Voor het tweede jaar op rij is het aantal aanvragen voor winkelopeningen of voor de uitbreiding van bestaande winkels, gedaald. Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van Unizo, de unie van zelfstandige ondernemers, die alle dossiers in de periode tussen 1 juli 2002 en 30 juni 2003 analyseerde.
...

Voor het tweede jaar op rij is het aantal aanvragen voor winkelopeningen of voor de uitbreiding van bestaande winkels, gedaald. Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van Unizo, de unie van zelfstandige ondernemers, die alle dossiers in de periode tussen 1 juli 2002 en 30 juni 2003 analyseerde. De teller bleef steken op 322, een daling met 61 eenheden tegenover het jaar voordien (zie grafiek). Luc Ardies, sectorverantwoordelijke Distributie bij Unizo, ziet twee belangrijke verklaringen voor het fenomeen. "De slechte economische conjunctuur heeft het vertrouwen bij heel wat spelers in de distributiesector aangetast en die denken dan ook tweemaal na voor ze investeren in nieuwe winkelpunten. Bovendien ligt er een liberaal wetsontwerp op de regeringstafel dat de beslissingsmacht voor nieuwe winkelinplantingen bij de gemeenten legt. In de praktijk betekent dat een versoepeling van de procedure en daarom houden vooral de grote jongens nog even de adem in tot die wet er is." Het aantal aanvragen voor nieuwe winkels is de voorbije twee jaar weliswaar fors gedaald. Maar tegelijk neemt de gemiddelde oppervlakte per aanvraag wél gestaag toe. Twee jaar geleden bedroeg de nettoverkoopoppervlakte per goedgekeurde aanvraag nog 931 vierkante meter. Nu is dat cijfer gestegen tot ruim 1325 vierkante meter. Hier is er een duidelijk verschil te merken tussen noord en zuid in ons land. In Wallonië bedroeg afgelopen jaar de nettoverkoopoppervlakte per goedgekeurde aanvraag 1713 vierkante meter, terwijl dat voor Vlaanderen amper 993 vierkante meter was. Van de 322 aanvragen kreeg net geen 70 procent een positief advies mee. Dat percentage is gelijklopend voor zowel Vlaanderen als Wallonië. Opvallend is wel dat er het voorbije jaar in Brussel geen enkele aanvraag werd geweigerd. "Het is gevaarlijk om daar een bepaalde systematiek achter te zoeken," waarschuwt Ardies. "Het gaat tenslotte maar om elf dossiers."Als een dossier wordt geweigerd, kan de aanvrager nog altijd in beroep gaan tegen deze uitspraak. Dat gebeurt bij het Interministerieel Comité (IMC), dat is samengesteld uit de ministers van Middenstand, Economie, Mobiliteit en de minister-president van de betrokken regio. Een lucratieve bezigheid, want de voorbije twee jaar werden liefst 47 van de 56 beroepsprocedures door het IMC volledig in het voordeel van de aanvrager beslecht. Ardies: "Wij vragen dan ook met aandrang aan de nieuwe ministers om, in afwachting van de nieuwe wetgeving, niet meer zo lichtzinnig met de beroepsprocedure om te springen."D.V.T."Wij vragen met aandrang aan de nieuwe ministers om niet meer zo lichtzinnig met de beroepsprocedure om te springen." (Luc Ardies, Unizo)