In april bedroeg het Duitse handelsoverschot 15,9 miljard euro, aan het begin van de zomer werd de kaap van de 16 miljard euro overschreden en in augustus steeg het surplus naar 18,3 miljard euro. De Duitse exporttrein dendert dus voort.
...

In april bedroeg het Duitse handelsoverschot 15,9 miljard euro, aan het begin van de zomer werd de kaap van de 16 miljard euro overschreden en in augustus steeg het surplus naar 18,3 miljard euro. De Duitse exporttrein dendert dus voort. Maar bij nader inzien heeft de exportkampioen een januskop. Vaak wordt aangenomen dat Duitsland succesvol is in opkomende markten, maar het handelsoverschot wordt vooral in de EU en de eurozone gerealiseerd. (zie tabel). Op de tweede plaats komen niet-Europese industrielanden als de VS of Japan. Ondanks de massale export van onder andere Duitse wagens is het handelstekort met China bijvoorbeeld meer dan 14 miljard euro. Ook met het geheel van de BRIC-klanden is het saldo negatief: 17,2 miljard euro. De export naar China vertegenwoordigt 6 procent van de Duitse uitvoer. "Die vertienvoudiging in tien jaar is al bij al niet spectaculair als je het vergelijkt met België", zegt Geert Janssens, hoofdeconoom van VKW Metena. "Eigenlijk exporteren wij meer naar China als je rekening houdt met het feit dat wij onrechtstreeks via Duitsland veel halffabricaten afleveren die uiteindelijk ook in China terechtkomen." De Duitse handelsbalans ten opzichte van de rest van de Unie en Zuid-Europa in het bijzonder ziet er totaal anders uit. Grote bijdragers tot het Duitse handelsoverschot in 2011 waren Frankrijk (35,1 miljard), Italië (13,8), Spanje (12,3), maar ook Groot-Brittannië (20,4) en Polen (11,1). Het handelsoverschot met Zuid-Europa groeide in de periode 1999-2008 tot bijna 400 miljard euro. Die landen hebben zich in de schulden geïmporteerd. Handelstekorten worden doorgaans gefinancierd met buitenlands kapitaal. Eind 2008 hadden Duitse banken voor 540 miljard euro vorderingen op die landen uitstaan. "Duitsland heeft zijn exportoverschot met het zuiden dus grotendeels zelf gefinancierd." Duitsland verdient wel degelijk lof voor zijn titel van exportkampioen, benadrukt Janssens. Hij wijst op het beleid dat dit mogelijk heeft gemaakt: een constructief sociaal overleg, loonmatiging en een adequate hervorming van de arbeidsmarkt. "Maar de handelsoverschotten zijn niet duurzaam. De landen die veel invoeren uit Duitsland, moeten besparen en schulden afbouwen. Ze kunnen hun import niet blijven financieren met leningen, want dan dreigt insolvabiliteit. Vergeet ook niet dat Duitsland zijn sterke exportpositie ook dankt aan een euro die steevast zwakker is dan een Duitse munt." Janssens waarschuwt ten slotte voor de gevolgen in België: "Ons land kon in de voorbije tien jaar profiteren van de Duitse export. In het zog daarvan speelden we onze rol als toeleverancier van halffabricaten. In de toekomst zullen we meer op onszelf aangewezen zijn." ALAIN MOUTON