DIRIGISME

Herverdeling van de armoede

Ondanks de zegebulletins van de gouverneur van de Nationale Bank, ondanks de statistieken die zogenaamd een daling van de werkloosheid te zien geven, ondanks de hoopgevende groeicijfers van de economie, stelt de man in de straat een heel andere realiteit vast : de vermindering van zijn besteedbaar inkomen. In werkelijkheid is de koopkracht de laatste maanden flink gedaald. Het beschikbaar inkomen van de gezinnen wordt afgeroomd door de vervalste index van de consumptieprijzen, het toepassen van de gezondheidsindex, het stilvallen van de inflatie, de nog altijd stijgende belastingen en de steeds duurder wordende overheidsdiensten zoals het openbaar vervoer.

De overheid zoekt het geld waar het te vinden is, zonder zich te bekommeren om de economische en sociale gevolgen bijna als een dief in de nacht die het geld haalt waar hij dat het makkelijkst kan stelen.

ARMOEDE.

Diverse sociale en psychologische evoluties geven aanleiding tot meer armoede. De desintegratie van het huwelijk belemmert ongetwijfeld de materiële vooruitgang. Een stabiel samenwonen van man, vrouw en kinderen leidt immers tot grote besparingen en doet de feitelijke levensstandaard met een derde stijgen : men deelt dezelfde woning, men gebruikt eventueel één enkele auto, enzovoort.

Het groeiende aantal echtscheidingen brengt ouders én kinderen vaak in ernstige financiële moeilijkheden en leidt niet zelden tot bestaansonzekerheid. Vroeger werd daarvoor een beroep gedaan op de familiale solidariteit, maar nu wordt veelal het OCMW ter hulp geroepen.

Ook de verlaging van de meerderjarigheid creëerde meer armoede. In januari 1990 waren 817 bestaansminimum-trekkers jonger dan 21 jaar. In januari 1991, een half jaar na de verlaging van de meerderjarigheid, was hun aantal opgelopen tot 4742. In de periode 1991-1995 kwamen er 3250 minderjarige steuntrekkers (77 %) bij, tegenover een totale toename van 34 %.

Bovendien blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek dat het OCMW de armoede veeleer bestendigt dan bestrijdt : meer dan de helft van de OCMW-cliënten is al langer dan vijf jaar afhankelijk van financiële hulp, en 22 % meer dan elf jaar.

HERVERDELING.

De zorg, vooral bij problemen die vroeger in het gezin werden opgelost, is in onze welvaartsstaat grotendeels gecommercialiseerd of overgenomen door het OCMW en een massa gesubsidieerde voorzieningen, met alle gevolgen van dien. En toch voorziet men dit jaar nog acht miljard frank meer, via de fondsen voor de strijd tegen de armoede.

Desondanks vermindert de armoede niet ; integendeel, door de huidige aanpak zal ze ongetwijfeld nog stijgen. Het middel dat de overheid hanteert om de armoede te verminderen is de opgelegde solidariteit, via allerlei regelgevingen waardoor de groeiende armoede herverdeeld wordt onder zoveel mogelijk burgers.

BEMOEIZUCHT.

De hedendaagse mens is veelal een keiharde positivist, die kennis neemt van armoede en ellende maar niet de moed heeft om zich te verdiepen in de oorzaken. De redenen van dit falend beleid zijn nochtans bekend : men bestrijdt alleen de gevolgen, men tracht de armoede wat op te vangen. In feite ondermijnt men het economisch draagvlak en jaagt investeerders weg.

Men sanctioneert eigenaars met nieuwe huurwetten, hogere belastingen en bijkomende verplichtingen. Men vergemakkelijkt de echtscheiding en stimuleert andere samenlevingsvormen, onder het motto dat alles moet kunnen. Wie spreekt echter over de kostprijs hiervan, naast de morele en sociale gevolgen ?

Men verspilt belastinggeld aan de lopende band : de transfers om de Waalse PS-staat in leven te houden, de oncontroleerbaar geworden sociale-zekerheidsuitgaven, de leegstand van duizenden goede en betaalbare woningen en appartementen (terwijl men op staatskosten sociale woningen blijft bouwen).

De bemoeizucht van de overheid kent geen grenzen. Wetenschappelijk onderzoek heeft bewezen dat vrijheid de meeste kansen biedt om gelukkig te zijn. Hoe meer vrijheid, hoe gelukkiger de mensen maar in dit land worden bewust meer en meer vrijheden beperkt.

MELKKOEIEN.

Actieve welvaart- en welzijnsbevorderende krachten en structuren worden weggejaagd, gesanctioneerd en afgebouwd. Blijvende welvaart creëert men niet met allerlei wetten die het de ondernemingen moeilijk of onmogelijk maken hun activiteiten te stoppen, maar wel door nieuwe investeerders en ondernemers aan te trekken.

Men stimuleert het aanbod van goede en betaalbare huurwoningen niet door de verhuurders te behandelen als melkkoeien van de naar nieuwe inkomsten zoekende overheid. De laatste tien jaar verdwenen ruim 100.000 huurwoningen, die verkocht werden door ontgoochelde eigenaars.

Alternatieve samenlevingsvormen krijgen van politiek en media meer aandacht dan het traditionele gezin. Wat wil men daarmee bereiken ? Nog meer echtscheidingen ? Nog meer armoede ? Hoe lang kunnen de uitgaven voor sociale voorzieningen nog blijven stijgen, terwijl de economische groei vertraagt ?

KERKHOF.

In plaats van een doeltreffend beleid te organiseren, treedt de regering steeds meer autoritair op blijkbaar uit (geestelijke) armoede. De ideologie is belangrijker dan het geluk van de mens. De structuren zijn belangrijker dan de echte behoeften van het individu, de staat is belangrijker dan de persoon.

Via een collectivistisch dirigisme herverdeelt men de gestadig toenemende armoede, waarvan een daling vooralsnog niet in zicht is. De kernvraag zou moeten zijn : maken de politici op deze manier de mensen gelukkig ? Het antwoord is gekend : ze proberen een sociaal paradijs te bouwen op een economisch kerkhof, met het uiteindelijk effect dat de armoede nog meer stijgt.

Een ander beleid dringt zich op. Dit zal gevoerd moeten worden door andere mensen, enkelingen of kleine groepen, en met een andere filosofie.

PIET CLEEMPUT

Piet Cleemput is maatschappelijk assistent, hoofddeskundige bij de rechtbank van Dendermonde en erevoorzitter van BEMA.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content