Een omzet van circa 13,5 miljard euro. Een jobmotor van 150.000 banen. Maar ook een op de vier bedrijven met een zeer fragiele financiële structuur. Het zijn enkele opvallende cijfers uit de 'Analyse van de horecasector in België', van de onderzoekers Caroline Hambÿe en Bart Hertveldt van het Federaal Planbureau. Wie de gegevens nader onderzoekt, komt tot enkele opvallende vaststellingen.
...

Een omzet van circa 13,5 miljard euro. Een jobmotor van 150.000 banen. Maar ook een op de vier bedrijven met een zeer fragiele financiële structuur. Het zijn enkele opvallende cijfers uit de 'Analyse van de horecasector in België', van de onderzoekers Caroline Hambÿe en Bart Hertveldt van het Federaal Planbureau. Wie de gegevens nader onderzoekt, komt tot enkele opvallende vaststellingen. Tussen 1995 en 2009 kende de horecasector een omzetstijging van 70 procent, net als de algemene economie en de sector 'marktdiensten' (dat zijn onder meer winkels, banken, diensten aan ondernemingen). Maar die stijging was in de horeca bijna uitsluitend te danken aan een prijsverhoging. De stijging in volume was er verwaarloosbaar, terwijl die in de andere sectoren wel substantieel was (zie grafieken 1 en 2). Met andere woorden: er werden nauwelijks meer spaghetti's of pintjes verkocht. Het cafébezoek daalt dus wel degelijk naarmate de consumpties er duurder worden. Dat toont de studie van het Planbureau voor het eerst met cijfers aan. In de andere economische sectoren is er een combinatie van stijgende prijzen en activiteiten. In de horeca daarentegen is er nauwelijks een volumestijging. "Je kunt je afvragen of de sterkere prijsstijging in de horeca een oorzaak is geweest voor de zwakke volume-evolutie", bedenkt onderzoeker Bart Hertveldt. "De prijzen van bijvoorbeeld bier zijn het voorbije decennium dubbel zo sterk gestegen in de horeca als in de winkel. Dat kan een verklaring zijn voor de zwakke volumeontwikkeling. Horecaklanten zijn in de regel vrij prijsgevoelig." Mensen consumeren met andere woorden vaker bier thuis. En dus daalt het horecabezoek. Moeten de pintjes op café dan goedkoper worden? Dat is wellicht wat kort door de bocht. Want de winstgevendheid van de horecazaken is zwak. Een op de vier horecazaken is virtueel failliet. Het is dus niet duidelijk of de felle prijsstijgingen ook op de bankrekening komen van de horeca-uitbater. "Of de hogere prijzen hogere kosten weerspiegelen, en waar uiteindelijk in de keten de grote winsten worden genomen, moet ander onderzoek duidelijk maken. Waar in de keten moet de prijstempering gebeuren? Wie moet een deel van zijn winsten opofferen, om uiteindelijk een lagere eindprijs te krijgen? Is het de laatste schakel, de horecaonderneming? Of is het een van de schakels daarboven? Wat we hier zien, is het eindresultaat in de horeca. Wat erachter zit, zie je niet in de grafiek", blijft Bart Hertveldt voorzichtig. Wat nog opvalt, zijn de 150.000 banen in de sector, wat beduidend lijkt. Maar die werkgelegenheid stagneert. Heel jammer, want de horeca is een grootse banenschepper. Wie één miljoen euro consumeert in een café of restaurant, creëert daarmee twintig jobs. Die gebrekkige volumeontwikkeling is bijzonder jammer. Want horeca is een sector die bij uitstek veel banen kan creëren. De huidige 150.000 banen mogen dan veel lijken. Maar de horeca creëerde sinds 1995 nog nauwelijks extra jobs. "De werkgelegenheid blijft stabiel, terwijl die in de rest van de economie toeneemt", zegt medeauteur Caroline Hambÿe. "In de marktdiensten klom de werkgelegenheid met een kwart tussen 1995 en 2009. In de hele economie bedroeg het groeicijfer 15 procent. De horeca blijft steken op nauwelijks 3 procent. Dat is slechts 0,2 procent per jaar. Toch heeft de horeca een groot potentieel voor werkgelegenheidscreatie. Het is in principe een zeer arbeidsintensieve bedrijfstak. En ook het profiel van de werknemers oogt interessant. Het gaat meestal om jonge, vrij laaggeschoolde mensen. Het deeltijdse werk bedraagt bijna 60 procent. De horecasector creëert werk voor die categorie van mensen, die vaak in andere sectoren minder kansen hebben. Daarom is het spijtig dat de sector zo sterk achterblijft." De studie maakt het tewerkstellingseffect van de sector heel concreet. Elk miljoen euro dat in cafés en restaurants wordt geconsumeerd, creëert twintig banen. Op enkele deelsectoren van de marktdiensten na, doet geen enkele sector het beter. Het gemiddelde voor de hele economie is bijvoorbeeld elf werkplaatsen voor een injectie van één miljoen euro. De industrie is helemaal hekkensluiter, met slechts zes banen (drie directe en ook drie indirecte). De horeca is gewoon heel arbeidsintensief. En een toenemend volume zou die banencreatie nog eens extra schwung bezorgen. "Jammer voor de werkgelegenheid dus", bedenkt Bart Hertveldt. "Een volumestijging was dus veel belangrijker geweest dan een prijsstijging. Er is wel degelijk nog potentieel. Want België scoort vrij zwak voor het aandeel van de horeca in de binnenlandse tewerkstelling. De buurlanden Duitsland, Frankrijk en Nederland hebben procentueel meer mensen aan het werk in de horeca." De onderzoeker snijdt er een gevoelig thema aan: prijsverlagingen. In Frankrijk werd de btw-verlaging doorgegeven aan de consument. In België niet. Sinds 2010 is de btw op maaltijden verlaagd van 21 naar 12 procent. Het moet de sector witter maken (de studie kleeft geen cijfer op het zwartwerk in de horeca). Maar voor een balans van de resultaten (bijvoorbeeld via het stijgende aantal aangegeven RSZ-werkuren) is het nog te vroeg. WOLFGANG RIEPLGeen enkele economische sector kan meer banen creëren dan de horeca.