In oktober haalde Dripl 1,1 miljoen euro op bij verschillende investeerders. Deze week ging het bedrijf voorbije de grens van 100.000 uitgespaarde verpakkingen, met dank aan de drankautomaat die het ontwierp. Tegen eind 2022 moeten dat er een miljoen uitgespaarde verpakkingen zijn door een verdere internationale expansie. Medeoprichter Colin Deblonde: "We zijn al actief ...

In oktober haalde Dripl 1,1 miljoen euro op bij verschillende investeerders. Deze week ging het bedrijf voorbije de grens van 100.000 uitgespaarde verpakkingen, met dank aan de drankautomaat die het ontwierp. Tegen eind 2022 moeten dat er een miljoen uitgespaarde verpakkingen zijn door een verdere internationale expansie. Medeoprichter Colin Deblonde: "We zijn al actief op Nederlandse locaties, volgend kwartaal zetten we voet aan wal in Duitsland. Daarna lonkt de rest van de wereld." Enkele jaren geleden stonden de studenten Colin Deblonde en Lucas Moreau in het station van Antwerpen met een verschrikkelijke dorst. Het enige wat ze vonden, waren de typische automaten met gesuikerde frisdranken. Het duo bedacht een automaat die op meerdere vlakken revolutionair is. Zo zijn de drankjes gemaakt van volledig natuurlijke grondstoffen. IJsthee met echte theebladen bijvoorbeeld, of limonade met roos en munt. Nog innovatiever is hoe de drankjes gemaakt worden. Het water wordt pas in de automaat toegevoegd. "Zo creëren we niet alleen suikerarme drankjes, maar hoeven we geen verpakkingen te gebruiken of water te vervoeren", zegt Colin Deblonde. Het ecologische en gezonde verhaal van Dripl sloeg al snel aan bij bedrijven die iets anders dan de klassieke drankautomaten voor hun kantoor zochten. "Bedrijven gaan op zoek naar snacks of dranken die aansluiten bij hun waarden. Er was al snel een draagvlak voor wat we doen", klinkt het. Onder andere bij imec, Showpad en JBC staan intussen Dripl-automaten. "Dripl is een coronababy", zegt Deblonde. "Toen we ons eerste prototype zouden testen, werd de eerste lockdown aangekondigd. Uiteindelijk konden we het plaatsen bij blue-collarbedrijven of op plekken met veel passage. We zien nu dat bedrijven nog meer willen investeren in een kantoor dat echt de moeite is om een of twee keer per week naartoe te komen."