Den Draad is de eerste realisatie van Re-Vive. Op een voormalig industrieterrein in Gentbrugge bouwt de projectontwikkelaar in drie fasen een duurzame wijk met 32 passiefhuizen, 54 laagenergiewoningen en -appartementen (E40) en 24 sociale woningen. Ongeveer 500 vierkante meter kantoorruimte en een kmo-gebouw vervolledigen het programma. Dat alles ingebed in een nieuw buurtpark van 15.000 vierkante meter. De laatste fase wordt in mei gecommercialiseerd.
...

Den Draad is de eerste realisatie van Re-Vive. Op een voormalig industrieterrein in Gentbrugge bouwt de projectontwikkelaar in drie fasen een duurzame wijk met 32 passiefhuizen, 54 laagenergiewoningen en -appartementen (E40) en 24 sociale woningen. Ongeveer 500 vierkante meter kantoorruimte en een kmo-gebouw vervolledigen het programma. Dat alles ingebed in een nieuw buurtpark van 15.000 vierkante meter. De laatste fase wordt in mei gecommercialiseerd. De naam 'Den Draad' is een verwijzing naar de vorige gebruiker van de site, de staaldraadfabriek Treillarmé. Maar Nicolas Bearelle, de gedelegeerd bestuurder van Re-Vive, geeft toe dat hij ook schatplichtig is aan de gelijknamige In de gloria-sketch. "Zonder marketingbudget, maar door op een mooie vrijdagnamiddag wat te brainstormen op een terras, zijn we op die naam gekomen." Re-Vive is heel jong en even ambitieus. Nicolas Bearelle richtte het bedrijf pas op in 2009, en het heeft sindsdien al zeven concrete projecten in Vlaanderen en Brussel aangekocht. In Wallonië staat Re-Vive op het punt een eerste positie te verwerven. Ook in de buurlanden wil Re-Vive aan de slag. Bearelle wijst erop dat Vlaanderen een pionierregio was in brownfieldontwikkeling. "In de baggersector is er veel saneringscapaciteit en -kennis opgebouwd", zegt hij. "En met het bodemdecreet van 1995 had Vlaanderen ook al vroeg regelgeving rond bodemsanering. Die combinatie heeft eind jaren negentig geleid tot de opstart van enkele bronwnfieldontwikkelaars." Nicolas Bearelle studeerde architectuur, maar heeft nooit zijn stage gedaan omdat, zo zegt hij, "er veel betere architecten waren dan ik". Hij haalde wel een MBA-diploma aan Vlerick en kon daarmee in Brussel aan de slag bij de investeringsafdeling van een internationale vastgoedadviseur. "Dat was niet mijn ding", zegt hij. "In het vastgoed ligt mijn hart bij het ontwikkelen." Na vervolgens enkele jaren ervaring te hebben opgedaan in dat segment werd de drang om op eigen benen te staan te groot. Dat gebeurde in 2008, met de steun van Piet Colruyt, een neef van Jef Colruyt. "Er was meteen een perfecte match", stelt Nicolas Bearelle. "Piet houdt ook van vastgoed -- hij is ook architect-- en hij is net zoals ik gebeten door duurzaam investeren." Re-Vive profileert zich als een buitenbeentje in het vak. "We zijn echt wel een projectontwikkelaar, geen saneringsbedrijf, maar we werken uitsluitend op brownfields. Dat is een bewuste, duurzame keuze. In Vlaanderen zijn er tal van stadskankers en verloederde terreinen. Dan woonuitbreidingsgebieden aansnijden, laat staan natuur- of landbouwgebied opofferen, is onverantwoord ruimtegebruik. Temeer omdat veel van die brownfields eigenlijk schitterend gelegen zijn: dicht bij de stadscentra, bij openbaar vervoer, vaak aan het water. Dat maakt brownfields zo interessant: als je weet hoe je het moet aanpakken, bieden ze een enorm opwaarts potentieel." Maar brownfieldontwikkeling staat ook bekend als risicovol, want een brownfield is vaak een vat vol onaangename verrassingen. "Klopt", reageert Bearelle. Het is een complexe materie en dat verklaart wellicht waarom er nog maar enkele spelers in actief zijn. Maar het in kaart brengen van al die risico's -- van de sanering, stedenbouwkundig, de ontwikkeling -- dat is nu juist ons metier." Nog een barrière: brownfieldontwikkeling is ook een kapitaalsintensieve activiteit. In volle financiële crisis lanceerden Bearelle en Colruyt het Re-Vive Brownfield Fund en slaagden erin 20 miljoen euro op te halen. Naast de holding van Piet Colruyt zelf tekenden onder meer het toenmalige Dexia Bank België en Petercam in. En dat met een verhaal waarbij het klassieke streven naar winstmaximalisatie wordt verlaten. "Duurzaam bouwen is duurder bouwen, daar moet je niet flauw over doen", zegt Bearelle. "Dus ja, dat heeft ook gevolgen voor het rendement. Pas op, ons rendement is goed, onze investeerders zijn tevreden. Maar dat is ook zo omdat ze geloven in impact investing, een relatief nieuwe stroom in de private-equitymarkt die het begrip rendement opentrekt naar maatschappelijke en ecologische meerwaarde. Altijd maar aan de hendel van het financieel rendement trekken maakt onze maatschappij kapot. En in een verziekte maatschappij valt er op lange termijn ook geen geld te verdienen." Dat de initiële investeerders ook allemaal intekenen op het tweede fonds, dat 50 miljoen nieuwe middelen moet opleveren, is volgens Bearelle, het beste bewijs dat de investeerders tevreden zijn. Hij is er ook van overtuigd dat er een ruim koperspubliek is voor dit soort vastgoed. "De verkoop op Den Draad stemt ons hoopvol. In de eerste fase, dertig appartementen en vijf passiefwoningen, is nagenoeg alles op plan verkocht. Fase twee is net gestart en omvat 28 woningen. Daar hebben we er al 22 van op plan verkocht." Dat het Re-Vive menens is met zijn duurzame strategie en aanpak, moet blijken uit de inspanningen die het doet om het groene en maatschappelijke verhaal meetbaar te maken. "We hanteren de duurzaamheidsmeter van de stad Gent, die eigenlijk een vertaling is van BREEAM Communities. Dat is de design- en assessmentmethodiek van BREEAM voor gebiedsontwikkeling." Samen met het Brusselse consultancybureau I-propeller, waarin Piet Colruyt ook participeert, definieerde Re-Vive 30 parameters waarop het afgerekend mag worden. "Ze zijn mooi verdeeld over de drie P's: People, Planet, Profit", vertelt Bearelle. "We gaan al onze projecten daarnaar ontwerpen, scoren en de resultaten ook publiek rapporteren." En onlangs is Re-Vive als eerste Belgische bedrijf geaccrediteerd als B-Corporation. Dit in de VS opgestarte initiatief verenigt bedrijven die op een andere, maatschappelijk verantwoorde manier, zaken willen doen. "Het zijn geen indignados", verduidelijkt Nicolas Bearelle. "Ze willen wel aantonen dat je ook vanuit het bedrijfsleven tot een ander soort economie kan komen. Ik denk dat dit zeker in het vastgoed heel nuttig kan zijn, want onze sector is toch zo tradi-tioneel." LAURENZ VERLEDENS"In een verziekte maatschappij valt er op lange termijn ook geen geld te verdienen"