Olivier Blanchard is een Franse topeconoom. De man adviseert de Franse president Nicolas Sarkozy én de Federal Reserve van Boston en New York. Voor de kost is Blanchard sinds 1994 professor economie aan het MIT uit Boston, en vorige week luisterde hij de Gaston Eyskens- leerstoel van de KU Leuven op. Thema van de druk bijgewoonde colleges: hoe moet het beleid reageren op economische schokken? "Maar ik wil uw lezers niet vervelen met theoretische modellen. Laat ons inpikken op de actualiteit", zegt Blanchard.
...

Olivier Blanchard is een Franse topeconoom. De man adviseert de Franse president Nicolas Sarkozy én de Federal Reserve van Boston en New York. Voor de kost is Blanchard sinds 1994 professor economie aan het MIT uit Boston, en vorige week luisterde hij de Gaston Eyskens- leerstoel van de KU Leuven op. Thema van de druk bijgewoonde colleges: hoe moet het beleid reageren op economische schokken? "Maar ik wil uw lezers niet vervelen met theoretische modellen. Laat ons inpikken op de actualiteit", zegt Blanchard. OLIVIER BLANCHARD. "De waardedaling van de dollar is nodig om het grote tekort op de Amerikaanse handelsbalans te verminderen. De wereld financiert de VS nu voor 850 miljard dollar per jaar. Dat liedje blijft niet duren. De dollar moet daarom nog meer in waarde dalen, en de euro zal dus in waarde stijgen. De centrale banken moeten daar niet tegen vechten. Maar intussen tast de sterker wordende euro de concurrentiekracht van de Europese bedrijven aan en dat is voor de ECB wel een goede reden om in te grijpen. "De centrale bank moet dus geen stabiele euro verdedigen, maar als blijkt dat de Europese export onder druk komt te staan, of als het Duitse herstel in gevaar komt, dan zou de ECB de interestvoeten moeten verlagen. Ik heb er vertrouwen in dat de ECB dat ook zal doen, niet om de dollardaling af te remmen, maar om de Europese economische dynamiek te beschermen." BLANCHARD. "De impact van de olieschok op de economie is maar een derde van die in de jaren zeventig. Dat komt omdat de economie minder olie-intensief is dan toen. Ten tweede is het monetaire beleid vandaag veel beter. Toen de olieprijzen in de jaren zeventig stegen, hadden we geen idee tot hoeveel inflatie dit zou leiden. De inflatieverwachtingen schoten door het dak en de centrale banken moesten de rente fors optrekken. Nu weten we dat de stijgende olieprijzen de inflatie in het slechtste geval oppoken met 3 à 4 %. Ten derde blijven in tegenstelling tot de jaren zeventig de zogenaamde 'tweederonde-effecten' uit. Werknemers eisen nauwelijks hogere lonen ter compensatie van de hogere energiekosten. Deze inflatiespiraal komt niet op gang, omdat de werknemers in een zwakke onderhandelingspositie staan. Dat komt door de technologische vooruitgang, die de vraag naar laaggeschoolden doet afnemen, en door de toenemende internationale handel en voortdurende dreiging van delokalisatie en uitbesteding." BLANCHARD. "Jazeker. We moeten natuurlijk kostencompetitief blijven, maar dat kan ook als we een vrij genereuze, maar faire sociale zekerheid aanbieden. En als mensen een hoger loon willen, en minder sociale zekerheid, dan kunnen ze naar andere landen verhuizen. Europa moet het Amerikaanse model niet kopiëren om succesvol te zijn, maar de sociale zekerheid moet wel beter georganiseerd worden. Werkloosheidsuitkeringen die onbeperkt in de tijd zijn, lokken bijvoorbeeld misbruik uit. Je moet een uitkering dus aan voorwaarden koppelen. Ook ons pensioensysteem kan drijvende gehouden worden door langer te werken tot leeftijden die heel aanvaardbaar zijn. Vele landen zijn al op de goede weg. "Ik maak me meer zorgen over het stijgende risico op sociale ongelijkheid. In de VS neemt die ongelijkheid al toe, aan de top en op de bodem. De koopkracht van de laagstgeschoolden daalt er. Hetzelfde zal gebeuren in Europa, en gebeurt al in een aantal landen. De verkeerde reactie zou zijn om een hoog minimumloon op te leggen, want dan blijven er nog minder jobs over voor laaggeschoolden, en dat wil je vermijden. De juiste oplossing is om de laagste inkomens een belastingkrediet te geven, zodat mensen met een lage arbeidsproductiviteit en dus een laag loon toch fatsoenlijk kunnen leven dankzij een belastingsubsidie. Dat systeem is niet goedkoop. Maar we weten niet hoeveel ongelijkheid een samenleving kan verdragen, en die grens kan je maar beter niet ontdekken." BLANCHARD. "De crisis op de Amerikaanse huizenmarkt is van het type schok dat we om de vijf jaar meemaken. De schok is dus niet abnormaal ernstig. We weten hoe we zo een schok moeten aanpakken om een recessie te vermijden: de centrale bank verlaagt tijdig de rentevoeten. Deze keer heeft de Fed misschien 3 of 6 maanden te laat ingegrepen. Een kwartaal met negatieve groei is daarom mogelijk, maar de kans op een heuse recessie is klein. "De hypotheekcrisis en de kredietcrisis bleken echter nieuwe en ernstige complicaties, die in de zomer nog niet begrepen werden. Nu wel. Het eigenlijke probleem is relatief klein: het gaat om ongeveer 250 miljard dollar rommelhypotheken die wellicht niet terugbetaald worden. Dat is op globale schaal een beperkt getal. Maar deze slechte leningen waren vermengd in andere beleggingsproducten, wat zorgde voor algemene onrust. Daarom werden banken terughoudend om nog te lenen. Maar de toestand normaliseert en ik denk dat de kredietcrisis over enkele maanden voorbij zal zijn." BLANCHARD. "Ja. Ik heb ooit de eerste paper geschreven over de 'grote moderatie'. ( lacht) Ik zie twee verklaringen voor dit fenomeen. Ten eerste: we hebben geluk gehad in die zin dat de recente schokken kleiner waren dan in het verleden. En ten tweede is het beleid nu beter. We kunnen beter de pieken en dalen afvlakken. Maar we moeten nederig blijven, de cyclus is zeker niet verslagen, en deze zomer hebben we geluk gehad. Op een dag zullen we ontdekken dat het geijkte beleidsrecept niet meer werkt, en zal een stevige crisis ons deel zijn voor we opnieuw geleerd zullen hebben uit onze fouten. Door Daan Killemaes/foto Pat Verbruggen