Japan doet het. De eurozone doet het. China doet het. Allemaal duwen ze de waarde van hun munt naar beneden, rechtstreeks via een devaluatie in China of onrechtstreeks via geldcreatie in Japan en de eurozone. Maar als het dient om de export te stimuleren, kan het weleens verloren moeite zijn, zo merkt de Leuvense economieprofessor Joep Konings op. Dat is alvast zo voor België. Samen met twee Amerikaanse economen publiceerde Konings vorig jaar een studie in het wetenschappelijk tijdschrift The American Economic Review, waaruit blijkt dat wijzigingen in de wisselkoersen nauwelijks effect hebben op de verkoopprijzen van de Belgische expor...

Japan doet het. De eurozone doet het. China doet het. Allemaal duwen ze de waarde van hun munt naar beneden, rechtstreeks via een devaluatie in China of onrechtstreeks via geldcreatie in Japan en de eurozone. Maar als het dient om de export te stimuleren, kan het weleens verloren moeite zijn, zo merkt de Leuvense economieprofessor Joep Konings op. Dat is alvast zo voor België. Samen met twee Amerikaanse economen publiceerde Konings vorig jaar een studie in het wetenschappelijk tijdschrift The American Economic Review, waaruit blijkt dat wijzigingen in de wisselkoersen nauwelijks effect hebben op de verkoopprijzen van de Belgische exporteurs. "Als de verkoopprijs niet beweegt, dan beweegt de verkochte hoeveelheid evenmin", zegt Konings. "Een depreciatie van de euro doet onze export dus niet stijgen." De studie baseert haar conclusies op een analyse van de Belgische exportbedrijven uit de databank van de Nationale Bank. "Het geringe doorsijpeleffect speelt vooral bij grote exportbedrijven", zegt Konings. "Zij hebben forse marktaandelen, zodat ze in staat zijn hun winstmarge te sturen. Bij een verzwakking van de euro houden ze hun dollarprijs op de Amerikaanse markt gewoon gelijk. Zo krijgen ze meer euro's binnen, en verhogen ze hun winstmarge. Bij een appreciatie van de euro zullen ze hun dollarprijs eveneens gelijk houden. Ze krijgen dan wel minder euro's, maar teren gewoon op hun winstmarge, die sowieso al hoog is. Kleine exporteurs hebben die speelruimte niet. Zij moeten hun verkoopprijs mee laten bewegen met de wisselkoers." De studie toont nog een verschil tussen beide. De groten halen hun grondstoffen en onderdelen vaker buiten Europa, de kleintjes doen hun aankopen meestal dichter bij huis. Bij een depreciatie van de euro komen de aankopen van de groten dus duurder uit. Maar omdat hun verkoopprijs in vreemde munt niet beweegt, stijgen de opbrengsten in euro. Kosten en verdiensten stijgen allebei, zodat de winstmarge gelijk blijft. Dat is ook het geval bij een appreciatie van de euro. Goedkopere aankopen compenseren hier gedaalde opbrengsten. Een tiende van de exporteurs neemt 90 procent van de Belgische uitvoer voor zijn rekening, blijkt uit de gegevens van de Nationale Bank. "Het leeuwendeel van de Belgische uitvoer is dus in handen van grote spelers, de groep waar het doorsijpeleffect van wisselkoersveranderingen minimaal is", zegt Konings. "De conclusie is dat een depreciatie van de euro weinig invloed heeft op de Belgische uitvoer. Dat besef is nieuw." Dat heeft gevolgen voor het monetair beleid. "Als je de export wil stimuleren via wisselkoersschokken, check dan eerst het bestand aan exportbedrijven", zegt Konings. "De impact van de schokken zal verschillen naargelang van de grootte van de bedrijven. De Belgische uitvoer zal je veel meer stimuleren via de versterking van de kwaliteit en het innovatieve karakter van de producten. Voor grote bedrijven is dat geen probleem, zij teren op het hefboomeffect van hun schaalvoordelen. Kleine spelers hebben die hefboom niet. We moeten hen helpen door te groeien." Jozef Vangelder"De Belgische uitvoer zal je veel meer stimuleren via de versterking van de kwaliteit en het innovatieve karakter van de producten"