar staat wel naast dat Rhön vorig jaar zo'n 123 miljoen euro winst boekte. Voorts zijn ook Helios Kliniken, Asklepios, Sana Kliniken en Damp Holding belangrijke namen op het lijstje van Duitse private ziekenhuisgroepen. Daarvan kiezen enkel Asklepios en Damp voor een internationale expansiekoers. Dat wil zeggen dat het in hun officiële strategie is ingebakken. Damp heeft zijn hoofdkwartier in Schleswig-Holstein en ontwikkelt activiteiten in het nabijgelegen Denemarken. Asklepios, met 95 instellingen, 34.500 werknemers en een omzet van 2 miljard euro is een van de grotere privéspelers in Duitsland en heeft al langer een tiental hospitalen in Amerika. Maar de groep wil expliciet uitbreiden in Europa. Liefst in Griekenland en Portugal. Het is niet uitgesloten dat ook andere spelers de expansie in het buitenland alsnog gaan nastreven. Zo verwacht Hartmut Schmidt dat ook Sana Kliniken, nu in handen van Duitse verzekeraars, die strategie zou kunnen overnemen. "Want de Duitse private ziekenhuisgroepen zijn het best gewapend om in een Europese consolidering een rol te spelen," zegt hij. "Dat komt omdat de grote ziekenhuizen er al hebben geleerd efficiënt om te springen met de middelen en omdat de commercialisering van ziekenhuizen in de rest van Europa gewoon nog niet ver genoeg staat."En Groot-Brittannië dan? Ook bij de Britten hebben privéziekenhuizen intussen een aardige positie verworven. De belangrijke spelers zijn er BUPA en BMI Healthcare. De eerste bestaat al sinds 1947 en werd toen opgericht als de British United Provident Association. BUPA profileert zich veel breder dan uitsluitend als ziekenhuis. Het baat bijvoorbeeld ook de ouderlingenhomes uit en is een belangrijke aanbieder van verzekeringsproducten op het vlak van gezondheid en bijstand. Daar staat tegenover dat BUPA op drie continenten actief is en naar eigen zeggen meer dan 7 miljoen klanten bedient. Als ziekenhuisgroep beschikt ze over ongeveer 40.000 werknemers en draait een omzet van 3,7 miljard euro. BMI Healthcare is een pak kleiner met een omzet van 623 miljoen euro en ruim 5000 werknemers. Het is eigenlijk een onderdeel van de General Healthcare Group en biedt in 49 Britse ziekenhuizen acute hospitaalbedden aan. Sinds 2006 maakt de groep echter een onderdeel van een consortium onder leiding van Netcare (Network Healthcare Holdings Limited) een Zuid-Afrikaanse groep die op de beurs in Johannesburg noteert. Voorts was ook Apax Partners bij die transactie betrokken. Een laatste belangrijke ziekenhuisgroep met internationale ambities is van Franse komaf. Générale de Santé (GdS) is een beursgenoteerde groep met 137 privéziekenhuizen, waarvan 128 in Frankrijk. Uitbreiding zoekt de groep naar verluidt vooral richting Zwitserland en Portugal. Al lijkt de internationale profilering van de Franse groep voorlopig minimaal, volgens Schmidt is GdS met Capio eigenlijk de belangrijkste Europese ziekenhuisgroep. GdS bestaat pas sinds 1987 en heeft 16 % van de Franse markt in handen. Het draait een omzet van meer dan 1,4 miljard euro en telt ruim 16.500 werknemers. Roeland Byl