Bpost keert een interim-dividend van 93 eurocent uit. Dat is meer dan verwacht, nadat ook de kwartaalresultaten van het Belgische postbedrijf beter waren dan verhoopt. De aandeelhouders van bpost kunnen opnieuw wat geruster ademhalen. Dat interim-dividend komt overeen met 85 procent van de nettowinst over de eerste tien maanden, die dit jaar 200,6 miljoen euro bedraagt.
...

Bpost keert een interim-dividend van 93 eurocent uit. Dat is meer dan verwacht, nadat ook de kwartaalresultaten van het Belgische postbedrijf beter waren dan verhoopt. De aandeelhouders van bpost kunnen opnieuw wat geruster ademhalen. Dat interim-dividend komt overeen met 85 procent van de nettowinst over de eerste tien maanden, die dit jaar 200,6 miljoen euro bedraagt. Het slotdividend wordt berekend op basis van de nettowinst van de laatste twee maanden. Als we de resultaten van de eerste tien maanden doortrekken naar de rest van het jaar, moeten de aandeelhouders kunnen rekenen op een brutodividendrendement van meer dan 7 procent. Het dividend zit daarmee aan de bovenkant van de vooropgestelde rendementsvork van 6 à 8 procent bruto. Hoewel het postvolume in dalende lijn zit, houdt de groep haar winst in stand door op de kosten te besparen, en dan vooral op het personeel. De volgende jaren gaan veel dure statutaire werknemers met pensioen. Ze worden maar gedeeltelijk vervangen, en dan nog door goedkopere contractuele medewerkers. Maar het gunstige personeelseffect zal niet eeuwig blijven duren en een onderneming kan niet blijven snijden in de kosten. Op zeker moment moeten de dalende inkomsten uit het klassieke briefverkeer worden vervangen door bijvoorbeeld inkomsten uit pakjesverkeer. Bpost probeert daar voet aan de grond te krijgen. Het postbedrijf heeft dankzij zijn sterk uitgebouwde netwerk een voordeel bij snelle binnenlandse leveringen, maar het moet optornen tegen kleppers als Deutsche Post (DHL), FedEx en UPS. De belangrijkste vraag voor de aandeelhouders is dus of de groep voldoende inkomsten vindt om de achteruitgang van het briefverkeer op te vangen. Dit jaar lieten veel beleggers obligaties links liggen, uit onvrede met de rendementen die volgens hen te laag zijn. Obligatiespecialisten wijzen op de gevaren van zo'n strategie, omdat obligaties een belangrijk tegenwicht vormen voor aandelen. De rente is inderdaad bijzonder laag, maar als de vervaldagen in een obligatieportefeuille gespreid zijn in de tijd, kunnen beleggers snel inspelen op een eventuele rentestijging. Laat de rentestijging lang op zich wachten -- de kans dat dit gebeurt, is bijzonder groot -- dan hebben ze ten minste toch een hoger rendement dan op een spaarrekening. De vergoeding op enkele klassieke spaarrekeningen werd onlangs nog verder verlaagd tot nauwelijks 0,5 procent basisrente en 0,1 procent getrouwheidspremie. Naast dividendaandelen en obligaties zijn preferente aandelen een manier om een hoger inkomen uit vermogen te halen. De belangrijkste markt voor preferente aandelen zijn de Verenigde Staten, wat betekent dat Belgische beleggers meer roerende voorheffing betalen op de dividenden: eerst 15 procent in de Verenigde Staten, daarna 25 procent op het saldo in eigen land. De uitzondering zijn preferente aandelen die achtergestelde leningen zijn. De dividenden daarop worden beschouwd als een rente, waarop net zoals bij obligaties slechts eenmalig 25 procent roerende voorheffing is verschuldigd. Een voorbeeld van een preferent aandeel is Stanley Black & Decker (zie tabel). "Omdat preferente aandelen een lagere voorrang hebben dan obligaties, is het belangrijk na te gaan hoeveel schulden de onderneming heeft en of de onderneming voldoende kasstromen genereert om zowel de schulden als de preferente dividenden te betalen", zegt Jeremy Klein, die is gespecialiseerd in preferente aandelen bij de zakenbank J.P. Morgan. Een positief element is volgens hem dat bedrijven slechts in heel uitzonderlijke gevallen de betaling van de preferente dividenden uitstellen, om de toegang tot de kredietmarkt niet te verliezen. MATHIAS NUTTIN