De regeringsverklaring van premier Guy Verhofstadt (VLD) bleef kort over de ziekteverzekering. Alsof alle problemen zijn opgelost nu het Riziv-budget voor het eerst sinds jaren eens niet ontspoort.
...

De regeringsverklaring van premier Guy Verhofstadt (VLD) bleef kort over de ziekteverzekering. Alsof alle problemen zijn opgelost nu het Riziv-budget voor het eerst sinds jaren eens niet ontspoort. Het is inderdaad een fraaie prestatie om de uitgaven in de ziekteverzekering dezer dagen aan de leiband te houden. De vergrijzende bevolking en de technologische evolutie van de medische wetenschap zijn de ideale voedingsbodem voor een budgetontsporing. Maar de beleidsmakers verkrijgen dat bedrieglijke evenwicht door knip- en plakwerk, veel meer dan door een structureel gezondheidsbeleid. Dat is niet eigen aan deze minister, maar is het kenmerk van het beheer in de ziekteverzekering sinds de jaren tachtig. De prijs daarvoor is evenwel hoog, want steeds verder brokkelt de solidariteit af en steeds luider klinkt het protest van artsen, geneesmiddelenindustrie en zelfs ziekenfondsen. De roep om een structureler gezondheidsbeleid klinkt luider, al bedoelt niet iedereen hetzelfde. Zo'n structureel gezondheidsbeleid staat haaks op het gedoe met volmachten waar de regering nu bij zweert. Om de rekening te laten kloppen, grijpt Demotte naar eenmalige of lineaire maatregelen zonder daarin de sector of het parlement te kennen. Efficiënt, zij het op korte termijn. Toen vorige week als reactie op de regeringsverklaring de oppositie vroeg wat er zal gebeuren als eind dit jaar de huidige volmachten voor de minister van Sociale Zaken zijn verlopen, antwoordde Demotte doodleuk dat hij indien nodig volgend jaar opnieuw volmachten zal vragen. De geneesmiddelenindustrie zal het graag horen. In die hoek schreeuwt iedereen nu al moord en brand over de 'woordbreuk' van de minister, die de rekening in 2006 wil laten kloppen met een reservefonds dat de farma- industrie moet spekken met 80 miljoen euro. De beleidsmakers volharden koppig en zijn wellicht zelfs te goeder trouw. Neem de maximumfactuur, het instrument om de sociaal zwakkeren te beschermen tegen de almaar toenemende kost van de gezondheidszorg (zie blz. 60). De fundamenten werden begin jaren negentig gelegd. Toen moest de regering-Dehaene de Maastrichtnormen halen en groeide het aandeel van de patiënt in de ziekteverzekering. Om dat te compenseren, toverden de beleidsmakers de sociale en fiscale franchise uit de hoed. Het systeem werd uitgebreid, want er waren te veel mensen die net uit de boot vielen. Sindsdien is het budget spectaculair gestegen, tot zelfs 254 miljoen euro in 2004, zomaar eventjes 8 % boven de voorziene uitgaven. De maximumfactuur blijft echter een populair paradepaardje, omdat het tegemoetkomt aan een reële nood en tegelijk een interessant instrument is voor een politicus die de sociaal zwakkeren tot zijn kiespubliek rekent. Dat de maatregel het systeem zelf onder druk zet omdat de kloof steeds dieper wordt tussen mensen die alleen maar bijdragen leveren en zij die alleen voordelen genieten, lijkt de minister volkomen te negeren. Integendeel, Demotte wil de vrijgekomen budgetruimte gebruiken om het systeem verder uit te breiden. Of hoe een structureel gezondheidsbeleid nog veraf blijft. Roeland Byl