De kranten bulken van de interviews met oudgedienden van de Europese Commissie. Karel Van Miert en Frits Bolkestein zijn bijna elke dag te gast op een lunchcauserie of diner om herinneringen op het halen aan hun tijd als Europees commissaris. En volgend weekend knallen de champagnekurken in Brussel en Straatsburg. Het mag duidelijk zijn: de Europese Unie viert haar vijftigste verjaardag. Zoals dat vaak gaat met historische gebeurtenissen, wordt er in de euforie meer dan eens een loopje genomen met de geschiedkundige waarheid. Zoals het verhaal dat de Europese droom een project is dat in 19...

De kranten bulken van de interviews met oudgedienden van de Europese Commissie. Karel Van Miert en Frits Bolkestein zijn bijna elke dag te gast op een lunchcauserie of diner om herinneringen op het halen aan hun tijd als Europees commissaris. En volgend weekend knallen de champagnekurken in Brussel en Straatsburg. Het mag duidelijk zijn: de Europese Unie viert haar vijftigste verjaardag. Zoals dat vaak gaat met historische gebeurtenissen, wordt er in de euforie meer dan eens een loopje genomen met de geschiedkundige waarheid. Zoals het verhaal dat de Europese droom een project is dat in 1957 door de hele bevolking werd gedragen. Daar klopt weinig of niets van. De Europese Gemeenschappen (en later de EU) zijn altijd een project geweest waar vooral de elites achter stonden. Europa als democratische droom moet worden genuanceerd. Zo is het opvallend stil over de rol van het Europees parlement en zijn 785 leden. Nochtans, als er één Europese instelling is die een echt democratisch karakter heeft, is het wel het rechtstreeks gekozen parlement. De assemblee heeft de voorbije jaren getoond dat hij wel degelijk meetelt. In bijvoorbeeld milieuzaken zal het zijn stem de komende jaren zeker laten horen. Dankzij de zogenaamde medebeslissingsprocedure wordt het parlement bij bijna 80 % van het Europese wetgevende werk betrokken. In een aantal kwesties zoals de haven- en de dienstenrichtlijn heeft het de resultaten mee bepaald. Uiteraard werd in elk dossier zwaar gelobbyd (met de verordening 'Reach' als beste voorbeeld- zie blz. 46), maar dat is een onderdeel van het democratische proces. Lobby's vertegenwoordigen maatschappelijke belangen, weliswaar van specifieke groepen. Maar het gelobby gebeurt steeds openlijker, waardoor het debat tussen pro en contra kan worden gevoerd. De invloed van het parlement op het wetgevende werk is duidelijk. Meer dan 80 % van de amendementen die het parlement indient, halen de eindtekst. In welk nationaal parlement is er een wetsontwerp van de regering te vinden dat meer dan driekwart van de amendementen in de finale wet opneemt? Het is vreemd dat daar zo weinig aandacht aan wordt besteed op een moment dat Europa met een democratisch deficit kampt. We kunnen ons de vraag stellen of iedereen wel gewonnen is voor een sterke rol van het Europees parlement. Als de bevoegdheden worden uitgebreid, komen we automatisch terecht bij een aantal 'sectoren' waar het parlement voorlopig alleen een adviserende rol vervult - zoals het landbouwbeleid. Hier zullen lidstaten (Frankrijk voorop) op de rem blijven staan. In 2008 komen de landbouwsubsidies opnieuw op tafel. Als het parlement daarin zijn zegje krijgt, is de kans groot dat het landbouwbeleid wordt overhoopgegooid. Dat is net wat sommige landen absoluut willen vermijden, en daarom zijn meer bevoegdheden voor het parlement niet aan de orde. Jammer, want de assemblee is het ideale kanaal om de zichtbaarheid van Europa bij burgers en bedrijven te verhogen. Alain Mouton