Door Lieven Desmet
...

Door Lieven DesmetEOC bloeide op dankzij een Amerikaans patent op een vloeibare kleefstof die aan de onderkant van een tapijt wordt aangebracht om de vezels samen te houden. Het was dan ook geen toeval dat de familiale onderneming in 1974 een vestiging opende in Oudenaarde, in de schaduw van de tapijtindustrie. Al is die industrie nog steeds de grootste afzetmarkt, vandaag zijn er wel verschuivingen merkbaar. Chief sales & marketing officer Gerard Marsman: "Door de opkomst van andere vloerbedekking neemt de groei in de vasttapijtmarkt af, terwijl de kunstgrasmarkt blijft groeien." EOC speelde daarop in, maar hield het niet bij dat ene segment. Het bedrijf zocht andere toepassingen en afzetmarkten. Zo startte EOC Belgium met de productie van latex, het hoofdbestanddeel van de vloeibare kleefstof. Het latex ging naar de tapijtindustrie, die steeds vaker zelf zulke kleefstoffen ontwikkelt. Sinds 1998 stort EOC Belgium zich ook op de productie van kleefstoffen en bindmiddelen. Oorspronkelijk gebeurde dat in vier onafhankelijke nv's, die fuseerden tot één structuur. Dat is meteen de hoofdreden van de snelle groei van de jongste jaren. Uitgedrukt in cijfers: de omzet klom tussen 2001 en 2005 van 58,8 miljoen euro tot 153,7 miljoen euro (+161 %). Het personeel groeide in die tijdspanne met 198 %, van 93 tot 278 medewerkers. Bespaar geld, tijd en moeite. Met die slagwoorden verklaart Luc Rogge, directeur-generaal distributie bij Colruyt, het succes van de Okaywinkels. Met deze nieuwe winkelformule zoekt grootgrutter Colruyt het marktsegment van winkels van 400 tot 600 vierkante meter. De kleinere buurtwinkel dus, naast de bestaande formule-Colruyt. Okop is de holding boven de ondertussen al 43 Okaywinkels in België (36 in Vlaanderen, met een belangrijke cluster in en rond Kortrijk). "We willen jaarlijks zeven tot tien nieuwe winkels openen", duidt Luc Rogge de groeiplannen. "Het is snel, goedkoop en gemakkelijk. We merken dat er consumenten zijn die door de toenemende verkeersdrukte snel boodschappen willen doen." De Okaywinkel levert 4000 producten. Maar meer dan bij Colruyt ligt de nadruk op bereide gerechten en verse producten. "Er is weinig kannibalisering, maar we letten er uiteraard op dat een Okaywinkel niet te dichtbij een Colruyt ligt." De cijfers spreken inmiddels voor zich. De omzet klom met 1070 % van 6,6 miljoen euro (2001) naar 77,7 miljoen euro (2005). Het personeel groeide evenredig mee (+1082 %) van 16 naar 197 medewerkers. Het Noord-Limburgs Distributie Center (NLDC) was voor de tweede keer op rij ambassadeur van de Kleine Gazellen in de provincie Limburg. Daar mag het nu ook de trofee van Superambassadeur aan toevoegen. Het logistieke centrum werd in 1994 opgericht door enkele leden van de familie Martens, bekend van de gelijknamige brouwerij. Het werkt inmiddels ook voor andere klanten. In 2003 investeerde het bedrijf bijna 15 miljoen euro in Bocholt-Kaulille. Nieuwe machines blazen aangeleverde vormen tot plastic flessen, die ze ook van een coating voorzien. Zo zijn ze uitermate geschikt voor de verpakking van zuurstofgevoelige en andere gecarboniseerde dranken. In 2004 werd de capaciteit verhoogd van 120 miljoen naar 200 miljoen flessen per jaar. De jaarrekeningen verraden eveneens een 'capaciteitsverhoging': bedroeg de brutomarge in 2001 nog ruim 771.000 euro, dan was dat in 2005 al 6,4 miljoen euro (+84 %). Het aantal personeelsleden dikte met 348 % aan en ging van 10 naar 46 werknemers.