De fiscale wetgever wil het gebruik van elektrische voertuigen stimuleren. Maar de manier waarop hij dit doet, is een beetje stuntelig. De belastingadministratie lijkt bovendien niet van plan die gebreken met de mantel der liefde te bedekken.
...

De fiscale wetgever wil het gebruik van elektrische voertuigen stimuleren. Maar de manier waarop hij dit doet, is een beetje stuntelig. De belastingadministratie lijkt bovendien niet van plan die gebreken met de mantel der liefde te bedekken. Om het gebruik van elektrische voertuigen aan te moedigen, heeft de fiscale wetgever fiscale maatregelen genomen. Een aantal daarvan heeft betrekking op de infrastructuur voor elektriciteitsvoorziening. Bij een elektrische wagen moet regelmatig elektriciteit bijgeladen worden. Dat kan best gebeuren via speciaal daartoe uitgeruste oplaadpunten. De wetgever heeft daarom in een bijzondere belastingvermindering voorzien voor particulieren die aan de buitenkant van hun huis een oplaadpunt installeren. De belastingvermindering is tijdelijk. Zij geldt voor de uitgaven die in de jaren 2010, 2011 en 2012 zijn gedaan. Ook in de professionele sfeer werd in tijdelijke fiscale aanmoedigingen voorzien. Wie in 2010, 2011 en 2012 beroepsmatig investeert in oplaadstations voor elektrische voertuigen, mag versneld afschrijven, en heeft uitzicht op een aantrekkelijke investeringsaftrek. De versnelde afschrijving houdt in dat men de investering gespreid over twee jaar, telkens voor 50 procent onder de aftrekbare beroepskosten mag opnemen. De investeringsaftrek houdt op zijn beurt in dat een bepaald bedrag van de gedane investering afgetrokken mag worden van het fiscaal resultaat. Voor de aanslagjaren 2011 en 2012 is dat bedrag gelijk aan 13,5 procent van de gedane investering. Voor vennootschappen vormt dit een niet te versmaden voordeel. Ten aanzien van vennootschappen is de gewone investeringsaftrek al jaren geleden op nul gezet. Die opnulzetting is een eufemisme om niet te moeten zeggen dat de gewone investeringsaftrek eenvoudig is afgeschaft. Maar ten aanzien van sommige investeringen hebben zij toch nog recht op een investeringsaftrek. Dat is dus ook het geval wanneer zij investeren in oplaadstations voor elektrische voertuigen. In de praktijk blijken deze fiscale steunmaatregelen weinig zoden aan de dijk te zetten. Er zijn weliswaar al wel oplaadstations voor elektrische voertuigen ingericht. Maar in de dagbladpers stond zeer onlangs nog te lezen dat deze oplaadstations zo goed als niet worden gebruikt. De kater die de bouwers van dergelijke oplaadstations hieraan overhouden, dreigt nog groter te worden. De fiscale voordelen waarop zij konden hopen, blijken nu bovendien tegen te vallen. Ter herinnering: de wetgever stelde een versnelde afschrijving in het vooruitzicht én een aantrekkelijke investeringsaftrek. Tijdens de parlementaire voorbereiding van de betreffende wetgeving werd duidelijk de indruk gewekt dat investeerders in oplaadstations tegelijk zouden kunnen rekenen op de beide fiscale voordelen. Maar dat blijkt achteraf niet het geval te zijn. Voor de investeringsaftrek is vereist, dat het gaat om investeringen die over minstens drie jaar afgeschreven worden. Zoals gezegd, bestaat de eerste fiscale steunmaatregel erin de investeerders toe te laten hun investering in oplaadstations af te schrijven over twee jaar. Wie van deze versnelde afschrijving gebruikmaakt, valt automatisch buiten de prijzen wat de investeringsaftrek betreft (want zijn investering wordt over twee, en niet over minstens drie jaar afgeschreven). Een professionele investeerder in oplaadstations voor elektrische voertuigen zal dus maximaal een van de twee fiscale voordelen kunnen genieten: ofwel kiest hij voor de versnelde afschrijving, en dan gaat de investeringsaftrek aan zijn neus voorbij, ofwel kiest hij voor de investeringsaftrek, en dan mag hij de versnelde afschrijving vergeten. Met wat goede wil, kan daar weliswaar een mouw aan gepast worden. Bijvoorbeeld door toe te laten dat de versnelde afschrijving ook gespreid mag worden over drie in plaats van over twee jaar. Maar uit een recente rondzendbrief blijkt dat de belastingadministratie van een elegante oplossing jammer genoeg niet wil weten. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.JAN VAN DYCKDe beide fiscale voordelen kunnen volgens de belastingadministratie niet gecumuleerd worden.